Skip to content

Van de kaart door topofilie

2017 August 1

Niet dat ik van plan ben om alle gezegdes met het woord ‘kaart’ in columns voor geografie.nl aan de orde te brengen, in kaart gebracht, zich in de kaart laten kijken, in de kaart spelen, et cetera, maar voor ‘van de kaart’ maak ik graag een uitzondering. Het is een vrije vertaling van de titel van Alastair Bonnet’s boek Off the map. Alastair neemt je mee op een ontdekkingsreis naar bijzondere plaatsen, die na ontdekking toch weer heel normaal blijken te zijn. Hij is niet de enige die uitnodigt om even van de kaart te zijn. Er is een ruim aanbod van boeken die geografische verbeelding oproepen. Ze zijn van harte aanbevolen, voor tijdens en na een zomervakantie.

Topofilie

Bonnet’s boek is eigenlijk een boek over de liefde, de liefde voor plaats (topofilie). In verhalen over 47 verloren gegane plaatsen, eilanden die nog van niemand zijn, dode steden et cetera dwingt de auteur de lezer anders tegen plaats aan te kijken. Hij neemt je mee op weg naar plaatsen die slechts op weinig kaarten staan, soms zelfs op geen enkele. Bijvoorbeeld naar spookeiland Sandy Island, dat op veel kaarten stond en zelfs Google Earth haalde, maar dat in november 2012 toch niet te vinden was. Zelfs het E.D. (existence doubted) waren de cartografen van toen vergeten op de kaart te vermelden. En naar het ineens opgedoken eiland New Moor, waarover India en Bangladesh zich druk maakten. Dat probleem loste zich vanzelf op, zodra het eiland van nature weer was verdwenen.

En wat te denken van Kangbashi (afbeelding bovenaan), als voorbeeld van de maakbaarheid van het stedelijk landschap, dat duidelijk zijn grenzen kent: we leven in een tijdperk van lege steden. Chinese stedenplanners lijken er een gewoonte van te maken om ‘steden zonder bewoners’ te plannen.  Maar zijn steden zonder bewoners wel steden?

In het hoofdstuk over enclaves wordt gesuggereerd dat de chitmahals, de Bangladeshi enclaves in India, in 1947 door een dronken Britse cartograaf zijn ontstaan: hij gooide per ongeluk zijn inktpot om toen hij de nieuwe grens intekende, met de chitmahals als resultaat. Voor niet-grens overstijgende gezondheidszorg vormen zij een serieus probleem. Baarle-Hertog en Baarle-Nassau ontbreken in dit hoofdstuk niet. Mocht de landsgrens daar dwars door je huis gaan: je betaalt belasting in het land waar je voordeur staat. Door die te verplaatsen kan je dus zomaar, volkomen legaal, in een gunstigere belastingschijf vallen. Leven in een cartografisch unicum, het voegt als vanzelf extra waarde toe aan je huis en het woongenot.

Plaats zegt zoveel over onze identiteit. En ook al hebben we behoefte aan mobiliteit en onze roots, misschien moeten we maar toegeven dat ook grenzen inspireren. Off the Map is een boek dat ons herinnert aan de tijden toen geografie een centraal begrip was voor moraliteit en religie. Het is uitermate geschikt om bij weg te dromen. Met mooie, en bijna niet te vertalen, zinnen als: ‘Unruly places that defy expectations. It is not down on any map. True places never are.’ en ‘The Discovery of non-existent places is an intriguing byway in the history of exploration.’ Zo is het maar net.

Plaatsen die op geen enkele kaart staan

Voor de professionele en amateur wegdromers van deze wereld heb ik nog meerdere werken in de aanbieding. In An Atlas of Countries that don’t existlukt Nick Middleton het toch om er vijftig te beschrijven. Hij herinnert de lezer aan de tijd dat de wereldkaart nog niet zo duidelijk verdeeld was over soevereine staten, maar juist veel witte plekken kende. Kolonisatie en dekolonisatie hebben zo zijn tol geëist, uiteindelijk ook op de kaart. Vrijstad Christiana, Kopenhagen’s hippiestad, Moresnet, de dwergstaat ten zuiden van het Drielandpunt, Atlantium, de microstaat in Australië, en Sealand, de booreiland-staat net voor de Engelse kust, ze komen allemaal aan bod, in een mooi vormgegeven boek dat net geen atlas is.

Umberto Eco ontdekt in De geschiedenis van imaginaire landen en plaatsen de plekken en landen waarvan veel mensen geloofden dat ze ook echt bestonden. In slechts 478 pagina’s, inclusief bronvermelding, gaat Eco veel verder dan Luilekkerland, Utopia of Atlantis: ook de Peutingerkaart, El Dorado, de wereldkaart van Ebsdorf, de (denkbeeldige) landkaart van de liefde en hartstochten, zelfs de kaart van het paradijs (en de andere kant op, die van de hel) komen aan bod. Een reis door het verleden vertelt door de verbeelding van toen.

Plaatsen die op geen enkele kaart staan. Je zal er maar wonen. In Paul Beaty’s De verrader pikt de hoofdpersoon het niet langer dat zijn stad Dickens alleen nog in zijn hoofd bestaat, en niet meer op de kaart. Zelf bebouwde kom-borden plaatsen en grenzen trekken (van die dikke witte strepen) bleek gemakkelijker dan een stedenband aangaan. Wanneer zelfs Tsjernobyl een partnership afwijst, dan weet je dat de kans om weer op de kaart verschijnen uitermate klein is. Uiteindelijk wint de volhouder – Dickens wordt weer in het weerbericht genoemd – en staat Dickens weer op de kaart.

Even van de kaart zijn

Even zonder richting, zonder bestemming, onbekend terrein, geen legenda of vooral: agenda. Voor geografen kan het best lastig zijn, maar het helpt altijd om weer op koers te komen. Bonnet, Middleton, Beaty, Eco en veel anderen bieden daarvoor een goede handleiding. Voor het ware van de kaart zijn is uiteraard geen handleiding, of kaart, noodzakelijk.

- geschreven voor geografie.nl, 7 juli 2017

In kaart gebracht in kaart gebracht

2017 June 5

Wat? Geen foutje in uw browser of een onoplettende eindredacteur, maar: er wordt in Nederland heel wat in kaart gebracht. Dat gegeven eens in kaart brengen lijkt mij wel gepast. In kaart brengen is een bezigheid waar slechts weinig organisaties om heen kunnen. Maar na een trotse aankondiging kom ik regelmatig geen enkele kaart tegen. Een gezegde als ‘in beeld gebracht’ of ‘in woorden verwoord’ zou dan beter passen. Teleurgesteld ben ik echter zelden. Voor de kaart bestaan alleen maar kansen.

Vervlogen tijden

Ver moet ik niet gaan om een trotse organisatie te vinden: de Vrije Universiteit meldt “Vondsten hobby-archeologen voor het eerst in kaart gebracht”. Het leest premièrewaardig en inderdaad: voor het eerst is het werk van hobby-archeologen systematisch in kaart gebracht. Gelukkig worden de vondsten niet enkel in een lijst gepresenteerd, maar ook in een kaart. In Loppersum is een Romeinse draadfibula gevonden en in Berkelland een vlamvormige bronzen speer-/lanspunt uit de Midden Bronstijd. Je dwaalt even door vervlogen tijden.

Een zoektocht naar “in kaart gebracht” gaat gemakkelijk met “Google Search”. Als er nieuws over “in kaart gebracht” op het web openbaar wordt gedeeld, dan krijg je daarover een (g)mailtje. Voor het gemak deel ik ze in categorieën: goed gedaan, dit kan beter. Een beknopte bloemlezing van wat je dan zoal tegenkomt:

Goed gedaan

Terrassen in Nederland

“Amsterdam de stad met de meeste terrassen van Nederland” kopt Foodclicks. Inderdaad, “Misschien niet helemaal verrassend”, want alles waar Amsterdam de meeste van heeft (bijvoorbeeld koffiezetapparaten) is meteen verdacht en niet wetenswaardig. Maar zelfs relatief wint Amsterdam, met 387 inwoners per hoofdstedelijk terras. Ik vermoed dat toeristen zich ook een plekje op een Amsterdams terras toe-eigenen. Er gaat overigens weinig boven het grootse terras van Drie Gezusters aan de Grote Markt in Groningen. Met 648 stoelen geldt dat terras van de als een van de grootste van Nederland (zie de kaart van Datlinq).

Zoet-en zout water

Voor de landbouw een belangrijk thema: de zoet- en zout waterverdeling in de ondergrond. De provincie Zeeland en waterschap Scheldestromen brachten het “exact” in kaart. “Door met behulp van een kaart inzichtelijk te maken waar zoet water zich bevindt of waar dit het beste kan worden opgeslagen, kunnen boeren bewuste keuzes maken in gewassen en wateropslag”. Voor de professional is de achterliggende data als open data ook te downloaden, het Waterschap Scheldestromen tekent voor de visualisatie (zie de kaart van Scheldestromen).

Geluk in kaart

De Atlas voor Gemeenten heeft voor het eerst het geluksgevoel per gemeente in kaart gebracht in de Geluksatlas 2017, meldt de NOS. Inwoners werd gevraagd om een oordeel te geven over het lokale geluk, met de atlas als resultaat. Voor wie het wil weten: de inwoners van Ede zijn het gelukkigst, met dank aan het christendom, volgens het Reformatorisch Dagblad. Ik vraag me wel af of je geluk “gemiddeld” wordt als je dichtbij de grens van twee gemeenten woont. Volgens de NOS kaart is het geluksgevoel op de Waddeneilanden, buiten Texel, “onbekend”. Dat kan ik wel weer plaatsen.

Dit kan beter

Albatrossen tellen vanuit de ruimte

“Wetenschappers tellen albatrossen in Nieuw-Zeeland vanuit de ruimte”, meld nu.nl Het is alsof de veldwerkers tijdelijk naar een satelliet zijn verplaatst. Geen kaart te vinden op nu.nl, het achterliggende wetenschappelijk artikel is wel met kaarten verrijkt. Zeker interessant, want gezien vanuit een satelliet zijn albatrossen slechts enkele pixels groot. Wat je allemaal niet ziet vanuit een satelliet*.

Afvaldumpers kunnen vrijwel niet gepakt worden

Met 3188 meldingen (!) van illegaal dumpen van afval is zeker een indrukwekkende kaart te maken. De gemeente Sittard-Geleen brengt de hotspots van afvaldumping al in kaart, nu nog openbaar delen zodat we er met z’n allen wat beter op kunnen letten. De pakkans (nu 1.4%) kan alleen omhoog.

De staat van het Nederlands

“Meer dan 6.500 mensen hebben deelgenomen aan het panel en een vragenlijst ingevuld om zo de staat van het Nederlands in kaart te brengen.”, schrijft het Meertens instituut. Zeker een relevant onderwerp, wie spreekt er waar en wanneer Nederlands en hoe verandert dat door de tijd heen. Bij zo’n onderwerp verwacht je veel woorden, meer dan een enkele kaart naast de vele grafieken, kan ik in het onderzoeksrapport niet ontdekken.

 

Kansen voor de kaart

Niets is veilig voor het in kaart te brengen. Zo schrijft Marek Šindelka in “Anna in kaart gebracht” : “Met de kaart van jou in zijn handen kon hij naar willekeur door jouw wereld wandelen”. Wat de kaart al niet mogelijk maakt.

Dank de dagelijkse meldingen van Google Search kan ik nog wel even doorgaan. Er zijn veel verschijnselen, waarvan we weten dat ze dankzij kaarten zoveel beter inzichtelijk zouden worden.  Genoeg kansen dus om de wereld beter te begrijpen. Dat is goed nieuws voor hen die dat ook met daadkracht voor elkaar kunnen krijgen.

*vriendelijk geleend van de inaugurele rede van  prof. dr. S.M. de Jong, dd. 16 september 1999, Universiteit Wageningen.

verschenen op www.geografie.nl, 23 mei 2017

Lanceer je carrière tijdens de aardwetenschappelijke loopbaandag

2017 April 30

Het is zo’n kreet die gewoon nog een paar maanden door blijft echoën: de aardwetenschappelijke loopbaandag, voor professionele organisaties en honderden studenten. Het tweejaarlijks event vond plaats op een druilerige vrijdag in februari en recent ben ik een groep deelnemende studenten weer tegengekomen. Dat ‘loopbanen’ kwam meteen weer aan de orde. Ik heb een paar tips in de aanbieding, want voor mij mag de dag internationaler worden en vaker plaatsvinden.

Vol programma

De loopbaandag zelf bestond uit lezingen, workshops en een debat. Er was ook de mogelijkheid om je cv te laten pimpen checken en jezelf professioneel op de foto te zetten, voor je online profiel. Een greep uit het aanbod van de workshops: ‘Solliciteren doe je zo!’ door Geodan (oefenen helpt zeker), ‘Help mee de Randstad droog te houden’ door Hoogheemraadschap van Rijnland (een typisch Nederlandse uitdaging). TNO bood de gelegenheid om in groepen een aardgasveld te onderzoeken, met als doel het volume en de beste productiemethode bepalen en daarna een impactanalyse voor het milieu en de leefomgeving. Veel actueler en relevanter kan het niet worden.

Tijdens de pauze was de beursvloer overvol, met vertegenwoordiging vanuit een breed spectrum: van Shell tot Geometius, en van de Nederlandse Geologische Vereniging tot Tata Steel. Mocht je deze dag hebben gemist, dan hebben we altijd de foto’s nog.

T-profiel

Ergens suggereert ‘loopbaan’ dat je als young professional net als een satelliet in een vaste baan om de aarde wordt gelanceerd. Dat carrières niet zo regelmatig verlopen zal niemand verbazen.  Over het onderwerp loopbaan claim ik geen expertise, maar als vanzelf raak je tijdens zo’n dag in gesprek over adviezen voor een vervolgstudie of stage, met vragen als ‘wat zijn de grootste valkuilen tijdens een sollicitatie gesprek’ of ‘wat waren uw grootste misconcepties of fouten in uw carrière (tot nu toe)’.

Als ik dan toch iets mag toelichten, tip ik graag het T-profiel. Het idee ben ik ooit bij IDEO tegengekomen. Mijn vertaling: een profiel waarbij je twee competenties laat kruisen: in de verticale competentie heb je je echt verdiept (bijvoorbeeld: kennis van de diepere ondergrond), in het horizontale heb je je gespecialiseerd (bijvoorbeeld: het beheer van softwareprojecten).

Waar die twee kenniscomponenten bij elkaar komen, daar zit je goed: een T-balk is ook veel steviger dan een enkele plank. Handig als een werkgever juist daarnaar op zoek is. Daarnaast: wees alert en bereid om meer van dit type T-profiel op te pakken (zoals: goed in communiceren over projecten die over de diepere ondergrond gaan).

Voorbij de saaie naam

De aandacht voor geo en de aarde lijkt zich als een positief virus over steeds meer faculteiten te verspreiden, maar nergens gaat deze aandacht zo de diepte in als bij de geosciences. Of de naam Aardwetenschappelijke loopbaandag daarbij helpt? Het is zo’n 3x woordwaarde woord, dat niet spannend leest, maar wel veel punten oplevert. Aan het woord ‘aarde’ kan het niet liggen, wie heeft daar nu geen interesse in? Misschien komt het door het ‘wetenschappelijke’?

Er is weinig nationaals aan een studie over de aarde te bedenken, dus een Engelse beschrijving van de dag zelf is zeker op zijn plaats. Blijkbaar deelden de organisatoren mijn bedenkingen en prijkte bij aankomst al een Earth Science Career Event op de posters. Dat klinkt meteen stukken hipper en avontuurlijker. Een goede zet!

Mijn mega tip

De loopbaandag is ongetwijfeld een uitstekende gelegenheid om je carrière te lanceren. Het team achter het event, bestaande uit studenten van de Vrije Universiteit van Amsterdam en de Universiteit Utrecht, kan nog steeds terugkijken op een succesvol event. Voor een volgende editie heb ik een aantal tips in de aanbieding: als er zo weinig nationaals aan de studie van de aarde is, mag het event dan ook internationaler? En mag het dan ook een jaarlijks festijn worden, voor meerdere studenten van meerdere faculteiten?

En over die misconcepties: ooit dacht ik na een eerste diploma uitreiking (HTS landmeetkunde, differentiatie kartografie), het is mooi geweest, mij zien ze niet meer terug. Drie jaar later zal ik alweer in de schoolbanken. Dat een ander perspectief (van de T) zo snel kan lokken had ik zwaar onderschat. Mijn mega tip: bereid je maar voor op een leven lang leren.

Geschreven voor Geografie, 18.4.