Skip to content

Een filosofie van de kaart

2014 April 12
thinker

Even nadenken voor je wat doet is meestal een goede zaak

Afgelopen week mocht ik weer een aantal filosofische vragen aanhoren. Niet alleen letterlijk tijdens de Open data sessie van de Esri GIS Tech, maar ook tijdens de GeoSamen startbijeenkomst waren ze onderwerp van gesprek. Dat filosofie en filosofische vragen regelmatig aan de orde komt in geo-land verbaast mijn niets. Geografie, de kaart, plaats hebben immers veel overeenkomst met filosofie. Een minimale selectie van mogelijke onderwerpen, wellicht leidt het wel tot een artikel.

 

Denken en doen

Ze lijken elkaars tegenpolen, maar kan je het één, zonder het ander? Je kan zeker aan iets denken zonder het ook ooit te doen (vliegen naar Mars), maar kan je ook iets doen, zonder er ooit aan gedacht te hebben (deze woorden typen). Mocht dit al verwarrend overkomen en je aan het denken zetten: professionele denkers, filosofen (letterlijk ‘vrienden van de wijsheid’ of ‘zij die van wijsheid houden’) danken een verwarrend imago aan dat vele overdenken. Hoewel vaak wordt verwezen naar filosofen uit de antieke wereld, met Socrates en Plato voorop, hebben mensen zich door de eeuwen heen, en ook vandaag de dag, steeds met filosofie beziggehouden. Dat doet men in elkaar opeenvolgende filosofische scholen, die op elkaar reageren, elkaar volgen en elkaar beconcurreren in een beeld op de werkelijkheid.

 

Zoektocht naar kennis

Filosofie is relevanter dat we op het eerste blik denken. Zo is o.a. de wetenschap uit de filosofie voortgekomen en kunnen we ons een hedendaagse maatschappij zonder de inbreng van de wetenschap amper voorstellen. Filosofie en kaarten hebben meer gemeenschappelijk dan misschien bij een eerste indruk naar voren komt. Filosofie kan worden omschreven als een zoektocht naar kennis, en zodra het woord zoektocht in beeld komt, dan heeft het begrip ‘kaart’ als snel zijn plaats. Als kennis dan ook nog wordt omschreven met ‘door generalisatie verkregen uit waarneming’[1] dan is de link met een kaart snel gelegd. Ook de kaart speelt deze rol met betrekking tot de –waargenomen- werkelijkheid.

 

Filosofen, vrienden van de wijsheid

Waar stopt een berg?

Filosofen gebruiken een aantal instrumenten om tot kennis te komen. Ze hebben het over begrippen en verschijnselen (wat is een BERG, is de Vaalserberg een BERG?) en trekken conclusies op basis van ware uitspraken. Een andere benadering om tot kennis te komen is het stellen van filosofische vragen. Een paar voorbeelden: kan een wereld zonder grenzen bestaan? (ergens moet er toch een grens met de niet-wereld zijn), hoe beelden we de grens van een berg af, waar is de kleinste stad, hoelang is de kleinste rivier, wanneer is überhaupt een berg een berg? (wat wij een berg noemen verdient in Oostenrijk niet eens het begrip heuvel). Hoe kan een kartograaf de grens van een berg exact afbeelden? –  Geografie biedt uitermate veel mogelijkheden voor filosofische vragen, vragen die fundamenteel zijn en niet altijd een duidelijk antwoord geven.

 

Een talige wereld

Filosofen houden van taal en zij schrijven zelfs over een talige wereld. Zonder de beschikking over taal zouden onze gedachten lastig te verwoorden zijn. Tegelijkertijd is taal zelden eenduidig (zelfs de titel van deze blogpost is op meerdere manieren op te vatten). Taal is een beperking van de werkelijkheid, omdat niet alles in taal uit te drukken is. Filosofen zien de taal als een raam naar de wereld om ons heen en het is precies dat raam dat ze willen onderzoeken[2]. Dat onderzoeken gebeurt o.a. door vergelijkingen te maken tussen verschijnselen (en daar weer conclusies te trekken) en door gedachten experimenten. Deze nemen de lezer mee in een geestelijk uitstapje, om zo een punt te kunnen maken. De kaart kan ook gezien worden als zo’n raam waarmee we naar de wereld kijken. En het zijn cartografen die juist dat raam onderzoeken. Geeft deze kaart wel een terecht beeld van de werkelijkheid?

 

Waar stopt een berg?

Geografisch denken

Nu is even nadenken voordat je wat doet meestal een goede zaak (behalve als er een SUV met hoge snelheid op je afkomt). Al worden denken en doen als verschillende werelden ervaren, toch kan het ene bijna niet zonder het andere bestaan. Ook de relatie tussen de begrippen varieert door de tijd heen. Op sommige dagen denken we nu eenmaal meer na, dan op andere.

Net als filosofisch denken (dat kan leiden tot een doordachte opinie, niet zomaar een mening), zou ‘af en toe geografisch denken’ de gemiddelde burger niet misstaan. Beter begrip van wat waar is, waarom het daar is, en wat we er tegen kunnen doen leidt tot doordachte meningen over onze omgeving. Eigenlijk een conditio sine qua non voordat we tot actie overgaan. En een kaart kan daarbij helpen: want een geslaagde kaart stemt tot nadenken, maar de echt succesvolle kaart zet aan tot actie.

 

Ik hoop deze blogpost ook. Al was het maar dat ik het onderwerp verder uitwerk in een artikel (tot zover de eerste aanzet). Genoeg om over te schrijven als het gaat om “een filosofie van de kaart” en het raakvlak tussen geografie en filosofie. De uitdaging ligt in kort en bondig.



[1] Aristoteles, J. Barnes.

[2] Word zelf filosoof, Jan Bransen.

On Big, Open, Spatial (data) systems.

2014 March 23
Rotterdam University

A welcome to the world @ Rotterdam University!

Had the opportunity and privilege to share some thoughts on the topic above at Rotterdam University last week and the pleasure was all mine. From the personal perspective, a presentation is a good way to get my thoughts together on the topics at hand. It does help as well when these topics are very familiar to me. On this day, it was all about present and near future developments in big, open and spatial data.

Spatial data
As the presentation took place at the School of Communication, Media and Information Technology, I did start out by explaining the spatial context of data and challenged everyone to come up with examples of non-spatial data. Also, I zoomed in a bit on the challenges of geographic data modelling. Important to mention: the real interesting part of spatial data starts when you work beyond the pins on the map. I even suggested that only with geographic analysis you’re getting your geographic data efforts paid out. It is what makes all the difference when you are working with spatial data.

Open data
Admittedly one of my favorite topics (since 2011 / e.g. Open Gov Data camp). In the Netherlands we’ve been making great progress, especially since the early days of open data. Those days were centered around local (e.g. municipal) data sets and app contests (both were and are still fun to contribute to). Since our national Kadaster has released major national datasets in the public domain, we see more organisations contribute to the open data space. A recent very notable contribution is the AHN2 – highres elevation data of the Netherlands (every 50 cm a data point, 5 cm in vertical accuracy).

There are still a few barriers to overcome for open data to breakthrough (there is a national open data taskforce at work now), but we are beginning to see the light. As 3D makes open data just a bit more special: “Before we know it, 3D (web)maps are the new normal and will wonder why we every accepted it’s 2D equivalent.” (egoquoting).


View Larger Map

Big data
In a world of interconnected sensors – human and machine alike – we will be able to know where things –and people carrying things – are, all the time. In relation to big data, I usually refer to the real-time aspect of data, the 4th dimension if you will, and the heaps of data sources available. But not all data is meaningful or useful and it does not all lead to information. More importantly: quantity does not beat quality.

Big data is worth looking into, but it takes a different kind of understanding. I did also explain (pitch if you will) what Esri is doing to help out developers with a location platform. Geofencing functionality of the native kind, read native apps, is my personal favorite.

Got questions?
Good questions from the audience, ranging from topics about the NSA, (the future of) privacy, data mining, Facebook (will it stay? I think it will not).

The hallway discussion was about Google Glass (thought that topic is up next in this Emerging Technology series of speakers). Careful as I am in predicting any future event (just finished rereading The Singularity by Ray Kurzweil), I did predict that Google Glass will n-o-t become the tool that will find wider user adoption any time soon. The best sign for that is Google’s apparent need to demystify their own product (Techcrunch). If a product requires that much demystification, I do not foresee a first mover advantage. I would put my bet on its successor (or copycat if you will).
Looking forward to that 3D webmap of the Netherlands (and I mean the whole country, not just the urban areas). A dataproduct like that will not need any explanatory documentation.

 

Boss. On Big, Open, Spatial (data) systems. from Jan Willem van Eck

Drie Geodata trends die er –NU- toe doen

2014 February 9
by Jw

Regelmatig krijg ik de vraag welke trends er NU toe doen. Volgens mij zijn dat de trends, die herkenbaar op korte termijn impact zullen hebben. Op het gebied van geodata zijn dat volgens mij de volgende drie:

Open data
Niet echt een nieuw onderwerp, want het zweeft sinds 2010 al door de burelen van de Nederlandse overheid, en daarbuiten. Minister Kamp heeft inmiddels een doorbraakteam benoemd, dat al een routekaart (de term was zelden toepasselijker) ‘‘Open Geodata als grondstof voor groei en innovatie’” heeft opgesteld. Tijdens de recente Startconferentie Open data in Delft werd duidelijk dat er meer aan de hand is: negen organisaties (kennisinstellingen en overheden) bundelden daar de belangen en de interesses in open data in het Kenniscentrum Open Data. Daarnaast zien organisaties als RDW en Alliander het ‘open data licht’ en zetten zij in structuur stappen op het open data pad.

Als de opening van een Kenniscentrum Open Data meer dan 300 deelnemers trekt, dan heeft het onderwerp impact.

 

Als je eenmaal aan 3D bent gewend, dan kan je niet meer terug… (bron vd visualisatie achterhaal ik nog…)

3D data
Vorige week vrijdag mocht ik de eindpresentaties van de studenten van de nationale Geominor aanhoren. Wat vooral opviel: veel 3D voorbeelden en studies naar ‘wat zou het betekenen als we 3D data gemakkelijker tot onze beschikking krijgen’.  Het vele werk achter de “3D pilot” lijkt zich uit te betalen: gebouwmodellen op de kaart, infrastructuur onder de grond, zelfs 3D als nut voor een grote gemeente (en ze gaan door met 3D). Zie hier het voorbeeld Heerhugowaard in 3D (dank Maarten van Doornik).

Het gerucht over de vrijgave van de AHN(2) is nu wel erg hardnekkig. Als AHN daadwerkelijk een open data status krijgt, dan zullen veel barrières tot nieuwe toepassingen vervallen. Maar wat er dan gaat gebeuren? Gaan er 3D apps ontstaan (de steilste fietsroute van Nederland?), 3D visualisaties ondergronds vanaf je iPad, voor iedere burger? Nederland van Onder Water? Nog even wachten..

3D zal impact hebben, want als je eenmaal aan 3D (visualisaties) bent gewend, dan kan je niet meer terug naar de 2D kaart.

 

BIG Data
Op mijn derde plaats staat de BIG data trend. Ergens gelezen: het wordt vooral BIG data genoemd omdat de beloften zo BIG zijn. Maar er zit wel meer achter. We maken al jaren alleen gebruik van redelijk statische data. Dankzij de wereld van sensoren is de mogelijkheid ontstaan om ook van realtime data gebruik te maken.

Geodata wordt nogal snel als Big data gezien (grote databases, LIDAR wolken van punten). Meer data is zeker niet automatische betere data, maar dit is wel een pleidooi om ook realtime data eens mee te nemen in je GIS: als je op het onderwerp inzoomt, kom je als snel tot mogelijk gebruik van grote databronnen voor vb overheden, havens, vliegvelden: de verkeersstromen op de weg, alle vliegbewegingen, de signalen die we allemaal afgeven via sociale media, vaarbewegingen in de havens.

Als je eenmaal hebt ervaring hoe data in beweging kan bijdragen aan de beslisprocessen van je organisatie, dan kan je ook lastig weer zonder.

 

Impact
Gesprekken over trends vervallen regelmatig in kretologie – lees het roepen van nieuwe termen – die voor afzender en ontvanger van die kreten ook nog eens andere betekenis hebben. Een paar voorbeelden: de singularity, “the internet of things” (het internet van dingen?), SmartCities. Hoe haal je uit deze brei van trends nu de (meest) relevante?

Ook al heeft iedereen recht op zijn eigen trends, voor de geodata trends zet ik open, 3D, realtime data (en uiteraard de combinatie, zie onderstaande visualisatie van Stefan Wagner) bovenaan mijn lijst. Ze hebben alle drie dat bijzondere kenmerk van ‘waarom hadden we daaraan niet eerder gedacht!’ en hebben meteen praktisch impact op de geo-informatie keten. Ben benieuwd waar ze over drie jaar staan, want die tijd heeft een beetje geo trend wel nodig om tot de ‘early majority’ door te dringen…

 

Generating Utopia from Stefan Wagner on Vimeo.