Skip to content

Serieuze nepkaarten in het nieuws

2018 April 18

Door de voortschrijdende mogelijkheden van kennis, technologie en data is de exclusiviteit van het maken van kaarten allang uit handen van de professional geraakt: (bijna) iedereen kan online kaarten maken. Dat heeft tot een enorme productie van kaarten geleid en het is bijna onoverkomelijk dat daar ook foute kaarten tussen zitten.

Maar die kaarten zijn van een heel andere categorie dan ‘fake news’, het nep nieuws waardoor onze maatschappij nu wordt uitgedaagd. Moeten we om verdere verwarring te voorkomen maar helemaal stoppen met 1 april grappen?

Foute kaarten

Op zich zijn foute kaarten niets nieuws. Bijna alle landen hebben kaarten vervalst, zegt kartograaf Kurt Brunner in Der Spiegel. Vanuit militair belang werden steden (enkel op de kaart) verschoven, moerassen als goed begaanbaar terrein aangegeven of kazernes weggelaten. Je kan er van op aan dat die kaarten bewust niet kloppen.

Er zijn ook fouten in de kaart geïntroduceerd, zo gaat het gerucht, doordat kartografen zich proberen te vereeuwigen op de kaart, en een toponiem naar zichzelf vernoemen. Dit verklaart menig “van Eck pad”, “Willems hoogte” of soortgelijk, die er in werkelijkheid niet bleken te zijn. Deze nepplaatsen dienden niet alleen ter voldoening van de kartograaf, maar het was ook een middel om de concurrentie – die van het type: alleen maar kopiëren wat een ander al in kaart heeft gebracht –  te achterhalen en voor de rechter te dagen.

Dat kaarten maken zo zijn beperkingen kent en dat het lastig is om geografische gegevens juist te visualiseren heeft Mark Monmonnier al jaren geleden laten zien. In zijn ‘How to lie with maps’ beschrijft hij hoe je foute kaarten kan voorkomen, want de auteurs van kaarten nemen het niet altijd even nauw met de waarheid achter de kaart. Zijn klassieker heeft recent een update voor het digitale tijdperk gekregen, zelfs ongelezen is dat een aanrader.

Nepkaarten

Nepnieuws en nepkaarten hebben aan de foute kaarten een nieuwe dimensie toegevoegd: het lijkt er hier niet alleen om het bewust overbrengen van verkeerde informatie te gaan, maar ook om juiste weergegeven informatie zonder enige schroom en argumentatie gewoon als nep te betitelen. In de trend van: die klimaateffectatlasover wateroverlast: een nepkaart! De Energie Transitie Atlas: nep! ‘Grote steden blijven achter bij afval scheiden’, kopt BNR met een kaart die het verhaal onderbouwt. Allemaal nep, nep, nep!

We moeten nepnieuws serieus nemen en de serieuze media doet dan ook. Misschien moeten we in dit tijdperk van nepnieuws dan maar stoppen met 1 april grappen, vraagt nu.nl zich af. Ik stel het tegenovergestelde voor: laten we vooral veel nepnieuws en nepkaarten maken, en juist voor 1 april. Het CBS gaat ons daarin al voor, met een kaart van ‘een voorproefje van de nieuwe gebiedsindeling die CBS vanaf volgende week gebruikt: nog maar één gemeente en de rest is provincie’ (Amsterdam en de Nederlandse woestijn…). Ik kijk al uit naar een grote groep nepkaarten op 1 april 2019. Het lijkt mij een uitstekende gelegenheid om (nep)kaarten in het nieuws te brengen.

Een didactische bijvangst

Een hele verzameling nepkaarten levert meteen veel lesmateriaal op voor leerlingen en studenten. Want onderscheid maken tussen nep en echt, tussen feit en fictie, is jong het beste geleerd. En van foute kaarten kan je ook heel veel leren. Hoe we nepkaarten van echte kaarten kunnen onderscheiden, het zou zomaar een nieuwe les voor het nieuwe schooljaar kunnen zijn.

Samen onderwijs bedrijven: nog geen voldoende

2018 February 28

Zo’n twintig leden van de vereniging GeoBusiness snelden zich recent met duidelijke verwachtingen naar de stad van het kadastraal middelpunt* van Nederland, voor een Werksessie van de Commissie Onderzoek en Onderwijs. De onderwerpen op tafel: welke bouwstenen of modules vinden deze professionals absoluut noodzakelijk voor vers afgestudeerden? Is het handig om een algemeen Geo certificaat vast te stellen, zoals dat in allerlei werkvelden al tot stand is gekomen? Een zinvolle bijeenkomst, die wel om snelle vervolgstappen schreeuwt. De gezamenlijke afstemming met het onderwijs kan namelijk beter.

Een lobby voor Geo

GeoBusiness Nederland, de branchevereniging voor bedrijven die werken met geo-informatie, neemt de relatie met onderwijs en onderzoek serieus. Het is zelfs een speerpunt geworden in de huidige lobbyagenda, naast een gelijkwaardig en eerlijk speelveld en economische groei. Voor onderwijs en onderzoek wordt de aandacht verdeeld over promotie van het vakgebied en ondersteuning van geo-opleidingen.

GeoBusiness wil nu een stapje verder gaan dan promotie en ondersteuning: samen onderwijs bedrijven. Dat leest misschien alsof de leden nu ineens zelf voor de klas willen gaan staan, als een soort van hybride docenten, maar dat is, naast een paar uitzonderingen, absoluut niet het geval. Wel willen we (ondergetekende tekent hier mede voor) meer zijn dan een promotor van goed onderwijs: het gaat om een goede aansluiting tussen onderwijs en het hele werkveld.

Het bijzondere van onderwijs blijft dat vrijwel iedereen het zelf heeft mogen ondervinden en dat we zo allemaal ervaringsdeskundige zijn. Het ‘kopje koffiegesprek’ gaat dan al snel over die docent van vroeger, die zo ontzettende boeiend lesgaf, maar die voor anderen juist aanleiding was om een andere studierichting te kiezen. Extra toepasselijk voor deze bijeenkomst: er was ook huiswerk vooraf. Met vragen als: wat wil je vandaag bereiken? Of wat zijn de vijf minimale competenties van de geo-professional en welke competenties mis je nu vooral, bij de nieuwe collega en de veteraan?

De brug tussen onderwijs en het bedrijfsleven

Wat hebben bedrijven (lees organisaties in het algemeen) nu met het onderwijs, en omgekeerd? Het zijn heel verschillende takken van sport, maar ze zijn tot elkaar veroordeeld: als afgestudeerden uit het onderwijs geen baan kunnen vinden in het werkveld, waarvoor ze zijn opgeleid, dan gaat er iets verkeerd. En omgekeerd, als organisaties behoefte hebben aan nieuwe kennis en vaardigheden, maar deze niet kunnen vinden bij jonge professionals, ook dan slaan we de plank mis. De mismatch, tussen wat opleidingen opleveren en waar organisaties behoefte hebben, stond deze middag centraal.

Terwijl geo als werkveld is verbreed, missen we juist de diepte in kennis, die voor sommige banen een vereiste is. Voor een aantal leden van GeoBusiness valt er gewoon niet aan vakbekwaam personeel te komen. Dat was al het geval voor er sprake was van een gespannen(of overspannen?) arbeidsmarkt. Geo moet sexy zijn, of minstens zo worden gebracht, kwam meermaals naar voren uit de discussie. Dat landmeten niet sexy zou zijn vind ik zelf onbegrijpelijk. Met weer of geen weer, er lekker op uittrekken, het te meten land tegemoet. Brat Pitt zelf gaf in Seven Years in Tibet al het goede voorbeeld (zie ook ‘Landmeters stralen op het witte doek’, Geo-Info).

De kloof tussen het onderwijs en het bedrijfsleven zal altijd blijven bestaan, ook al heeft het onderwijs iets bedrijfsmatig en wordt er in het bedrijfsleven ook kennis opgebouwd en doorgegeven. Het gaat er juist om deze kloof te overbruggen, de brug steviger te maken, gemakkelijk toegankelijk te maken, of beter te construeren zo u wilt.

Het goede nieuws is dat van vastgoed tot marketing, van ICT tot Geo, Media en Design: GIS en Geo-informatie komen in steeds meer opleidingen aan de orde. Wat weet je nu echt als je van een opleiding afkomt? Het is wel lastiger om te bepalen wie nu hoeveel en welke kennis van Geo heeft opgedaan. Daarnaast lijkt deze opgedane kennis steeds sneller te verdampen, omdat het geo-werkveld in de versnelling zit. Mogelijk kan een certificatieprogramma hier uitkomst bieden. In de Angelsaksische landen is zo’n certificaat al lang de norm (als voorbeeld: www.gisci.org) We hebben besloten deze mogelijkheid actief met de partners uit het onderwijs te onderzoeken.

Als Geo overal is

Nog vol in de actiemodus gingen de leden weer op weg. Ons tussenrapport geeft nog geen voldoende aan. We zijn nu in afwachting van een uitvoerig verslag, met een aanvullende actieplan, zodat we samen met het onderwijs, aan de slag kunnen.

De quote van de dag kwam van geo-veteraan Fred Janssen, “als Geo overal is, is het nergens meer.” Helemaal gelijk, pas dan is geo de normaalste zaak van de wereld. Tot we zover zijn is er nog genoeg werk aan de winkel. Aan een actieve bijdrage aan de Geoweek zal het niet liggen. Daarvoor hebben zich al meer dan tien leden van GeoBusiness aangemeld. Samen onderwijs bedrijven werkt het best als we er vroeg mee beginnen.

 

* Als je niet weet waarom Amersfoort een bijzondere plek is voor de landmeters van Nederland, dat is er toch wat fout gegaan bij je geo-opleiding.

Verschenen op 28 februari 2018 op www.geografie.nl

De kaart van het jaar ©

2018 January 20

‘Joop van der Schee ontvangt zilveren Vethmedaille’, kopte geografie.nl in november. Ik was er graag bij aanwezig geweest, maar ik kon niet om een lesrooster heen. Een van de weinige toegestane redenen om te spijbelen van de KNAG onderwijsdag, bevestigde Joop toen ik hem in de middag wél kon feliciteren. De KNAG onderscheidingen en de uitreiking aan Joop zijn onbetwist, zijn GISse leerlingen staat op een vaste plek in mijn analoge boekenkast, maar het zette me wel aan het denken over hoe het prijzen uitloven is uitgegroeid in de laatste jaren.

Mogelijk dat het naderend nieuwe jaar een rol speelt, maar onze maatschappij lijkt overspoeld te raken met verkiezingen voor politicus, sporter, journalist, et cetera van het jaar. In mijn beeld stak Nederland ooit wat mat af ten opzichte van andere landen, waar een heuse prijscultuur heerst (a la medewerker van de week), maar we hebben dat aardig ingehaald. Wat ooit begon met ‘de dag van’ of ‘de week van’ is uitgemond in een alomvattend aandachts- en prijzencircus. Blijft er wel een normale dag in het jaar over?

Dagen, maanden, jaren

Hoe het ooit begonnen is, kon ik niet achterhalen. Vaderdag, moederdag, valentijnsdag, pantoffeldag, die zijn nog wel te plaatsen, maar de dag van de bergen en de dag van het koor zijn veel lastiger te plaatsen. Gelukkig vallen ze niet op dezelfde dag, een Sound of Music-associatie is dan al snel gelegd. Voor weken is het niet veel anders. We genieten al van de week van respect, de week van het geld, de week van de lentekriebels, de week van het Nederlands, met als slogan: ’iedereen aan het woord’ – ergens lijkt dat de communicatie niet te bevorderen. Er is een maand van de filosofie (april), een maand van het spannende boek (juni) en een maand van de geschiedenis (oktober). Onderwerpen die duidelijk niet in één week passen en elkaar ook lijken uit te sluiten. Daar stelt het KNAG zich met de GeoWeek een stuk bescheidener op.

 

Voor sprekende voorbeelden voor wat een jaar ons heeft opgeleverd is kort zoeken voldoende. Zo is er een prijs voor de auto van het jaar, een tuin van het jaar, speelgoed van het jaar, woonboot van het jaar en de jonge ambtenaar van het jaar. Ik daag u uit daarvoor een combinatie te bedenken. Een beetje gemeente of provincie doet daar niet voor onder: Amsterdammer of Groninger van het jaar! Voor wie begrijpelijk het tijdsbesef kwijt is, bestaat er een overzichtelijke Fijnedag kalender. Ook leuk om je even te verbazen.

Prijsuitreiking  

De gemiddelde prijs wordt bij voorkeur op een Nationaal Congres van … (vul aan met Engels, Duits, Brandpreventie, CityMarketing, Belastingzaken) uitgereikt. Zo voerde Geo-Informatie Nederland recent een prestigieuze Geo-Prestige Award in, inclusief een gala-avond voor de winnaars en genomineerden. In de categorieën organisaties, startups (organisaties in spe?) en professionals werden de winnaars door jury en aanwezigen verdiend en uitgebreid gelauwerd. Zeker vernieuwend in het anders zo bescheiden geowereldje.

Overigens, niets ten kwade van de serieuze prijzen. Geo-Informatie Nederland en de Nederlandse Commissie voor Geodesie hebben een kersverse GIN-NCG-Scriptieprijs ingesteld. En UNIGIS, de masteropleiding in GIS aan de VU, looft al jaren een prijs uit voor de beste thesis (gefeliciteerd, Marijke Bekkema!). Maar er zijn genoeg voorbeelden waardoor je even achter je oren moet krabben. De bedrijfsadviseurs van EY roepen jaarlijks een ‘onderneming van het jaar®’ uit en Deloitte kiest de snelste groeiende techbedrijven in de Fast 50. Er is een logistieke webshop van het jaar verkiezing, inclusief kandidaten en een jury. Je favoriete kapsalon (niet de culinaire variant) kan tijdens de kapsalon van het jaar verkiezing op een podium komen. Als klap op de vuurpijl (…) heeft het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een prijs voor de minst bureaucratische ambtenaar ingesteld. Ik ga ervan uit dat het Ministerie van OCW deze lijn links laat liggen en er geen prijs voor de minste verstrooide wetenschapper of minst wereldlijke aardrijkskunde docent komt.

Het jaar van de kaart

Ooit had een middelbare schoolprijs (beste column van de maand, blogposts waren er nog niet) op mij het nodige motiverende effect: jarenlang hing het certificaat boven het bureau waar geschreven moest worden. Het is ook het effect dat prijzen als de UNIGIS scriptieprijs en de Young Scholar Award beogen. Ze zijn bedoeld ‘om te prijzen’, om een persoon of een organisatie terecht in het zonnetje te zetten voor een fraaie prestatie en ze zo een duwtje in de rug te geven.

Juist om het geografische denken te bevorderen is het nu de hoogste tijd om naast het prentenboek van het jaar, het woord van het jaar, het managementboek van het jaar, voor een ‘kaart van het jaar ©’ verkiezing. Ik zie mogelijkheden voor een jury van cartofielen, een volksraadpleging via een appje en een gala-avond zoals bij de Oscaruitreiking: ‘En de prijs voor de meest verrassende kaart van 2018 gaat naar…’.

Ik wil er niet over zuurpruimen, maar draaien we niet een beetje door met het dagen- en prijzencircus? Is het niet bijna tijd om een prijs voor ‘de beste prijs’ uit te gaan reiken? Of stel je voor dat we volgende week, zomaar van een normale dag of week zouden kunnen genieten. Gewoon op je fiets naar het station, boek lezen op de iPad in de trein, kopje koffie erbij. Geen dag van de fiets, week van de iPad of maand van de koffie in velden of wegen te bespeuren. Het lijkt me een ideale start voor een gezond en gelukkig jaar van de kaart.

Verschenen op 2 januari 2018 op www.geografie.nl