Skip to content

Een digitale boekenkast vol met bestemmingen

2018 May 28
tags: ,
by Jw

‘Swipe over de wereldkaart en vind jouw boek.’ Het is zomaar een tip op een touchscreen voor de nietsvermoedende boekenwinkelbezoeker op Schiphol. Het voorafgaande ‘vind een boek bij jouw bestemming’ leest bijna als een geografische zoekopdracht en zet aan het denken. Is er voor elke bestemming wel een boek te vinden? Staan boeken niet altijd vol bestemmingen? Is deze toepassing ook uit te breiden naar de bibliotheek? En vinden we dan wel alles wat we zoeken?

Boeken vol van bestemmingen

Het idee van de touchscreenapp is eenvoudig: typ je bestemming in, bijvoorbeeld Berlijn, en vind de boeken waarin Berlijn voorkomt, zodat je op reis dubbel kunt genieten. Een dergelijk scherm gaat verder dan de gemiddelde reisgids, met informatie over de buurt waar je de toeristenstroom nog een beetje kan ontwijken. Het resultaat van de zoekopdracht kan ook een roman zijn die zich afspeelt in Berlijn, een dvd van een concert op de Potsdamer Platz of een reisverhaal. In zo’n verhaal neemt de auteur je letterlijk mee op reis, zoals in Kruistocht in spijkerbroek van Thea Beckman, On the Road van Jack Kerouac of de Ilias van Homerus, om maar een paar uithoeken van de bibliotheek te noemen. Grote kans dat er een paar over Berlijn zijn te vinden.

Een locatie als ingang voor een literaire zoektocht zou heel normaal moeten zijn, maar zelfs Google kan ons daarbij nog niet helpen: als ik ‘Berlijn’ zoek in Google Books, dan levert dat wel ongeveer 241.000 resultaten op, maar echt geografisch zoeken is nog niet mogelijk.

Nieuwe toepassingen

Als je er even langer over nadenkt, dan ontstaat als vanzelf een blik op mogelijk nieuwe toepassingen. Lopend over de Utrechtse Maliebaan ontvangt je mobiel een ping met de mededeling dat je in de buurt bent van het huis waar Descartes aan Discours de la Methode heeft gewerkt. Of je krijgt een beschrijving van de parade voor Napoleon in Utrecht, compleet met een 3D-sfeerimpressie van de stad uit die tijd.

In Amsterdam wijst de app je op het bankje waarop Carmiggelt regelmatig heeft zitten ‘epibreren’. Als je doorklikt zie je onder andere welke column waar is bedacht en geschreven. Klik nu hier door voor een overzicht van andere bankjes in Amsterdam die in boeken zijn te vinden.

Voor de bibliotheek zie ik het al helemaal zitten: met mijn VR-bril loop ik door de bieb, op een wereldkaart tik ik op Vuurland en zie meteen welke romans daar hebben afgespeeld en welke passages daar door Darwin zijn geschreven. Ik klik verder en vaar een stukje mee door het Beaglekanaal. Nieuwe boekpassages, die de verdere omgeving van het einde van de wereld beschrijven, lichten op in mijn bril. Mijn digitale tweeling geniet.

De analoge wereld

Stel dat je je bestemming intypt en dat het resultaat nul is: de plaats is nog nooit in een roman genoemd en in geen reisgids te vinden. Terra incognita in de literatuur. Voor menigeen is het een ideale vakantiebestemming.

Wat we zoeken kunnen we via de digitale wereld vinden. Maar voor het echte genieten blijft de tastbare, analoge wereld onmisbaar.

Dat moet ook wel de bedoeling zijn geweest van de boekwinkel: tastbare boeken van papier die je daar in de winkel kan kopen. Of minstens even de tijd nemen om over de geografie en het boek na te denken. Zou de app ook vanuit een vliegtuig kunnen werken? Meer dan genoeg denkstof voor een korte vlucht.

 

Verschenen op geografie.nl, 28 mei 2018

Serieuze nepkaarten in het nieuws

2018 April 18

Door de voortschrijdende mogelijkheden van kennis, technologie en data is de exclusiviteit van het maken van kaarten allang uit handen van de professional geraakt: (bijna) iedereen kan online kaarten maken. Dat heeft tot een enorme productie van kaarten geleid en het is bijna onoverkomelijk dat daar ook foute kaarten tussen zitten.

Maar die kaarten zijn van een heel andere categorie dan ‘fake news’, het nep nieuws waardoor onze maatschappij nu wordt uitgedaagd. Moeten we om verdere verwarring te voorkomen maar helemaal stoppen met 1 april grappen?

Foute kaarten

Op zich zijn foute kaarten niets nieuws. Bijna alle landen hebben kaarten vervalst, zegt kartograaf Kurt Brunner in Der Spiegel. Vanuit militair belang werden steden (enkel op de kaart) verschoven, moerassen als goed begaanbaar terrein aangegeven of kazernes weggelaten. Je kan er van op aan dat die kaarten bewust niet kloppen.

Er zijn ook fouten in de kaart geïntroduceerd, zo gaat het gerucht, doordat kartografen zich proberen te vereeuwigen op de kaart, en een toponiem naar zichzelf vernoemen. Dit verklaart menig “van Eck pad”, “Willems hoogte” of soortgelijk, die er in werkelijkheid niet bleken te zijn. Deze nepplaatsen dienden niet alleen ter voldoening van de kartograaf, maar het was ook een middel om de concurrentie – die van het type: alleen maar kopiëren wat een ander al in kaart heeft gebracht –  te achterhalen en voor de rechter te dagen.

Dat kaarten maken zo zijn beperkingen kent en dat het lastig is om geografische gegevens juist te visualiseren heeft Mark Monmonnier al jaren geleden laten zien. In zijn ‘How to lie with maps’ beschrijft hij hoe je foute kaarten kan voorkomen, want de auteurs van kaarten nemen het niet altijd even nauw met de waarheid achter de kaart. Zijn klassieker heeft recent een update voor het digitale tijdperk gekregen, zelfs ongelezen is dat een aanrader.

Nepkaarten

Nepnieuws en nepkaarten hebben aan de foute kaarten een nieuwe dimensie toegevoegd: het lijkt er hier niet alleen om het bewust overbrengen van verkeerde informatie te gaan, maar ook om juiste weergegeven informatie zonder enige schroom en argumentatie gewoon als nep te betitelen. In de trend van: die klimaateffectatlasover wateroverlast: een nepkaart! De Energie Transitie Atlas: nep! ‘Grote steden blijven achter bij afval scheiden’, kopt BNR met een kaart die het verhaal onderbouwt. Allemaal nep, nep, nep!

We moeten nepnieuws serieus nemen en de serieuze media doet dan ook. Misschien moeten we in dit tijdperk van nepnieuws dan maar stoppen met 1 april grappen, vraagt nu.nl zich af. Ik stel het tegenovergestelde voor: laten we vooral veel nepnieuws en nepkaarten maken, en juist voor 1 april. Het CBS gaat ons daarin al voor, met een kaart van ‘een voorproefje van de nieuwe gebiedsindeling die CBS vanaf volgende week gebruikt: nog maar één gemeente en de rest is provincie’ (Amsterdam en de Nederlandse woestijn…). Ik kijk al uit naar een grote groep nepkaarten op 1 april 2019. Het lijkt mij een uitstekende gelegenheid om (nep)kaarten in het nieuws te brengen.

Een didactische bijvangst

Een hele verzameling nepkaarten levert meteen veel lesmateriaal op voor leerlingen en studenten. Want onderscheid maken tussen nep en echt, tussen feit en fictie, is jong het beste geleerd. En van foute kaarten kan je ook heel veel leren. Hoe we nepkaarten van echte kaarten kunnen onderscheiden, het zou zomaar een nieuwe les voor het nieuwe schooljaar kunnen zijn.

Samen onderwijs bedrijven: nog geen voldoende

2018 February 28

Zo’n twintig leden van de vereniging GeoBusiness snelden zich recent met duidelijke verwachtingen naar de stad van het kadastraal middelpunt* van Nederland, voor een Werksessie van de Commissie Onderzoek en Onderwijs. De onderwerpen op tafel: welke bouwstenen of modules vinden deze professionals absoluut noodzakelijk voor vers afgestudeerden? Is het handig om een algemeen Geo certificaat vast te stellen, zoals dat in allerlei werkvelden al tot stand is gekomen? Een zinvolle bijeenkomst, die wel om snelle vervolgstappen schreeuwt. De gezamenlijke afstemming met het onderwijs kan namelijk beter.

Een lobby voor Geo

GeoBusiness Nederland, de branchevereniging voor bedrijven die werken met geo-informatie, neemt de relatie met onderwijs en onderzoek serieus. Het is zelfs een speerpunt geworden in de huidige lobbyagenda, naast een gelijkwaardig en eerlijk speelveld en economische groei. Voor onderwijs en onderzoek wordt de aandacht verdeeld over promotie van het vakgebied en ondersteuning van geo-opleidingen.

GeoBusiness wil nu een stapje verder gaan dan promotie en ondersteuning: samen onderwijs bedrijven. Dat leest misschien alsof de leden nu ineens zelf voor de klas willen gaan staan, als een soort van hybride docenten, maar dat is, naast een paar uitzonderingen, absoluut niet het geval. Wel willen we (ondergetekende tekent hier mede voor) meer zijn dan een promotor van goed onderwijs: het gaat om een goede aansluiting tussen onderwijs en het hele werkveld.

Het bijzondere van onderwijs blijft dat vrijwel iedereen het zelf heeft mogen ondervinden en dat we zo allemaal ervaringsdeskundige zijn. Het ‘kopje koffiegesprek’ gaat dan al snel over die docent van vroeger, die zo ontzettende boeiend lesgaf, maar die voor anderen juist aanleiding was om een andere studierichting te kiezen. Extra toepasselijk voor deze bijeenkomst: er was ook huiswerk vooraf. Met vragen als: wat wil je vandaag bereiken? Of wat zijn de vijf minimale competenties van de geo-professional en welke competenties mis je nu vooral, bij de nieuwe collega en de veteraan?

De brug tussen onderwijs en het bedrijfsleven

Wat hebben bedrijven (lees organisaties in het algemeen) nu met het onderwijs, en omgekeerd? Het zijn heel verschillende takken van sport, maar ze zijn tot elkaar veroordeeld: als afgestudeerden uit het onderwijs geen baan kunnen vinden in het werkveld, waarvoor ze zijn opgeleid, dan gaat er iets verkeerd. En omgekeerd, als organisaties behoefte hebben aan nieuwe kennis en vaardigheden, maar deze niet kunnen vinden bij jonge professionals, ook dan slaan we de plank mis. De mismatch, tussen wat opleidingen opleveren en waar organisaties behoefte hebben, stond deze middag centraal.

Terwijl geo als werkveld is verbreed, missen we juist de diepte in kennis, die voor sommige banen een vereiste is. Voor een aantal leden van GeoBusiness valt er gewoon niet aan vakbekwaam personeel te komen. Dat was al het geval voor er sprake was van een gespannen(of overspannen?) arbeidsmarkt. Geo moet sexy zijn, of minstens zo worden gebracht, kwam meermaals naar voren uit de discussie. Dat landmeten niet sexy zou zijn vind ik zelf onbegrijpelijk. Met weer of geen weer, er lekker op uittrekken, het te meten land tegemoet. Brat Pitt zelf gaf in Seven Years in Tibet al het goede voorbeeld (zie ook ‘Landmeters stralen op het witte doek’, Geo-Info).

De kloof tussen het onderwijs en het bedrijfsleven zal altijd blijven bestaan, ook al heeft het onderwijs iets bedrijfsmatig en wordt er in het bedrijfsleven ook kennis opgebouwd en doorgegeven. Het gaat er juist om deze kloof te overbruggen, de brug steviger te maken, gemakkelijk toegankelijk te maken, of beter te construeren zo u wilt.

Het goede nieuws is dat van vastgoed tot marketing, van ICT tot Geo, Media en Design: GIS en Geo-informatie komen in steeds meer opleidingen aan de orde. Wat weet je nu echt als je van een opleiding afkomt? Het is wel lastiger om te bepalen wie nu hoeveel en welke kennis van Geo heeft opgedaan. Daarnaast lijkt deze opgedane kennis steeds sneller te verdampen, omdat het geo-werkveld in de versnelling zit. Mogelijk kan een certificatieprogramma hier uitkomst bieden. In de Angelsaksische landen is zo’n certificaat al lang de norm (als voorbeeld: www.gisci.org) We hebben besloten deze mogelijkheid actief met de partners uit het onderwijs te onderzoeken.

Als Geo overal is

Nog vol in de actiemodus gingen de leden weer op weg. Ons tussenrapport geeft nog geen voldoende aan. We zijn nu in afwachting van een uitvoerig verslag, met een aanvullende actieplan, zodat we samen met het onderwijs, aan de slag kunnen.

De quote van de dag kwam van geo-veteraan Fred Janssen, “als Geo overal is, is het nergens meer.” Helemaal gelijk, pas dan is geo de normaalste zaak van de wereld. Tot we zover zijn is er nog genoeg werk aan de winkel. Aan een actieve bijdrage aan de Geoweek zal het niet liggen. Daarvoor hebben zich al meer dan tien leden van GeoBusiness aangemeld. Samen onderwijs bedrijven werkt het best als we er vroeg mee beginnen.

 

* Als je niet weet waarom Amersfoort een bijzondere plek is voor de landmeters van Nederland, dat is er toch wat fout gegaan bij je geo-opleiding.

Verschenen op 28 februari 2018 op www.geografie.nl