Skip to content

Spreekt u kaarts?

2017 February 19
by Jw

Regelmatig mag ik een gastles verzorgen over wisselende onderwerpen. Onafhankelijk van het onderwerp ga ik bij de inleiding graag in op de taal van grafieken en kaarten. Dat die een ‘eigen’ taal hebben, met semantiek en grammatica verrast menig toehoorder. De juiste toepassing maakt het juiste begrip bij de lezer van de kaart en de grafiek mogelijk. Maar ook al maken we goede afspraken over die grafische taal, overtredingen van die afspraken liggen gewoon op straat. En dat geeft te denken.

De juiste kaart

Het doel van zo’n gastles is naast informeren toch vooral inspireren en aan het denken zetten. Dat kaarten en geografie ‘mijn ding’ zijn, demonstreer ik aan de hand van een aantal concrete voorbeelden: dat kaarten uitnodigen tot ontdekken, dat ze je laten afvragen wat er juist niet op de kaart is gezet en wat dan die perfecte landcaerte mag zijn. Zelf heb ik nooit stilgestaan bij de taal van kaarten totdat ik met het werk met Jacques Bertin in aanraking ben gekomen. Zijn Semiology of Graphics (de betekenisgeving van grafische elementen, vrij vertaald) was toen al een klassieker. Om het maar meteen praktisch te brengen: wat is de juiste manier om gegevens in een kaart weer te geven? Hoewel tegenwoordig software de gebruiker zoveel mogelijk de juiste kant van de weergave op duwt, lukt het toch nog menig gebruiker om dat met succes te omzeilen. Dat kan tot problemen bij de interpretatie van de kaart leiden.

Onduidelijke verkeersborden

Nog beter dan aan hand van kaarten laat die grammatica zich uitleggen door verkeersborden. Zolang het doel van het bord wordt bereikt is er niets aan de hand. Maar sommige borden bereiken enkel verwarring, dat kan niet het doel zijn. Wat bedoelen we nu precies met een bord? Welke afspraken hebben we met elkaar gemaakt?

De afspraak (conventie zo u wilt) voor een verbodsbord: een rond wit bord met een rode rand. In het midden is een symbool afgebeeld met wat verboden is. Voor de duidelijkheid: het symbool staat symbolisch voor een grotere groep: als het symbool op een dobermann lijkt, dan wordt daarmee alle honden bedoeld, en niet alleen de dobermannen. Zo wordt met deze ‘verboden te bellen’ alle mobieltjes bedoeld, maar wie heeft er nog zo’n koelkast?

De variatie van de symbolen op straat verbaast mij regelmatig. Kleuren hebben sterke associaties. Zo is rood met ‘pas op’ of ‘verboden’ en groen met ‘ga uw gang’ of ‘goed zo’ verbonden. Waarom zou je dan iets willen verbieden met de kleur groen? Onze hersenen krijgen zo een tegenstrijdige boodschap. Een aantal voorbeelden: verboden voor honden, met een groen bord, niet betreden, op een keurig groen bordje, verboden de flora aan te raken, op een groen bord. Wellicht staat een rood bord lelijk in de groene ruimte?

Een goed voorbeeld van hoe het wel moet: stinkende sokken verboden. Zeker geen formeel verkeersbord, maar toepasselijk in menige studieruimte zo vlak voor de tentamens. Maar de combinatie van meerdere borden is al snel verwarrend: hier geen sigaretten, ijs, friet en kauwgom. Bedoelen we alles apart of juist gezamenlijk? Met de kauwgom laatste had de ontwerper zichtbaar moeite: hoe beeld je nu kauwgom herkenbaar af? Ook deze zet je echt aan het denken: je mag hier niet zijn, en je mag hier ook niet vissen. Wat zou je hier verder nog allemaal niet mogen?

Staat een rood bord lelijk in de groene ruimte?

Symbolen zijn dus net als woorden en zinnen onderdeel van een taal, de grafische taal. Maar omdat symbolen mogelijk niet meteen duidelijk zijn, plaatst menig verkeersbordenmaker ter ondersteuning er gewoon een uitleggend tekst bij: Fietsen die niet in rekken worden geplaatst worden verwijderd (want: Verboden fiets te plaatsen), Niet roken en Geen fietsen plaatsen (in beeld en woord), en Geen Ballonnen (want: Geen Ballonen). Die laatste uitleg maakt het niet echt duidelijker. Waar en waarom mag je hier geen ballonnen hebben?

Voor de geografen onder ons: hoe ver reikt de betekenis van zo’n bord? Betekent het ‘vanaf hier en niet verder’ of ‘in de grove omgeving van dit bord’. Hier is iedereen duidelijk dat je op dat bord je fiets niet mag parkeren. Eromheen mag dat wel. Soms draaien de ontwerpers van verkeersborden wat door. Je vraagt je dan af wat je hier nu wel mag. Genoeg perspectieven om eens over het juist gebruik van symbolen na te denken.

Na zo’n inleiding over de taal van verkeersborden word ik er regelmatig op gewezen dat ik die liefde deel met Paulien Cornelisse. In een tv fragment verbaast deze auteur van een boek uit taalnurdia zich onder andere over het mannetje van de oversteekplaatsen. Er blijken hele verhalen achter deze verkeersborden schuil te gaan. Ik denk dat er zomaar een nieuwe boek mee te vullen is.

Lieggrafieken

Het bewust misgebruik van (karto)grafische grammatica is liegen. Grafieken die zo ontstaan worden door Hans Wisbrun passend lieggrafieken genoemd. Kaarten liegen altijd een beetje, maar goede kaarten doen dat homogeen: overal met dezelfde mate. Als verbeelders van de werkelijkheid moeten ze die werkelijkheid wel vervormen om een verhaal te kunnen vertellen. En ze lopen altijd achter op de werkelijkheid. Het standaardwerk om inzicht in liegkaarten te krijgen : How to lie with maps door Mark Monmonnier. Sterk aanbevolen, niets aan gelogen.

Naar verwachting zal er tijdens de aanstaande verkiezing ook weer menige lieggrafiek en liegkaart als waarheid worden gepresenteerd. Maar als je de taal van de kaart spreekt, dan kijk je daar zo doorheen. Overigens, aan het begin van een gastles vraag ik iedereen welke taal ze vloeiend spreken. Ik hoop dat op een dag “de taal van de kaart” voorbij komt. Missie geslaagd.

Geschreven voor geografie.nl, 10 feb 2017

Weten wat waar is

2016 December 31

Geodesie, een wetenschap die zich bezighoudt met de bepaling van de vorm en de afmetingen van de aarde, houdt zich in een ruimere definitie ook bezig met wat waar is: waar objecten zich bevinden en op welke hoogte. Het is daardoor een fundament voor en sleutel tot vele andere wetenschappen, die zonder de geodesie maar lastig een bijdrage aan kennisverwerving zouden kunnen leveren. Dat nauwkeurige hoogtemeting voor Nederland van belang is behoeft geen verdere toelichting. Maar ook internationaal leidt het tot interessante inzichten.

Precisiewaterpassen

Voor hen die exact willen weten wat waar is en op welke hoogte, organiseerde het Nederlands Centrum voor Geodesie en Geo-informatica (NCG), onlangs een symposium. Het middagprogramma ging met onderwerpen als SAR interferometrie, een radar techniek voor deformatiemeting, en automatische objectherkenning redelijk de diepte in. De plenaire Baarda lezing was wel voor een breed publiek toegankelijk, ook al mocht een formule, dit keer een covariantie matrix van standaard deviaties, volgens Berhard Heck bij een wetenschappelijke presentatie niet ontbreken.

Vermessungsarbeiten

Landmeten zelf lijkt soms ook een vakantiebestemming

Professor Heck, Karlsruhe Institute of Technology, ging in op de geologisch recente bewegingen van de aardkorst in de Boven-Rijnse Laagvlakte, de vlakte tussen Frankrijk, Zwitserland en Duitsland, tussen de Vogezen en het Zwarte Woud. Mogelijk was het u nog niet opgevallen op weg naar uw vakantiebestemming in de Zwitserse Alpen, maar even onzichtbaar als de geodesie zelf, is dit gebied in beweging. Een team van zijn instituut is er in geslaagd om meer dan honderd jaar metingen van precisiewaterpassen te combineren met recentere metingen vanuit satellieten. Nadat deze metingen dankzij statische methoden in samenhang werden gebracht, kon een jaarlijkse daling van 0,5 milimeter per jaar worden vastgesteld. Dat is ook geologische gezien niet niks.

Een tektonische verplaatsing is typisch zo’n fenomeen waarbij de natuur zich weinig aantrekt van nationale grenzen. Heck eindigde daarom met de opmerking dat internationale samenwerking en interdisciplinair (niet slechts multidisciplinair) in geodetisch onderzoek en praktijk een must is. Hier is geen ruimte voor nationale pogingen om tot een dergelijk zinvol resultaat te komen.

Onzichtbaar Nederland

Weten wat waar is komt ook bij het VPRO programma Onzichtbaar Nederland aan de orde. Wederom een fantastische serie voor geografisch Nederland en ver daarbuiten. De stad, water, industrie, voedsel, veiligheid: het zouden zo hoofdstukken uit een aardrijkskunde lesmethode kunnen zijn, of sluiten daar minstens goed bij aan. Geschiedenis en aardrijkskunde op een 21ste-eeuwse manier, schrijft Han Lips in het Parool over de serie.

onzDe programmamakers nodigen heel Nederland uitdrukkelijk uit om kennis over zichtbaar en onzichtbaar Nederland op te doen. Niet alleen op tv of via uitzending gemist, maar ook door een online spel, Waar is dit? Bij dat spel krijgt de geïnteresseerde kijker voorafgaand aan een nieuwe uitzending al de gelegenheid om de eigen kennis te toetsen: waarom het Groningse Leek juist dáár is ontstaan (en wanneer). En dat de nu gedempte Dokhaven een eeuw lang als haven dienst heeft gedaan. En waar ‘afval aan de Rijn’ ook al weer ligt. Dat prikt toch lastiger op de luchtfoto (zonder bijschrift) dan op een topografische kaart (bij 1,4 kilometer ernaast krijgt je tien punten, een misser van 60 kilometer levert terecht niets op). Spelenderwijs het onzichtbare zichtbaar maken, is dat niet juist de taak van een geograaf?

Er is niet alleen aandacht voor een historisch perspectief, ook aan de toekomst is gedacht, al klinkt menige voorspelling als een Plan Buma uit het verleden: ‘een gezonde veilige stad betaal je met je privacy’ en ‘alles stroomt door de cloud. Waar we ons bevinden, wat we doen, wat we denken.’ – Ik dacht het niet, maar ik kom er graag op terug in het nieuwe jaar.

Wat wáár is?

De Geodesie geeft niet exact weer waar wat is, maar doet dat binnen een geaccepteerde nauwkeurigheid. Waar gemeten wordt, worden nu eenmaal fouten geïntroduceerd. Zolang deze fouten binnen de geaccepteerde grenzen blijven, komt de brugpijler of damwand nog wel op de juiste plaats te staan. Net als echte fundamenten van een bouwwerk doet de geodesie redelijk onzichtbaar haar werk. Architectonische prijswinnaars roemen zelden de fundering, waarop een kunstwerk is gebouwd. Maar af en toe gepaste aandacht voor de geodesie is met zekerheid op zijn plaats.

Het is mogelijk een beroepsdeformatie, maar pas teruglezend realiseerde ik me dat je de titel van deze column ook anders kan lezen, met ‘waar’ als in ‘waarheid’. De wetenschap die over de waarheid gaat, dat neigt naar wetenschapsfilosofie. Ook hier gaat het om een benadering van de werkelijkheid, binnen een geaccepteerde nauwkeurigheid. Maar is die werkelijkheid wel exact af te beelden? Bestaat er een geografie van kennis of weten? Geodesie als waarheidsvinding in het kwadraat? Dat mag best bekender worden in het nieuwe jaar. Typische eindejaar gedachten, en genoeg stof tot nadenken.

Ik wens u veel ‘weten wat waar is’ voor het nieuwe jaar.

Geschreven voor geografie.nl, 20 december 2016.

Ik hou niet van AK – Viva Geografia!

2016 December 16
by Jw

De ruimtelijke spreiding van aardrijkskundegeïnteresseerden was op vrijdag 11 november in Den Bosch geconcentreerd (dank voor het inzicht, Bart Haerkens) en ook ik mocht voor het eerst bijdragen aan dat migratiepatroon. Al werden er hier en daar donkere toekomstwolken geschetst, met een uitverkochte zaal en enthousiasme alom mag het KNAG die toekomst zelfverzekerd tegemoet treden. Maar wie of wat is AK? Dat vroeg ik me meteen bij het zien van de eerste t-shirts af. En helpt AK wel bij die toekomst?

Plenaire programma

Het lukte KNAG voorzitter Yves de Boer vrij snel om ‘zo’n grote klas van negenhonderd deelnemers ineens stil te krijgen’. Hij begon met het goede nieuws, een uitverkocht congres, al 24 GeoFuture scholen, de elfde Geoweek, maar gaf daarna aan dat de positie van aardrijkskunde onder druk staat. Want in het adviesrapport van Platform Onderwijs2032 komt aardrijkskunde maar mondjesmaat aan de orde, terwijl de samenvatting per video suggereert dat kennis over wereld om ons heen een prominente plaats in het onderwijs krijgt. De discussie is nog niet afgerond, maar blijven onafhankelijke vakken wel bestaan?

Kees Koonings nam met zijn lezing over ‘Brazilië in crisis’ de toehoorders mee naar Zuid-Amerika, dat vanaf 2017 onderdeel uitmaakt van het eindexamenprogramma havo/vwo. Kees biechtte meteen op dat er geen kaart in zijn presentatie zou verschijnen. Ondanks dat lukte het hem een inzichtelijk beeld te geven over de economische neergang en de onvrede in de Braziliaanse samenleving, en het structurele onvermogen om dat aan te pakken. In sneltreinvaart werd de ochtend afgesloten met een update over Geoproeven, Geobronnen, Croquiz, de Aardrijkskunde Olympiade (met al 6500 deelnemers) en GIS, dat niet meer weg te denken is in het onderwijs. Onder de tonen van de salsa werden de deelnemers naar het middagprogramma begeleid.

Informatiemarkt

Als nieuweling vallen een aantal zaken op, die de doorgewinterde KNAG-dag-deelnemer mogelijk niet meer zou opvallen: het is een bonte mengeling van standhouders op die markt van ideeën en suggesties. Uitgevers had ik zeker verwacht, en die namen ook een aantal prominente plekken in. Bij hogescholen en universiteiten (‘doe iets nuttigs’ en ‘nieuwsgierige studenten gezocht’), Museon en Watermuseum kan ik me ook meteen wat voorstellen.

Onverwachte deelnemers (voor mij) die lobbyden voor aandacht waren onder andere de Unie van Waterschappen (gepassioneerde waterschappers delen graag kennis over waterbeheer), het KNMI (bijvoorbeeld om leerlingen te helpen om de relevantie van wetenschappelijk onderzoek te begrijpen), Amnesty’s Movies that matter (waar je dvd’s kunt lenen) en Greenpeace. Zij bieden een lessenpakket, waar je in tien lessen tot volleerd (jeugdige) ‘groene vredestichter’ kan worden. Met tips als ‘nodig iemand van Greenpeace uit’ en  ’vraag je ouders over te stappen naar een goede energiemaatschappij voor groene stroom uit wind- of zonne-energie’. Ik zie zeker kansen om de informatiemarkt in de komende jaren met nieuwe organisaties te laten groeien, waardoor de keuze voor de invulling van het lesprogramma door docenten er niet gemakkelijker op zal gaan worden.

Workshopping

Dat het de deelnemers van de dag vooral om leren en kennis te doen was, bleek uit de lege informatiemarkt, zodra de workshopsrondes waren gestart. Er was slechts een enkele docent die spijbelde van een workshop te bespeuren. Een moment van welverdiende rust voor de standhouders.

Het overvolle aanbod van het middagprogramma maakte kiezen wel lastig. Mijn keuze viel op de workshop over het International Year of Global Understanding door Joop van der Schee. In mogelijk de koudste sessie (door thermostaat problemen) was het wel een onderwerp waar ik warm van word: de promotie van geografie, in de context van de uitdagingen waar we met z’n allen voor staan: stedelijke problematiek, een duurzame huishouding etcetera. Een soort van wereldwijde geolobby met als focus ‘begrip voor elkaar’. Lastig om daar tegen te zijn.

Er was ook een gastoptreden door Ferjan Ormeling, die inging op de rol van atlassen bij beeldvorming (zie deze lesopdrachten). Vergelijk je eigen Bosatlas (ik ben van de 47e editie) maar eens met de schoolatlas uit een ander land: een atlas begint met wat ‘wij’ belangrijk vinden, brengt onderwerpen in een gekozen volgorde, en laat onderwerpen bewust weg. De atlas, en de kaart, is niet neutraal. Een denkoefening die niemand misstaat.

Ik hou niet van AK

Mijn enige pijnpunt naar aanleiding van deze leerzame dag, en mogelijk stap ik nu mijn bevoegdheden als columnist te buiten: waarom houden we vast aan ‘AK’ en aardrijkskunde? Als we dan toch sterker willen lobbyen met AK, stel ik voor dat we die afkorting en naam maar geheel laten vallen. Voor de duidelijkheid: ik hou wel van geografie. ‘Geo’ en ‘Geografie’ passen veel beter bij het bredere geografische inzicht dat we in de maatschappij willen stimuleren.

Geografie als naam is veel breder inzetbaar en herkenbaar. Het sluit aan bij de naamgeving van vervolgstudies en zelfs de afkorting Geo past keurig in de agenda van de leerlingen. De campagne ‘Geo is gaaf’ staat al in de steigers. Wie heeft er goede connecties met de Gemeente Epe om www.geo.nl te mogen overnemen? Dus geen KNAGdag meer, maar ‘het Geografiecongres’, georganiseerd door het KNGG. De domeinnaam heb ik alvast geclaimd.

Geschreven voor www.geografie.nl / 30 nov 2016.