Skip to content

Verbaaskaarten in de media en op school

2019 December 1
by Jw

Het goede nieuws: kaarten hebben het tij mee. Door een overvloed aan data en visualisatietechnologie mogen meer lezers van meer kaarten genieten. En dankzij de digitale media komen de kaarten allemaal uit een computer, dus moet de kaart wel waar zijn.

Maar technologie maakt geen kaarten en bij een snelle kaart ligt een ruimtelijke denkfout al gauw in het verschiet. Enige verbazing over wat en hoe op kaarten wordt verbeeld is op zijn plaats. Het is absoluut geen klacht die een lezersbrief waard is. Hoe meer kaarten verbazen, des te beter. Zolang ze de lezer van de kaart maar aan het denken zetten.

Huurprijzen door een provinciebril

‘Huren in de vrije sector: waar ben je duur uit?’, kopt de Telegraaf. Met andere woorden: waar stijgen de huren en waar niet? In de bijgaande kaart staan de provincies en een aantal grote gemeenten gezamenlijk afgebeeld. Volgens de bron Pararius winnen de middelgrote steden in de buurt van grotere steden aan populariteit.

Dat de huurprijzen per provincie behoorlijk zullen verschillen verrast niemand. Maar is het wel handig om met de provinciebril op naar prijsverschillen in huur te kijken? Zijn daardoor kleine provincies niet minstens visueel in het nadeel, gezien grote provincies op zo’n kaart meer impact maken? Friesland komt er wel erg negatief (-10 procent lagere huurprijs) uit, terwijl buurprovincie Drenthe behoorlijk in de plus staat (9,3 procent). Is de spreiding van de huurobjecten gelijk verdeeld over de hele provincie, of speelt de factor (hoofd)stad hier ook een rol? En vinden Drentenaren de huur wel duur?

Tegeltuinenstress

Wateroverlast en hittestress zijn redenen om tegels uit de achtertuinen te halen. ‘Ruim een derde van de tuinen bestaat uit tegels: “Risico op wateroverlast”’ (AD) tot ‘Emmen en Borger-Odoorn meest “versteend” (en dan gaat het niet om hunebedden)’ (RtdDrenthe). ‘Almere heeft van heel Nederland de meeste betegelde tuinen’, meldt mijn lokale omroep. Bij nader onderzoek blijkt vooral Almere Poort de boosdoener: maar liefst 86,3 procent van de tuinpercelen daar zijn ‘bestraat, bebouwd of kaal’. Toch verrassend dat zo’n nieuwe parel in de polder ondanks betrokken bewoners, gemeenten, projectontwikkelaars, bijna geheel versteend wordt opgeleverd.

Is het mogelijk dat er in Almere Poort gewoon nog relatief veel kaal bouwterrein (zonder gras) ligt en dat deze als tegels worden meegeteld? Gaat het enkel om de privétuinen of telt de gemeentelijk tuin hier ook mee? Zelfs het buitengebied van Dronten, 67,6 procent van het tuinoppervlak bestraat, bebouwd of kaal, moet eraan geloven. Past hier de gemeentegrens, als bril om naar het verschijnsel te kijken, wel, of moeten we door een woonkernenbril naar tegeltuinen kijken? Hittestress en wateroverlast spelen vast minder in het buitengebied.

Worstelen met stikstof

‘Gemeenten worstelen met stilgelegde projecten door stikstofuitspraak’ aldus de NOS op 9 september. Van een afstandje geeft een blik op de kaart vooral het beeld van een grijs landschap met ‘vragen niet beantwoord’ weer. Hoe (in)compleet moet een dataset zijn, voordat je deze nog aan een kaart kan toevertrouwen?

De gebruikte visualisatie verleidt de lezer naar het aantal projecten, dat per gemeente gevolgen van de stikstofuitspraak ondervindt, te kijken. Maar is het aantal projecten wel relevant? Een project met 100 huizen heeft toch een heel ander effect dan 5 projecten met 10 huizen. En wat te denken van plannen in de landbouw of industrie. Telt daar ook enkel het aantal projecten?

Ruimtelijke denkfouten

Wat samen op een kaart wordt afgebeeld suggereert voor de lezer meteen een onderlinge relatie. Die suggestie is niet altijd terecht. Verbazingwekkende kaarten ontwerpen, het is een goede opdracht voor studenten sociale geografie of Geo, Media en Design: breng verschijnselen in kaart, die weinig met elkaar gemeen hebben (bijvoorbeeldkaart boven artikel: roken en dicht bij een bibliotheek wonen). Er kleeft meteen een schijn van waarheidsvinding aan de kaart. Maar de doordenker doorziet al snel de fout: is het mogelijk dat op grotere afstanden van een bibliotheek minder wordt gerookt, omdat daar minder mensen wonen?*

Misschien past zo’n opdracht ook bij leerlingen? In grote steden worden meer stemmen uitgebracht dan in kleine dorpen, in steden zijn meer goed geïsoleerde huizen, rond scholen met weinig aardrijkskundedocenten worden minder leerlingen tot geografisch denken aangezet. Door de kaart heen kunnen kijken en denken, het blijft een belangrijke competentie.

 

*met dank aan Bart Kloostra, student Geo, Media en Design.

 

Verschenen op geografie.nl, 19 november 2019.

Wegwijs worden in de geosector

2019 September 22

Wie terugdenkt aan een eerste studiejaar, en zich het beeld van een toekomstig werkveld nog kan herinneren, begrijpt meteen dat er tussen toekomstbeeld en realiteit een aardige kloof kan ontstaan. Om die twee perspectieven zo goed mogelijk op elkaar aan te laten sluiten, verkennen studenten Geo Media en Design (GMD) tijdens het eerste studiejaar meteen de sector waarin zij later mogelijk werkzaam zullen zijn.

Zo’n verkenning schreeuwt om een dataset, zeker bij een studie als GMD. En die dataset nodigt als van nature uit tot allerlei geografische vragen over geosector zelf. Wegwijs worden in de geosector is niet alleen voor de studenten leerzaam, ook potentiële werkgevers en het onderwijs kunnen er hun voordeel mee doen.

Ondernemend in de geosector

Onder de geosector verstaan we alle organisaties die zich structureel met geo-informatie bezighouden. Met andere woorden: als de digitale kaart niet werkt, dan staan belangrijke delen van de organisatie stil. Tijdens de module Ondernemend in de geobranche ontdekken studenten wat de maatschappelijke betekenis van geo-informatie is en welke rol geo-informatie binnen organisaties kan spelen. Ze herkennen relevante ontwikkelingen en passende ideeën voor innovatie. Een dataset van organisaties, die is samengesteld dankzij open data van de GeoBuzz-beurs, het innovatieprogramma Ruimte voor Geo-Informatie en GeoBusiness Nederland, dient als basis voor deze ontdekkingsreis.

Als eerste stap om tot inzicht in de geosector te komen zijn de organisaties in categorieën ingedeeld: overheid, bedrijfsleven of onderwijs en onderzoek. Categorieën helpen om een sector te verduidelijken, maar ze roepen tegelijkertijd ook vragen op. Wat te denken van bedrijven die een hbo-opleiding in de markt zetten of van onderwijsinstituten, die betaalde afstudeeropdrachten aan de man brengen? Is het GeoFort een bedrijf dat namens de overheid het onderwijs inspireert?

Voor de leerervaring van de studenten is een beetje verwarring alleen maar toe te juichen.

De verzamelde dataset van organisaties is aangevuld met andere kenmerken, zoals grootte van de organisatie, type overheid, organisatievorm. Deze verrijkte dataset maakt nieuwe geografische analyses, waarbij we voorbij de punten op de kaart kijken, mogelijk: waar komen de bezoekers van de GeoBuzz vandaan en verschillen deze patronen voor overheid, bedrijfsleven en onderwijs? Vanuit welke regio’s zouden we volgende jaar nieuwe deelnemers kunnen interesseren?

De edities van de dataset van de komende jaren zullen een extra dimensie, tijd, toevoegen en zo nieuwe geografische analyses mogelijk maken: waar verandert de betekenis van geo-informatie voor de maatschappij, bijvoorbeeld dankzij circulaire economie en energie transitie? Welke organisaties zijn nieuw gestart en welke zijn er verdwenen? Is er een infrastructuur van regionale clusters van samenwerking, een geovalley, te ontdekken en zo ja, waarom is die daar ontstaan?

Wegwijs in het onderwijs

Een belangrijk doel van de dataset: studenten enthousiast maken over een werkveld, waaraan zij zelf graag een bijdrage willen leveren. Het GeoLab van de Aeres Hogeschool, dé locatie voor praktisch onderzoek naar de toepassing van geo-informatie, staat open voor inspirerende geografische vragen en antwoorden. Dat is ook voor potentiële werkgevers, die ruimte bieden aan ondernemende studenten en potentiele nieuwe medewerkers, interessant. Om de promo voor het GeoLab compleet te maken: over die vragen gaan studenten en docenten graag persoonlijk het gesprek aan. Dat kan voor geo-professionals tijdens de aanstaande Esri GIS Conferentie en de GeoBuzz. Tijdens de KNAG Onderwijsdag gaan we graag het gesprek aan over geografische vragen voor het voortgezet onderwijs: op welke scholen doen hoeveel leerlingen eindexamen en in welke vakken? Zijn er regionale invloeden te ontdekken? Wat betekent dat voor mogelijke vervolgopleidingen? Wij kijken nu al uit naar de mogelijke analyses en visualisaties!

Tegen de tijd dat deze studenten afstuderen, zal de realiteit van een werkveld alweer aardig zijn veranderd. Zelfs de doorgewinterde geo-professional krabt zich regelmatig achter de oren, over wat blijft en wat is veranderd. Een nieuwsgierige houding van (young) professionals is daarom van belang. Precies wat we met het GeoLab willen bereiken. Inzicht in de geosector, het kan niet vroeg genoeg worden gestimuleerd.

Verschenen op geografie.nl, 11 september 2019.

Een waardeloze* kaart

2019 April 17
by Jw

Het was zomaar een opmerking die ik opving vanuit een groepje studenten: wat een waardeloze kaart! De opdracht: beoordeel deze kaarten, bijvoorbeeld op basis van kleurgebruik en het gebruik van cartografische grammatica. Geen waardeloze opmerking van de studenten, want het is er juist een die je aan het denken kan zetten. Bestaat een kaart zonder waarde?

Wat is waarde?

Dat sterretje* verwijst voor mij altijd nog naar: geef eerst maar eens een definitie. De eerste definitie van waarde die dan al snel naar voren komt: prijs. Misschien is dat prijsdenken veroorzaakt door de WOZ-waarde van onze woningen, die erg strak in euro’s wordt uitgedrukt.

Marketingafdelingen hebben dat al lang door: van bijna hetzelfde product met een veel hogere prijs, wordt de waarde als veel hoger ervaren. De klant betaalt er graag voor. Het tegenoverstelde is dan ook waar: producten en diensten waaraan geen kosten zijn verbonden, worden als waardeloos, zonder waarde, gezien. Maar klopt dat wel?

OpenStreetMap, de kaart van iedereen en van niemand, wordt door veel amateurs en professionals ondersteund. Het project spoort iedereen aan om een kleine of een grotere bijdrage te leveren, zodat de data voor iedereen gratis, zonder kosten en zonder andere verplichtingen, ter beschikking kan worden gesteld. En toch heeft de kaart een unieke waarde: fietspaden en olifantenpaadjes, de ongeplande afkortingen in het stedelijke landschap, zijn vaak beter te vinden op OpenStreetMap dan op andere kaarten.

Heeft een luchtfotokaart een andere waarde dan de kaart die dankzij een eeuwenlange landmetertraditie met zorg is samengesteld? Wordt de prijs van de kaart gebaseerd op de productiekosten of op wat we ervoor over hebben? Dat laatste wordt dan onder andere bepaald door de mate van uniek zijn en een passiefactor: zo ‘verdient’ een zeldzamere kaart van onze eigen omgeving een hogere prijs.

‘Gratis en voor niets’ heeft ergens ook weer zijn waarde: we voelen ons erdoor aangetrokken. We lijken gewoon wat sneller te reageren op het begrip gratis, in de trend van baat het niet dan schaadt het niet. Maar bepaalt de waarde de prijs, of bepaalt de prijs de waarde? Is de waarde van de Klimaateffectatlas wel in euro’s uit te drukken?

Hoe waardevol is de kaart?

Je zou kunnen stellen dat de waarde van kaarten erg van tijdstip en locatie afhankelijk is. Want hoe bepaal je de waarde van de route naar de dichtstbijzijnde oase, als je midden in een woestijn bent? Of, dichter bij huis, van het juiste coördinaat waar de ambulance binnen 15 minuten moet aankomen? En verschilt die waarde mogelijk voor de zorgverzekeraar, de ambulancebestuurder en de patiënt?

Een kaart met een ‘antiek filter’ interpreteren we meteen als ouderwets

Kan een kaart eigenlijk wel zonder waarde zijn? Kaarten zijn natuurlijk niet waardevrij – altijd lastig, die woorden met meerdere betekenissen. Als je waarde interpreteert als ‘je eigen waarden, je eigen (voor)oordeel’, dan kent de kaart juist veel perspectieven. Auteur én lezer van een kaart nemen de eigen waarden mee bij het tot stand komen en interpreteren van een kaart. Het is goed te overdenken wat een auteur, bewust en onbewust, weglaat uit de kaart. Helemaal zonder waarde interpreteren is wel heel erg lastig. Een kaart met een ‘antiek filter’ interpreteren we meteen als ouderwets, zie afbeelding bovenaan, terwijl deze gisteren kan zijn geproduceerd.

Een waardeloze kaart? Ik ben er nog geen tegengekomen. Waarde heeft zoveel perspectieven. Misschien dat de studenten er nog een paar kunnen bedenken. Of ze de waarde van het leren daarvan inzien?

 

Voor wie zich afvraagt hoe we tegen de waarde van alles aankijken: Mariana Mazzucato ontleedt ons waardedenken. Voor slechts 30,99 euro (paperback), rond de prijs van een jaarabonnement van de gemiddelde bibliotheek.

Geschreven voor geografie, 9 april 2019.