Skip to content

In kaart gebracht in kaart gebracht

2017 June 5

Wat? Geen foutje in uw browser of een onoplettende eindredacteur, maar: er wordt in Nederland heel wat in kaart gebracht. Dat gegeven eens in kaart brengen lijkt mij wel gepast. In kaart brengen is een bezigheid waar slechts weinig organisaties om heen kunnen. Maar na een trotse aankondiging kom ik regelmatig geen enkele kaart tegen. Een gezegde als ‘in beeld gebracht’ of ‘in woorden verwoord’ zou dan beter passen. Teleurgesteld ben ik echter zelden. Voor de kaart bestaan alleen maar kansen.

Vervlogen tijden

Ver moet ik niet gaan om een trotse organisatie te vinden: de Vrije Universiteit meldt “Vondsten hobby-archeologen voor het eerst in kaart gebracht”. Het leest premièrewaardig en inderdaad: voor het eerst is het werk van hobby-archeologen systematisch in kaart gebracht. Gelukkig worden de vondsten niet enkel in een lijst gepresenteerd, maar ook in een kaart. In Loppersum is een Romeinse draadfibula gevonden en in Berkelland een vlamvormige bronzen speer-/lanspunt uit de Midden Bronstijd. Je dwaalt even door vervlogen tijden.

Een zoektocht naar “in kaart gebracht” gaat gemakkelijk met “Google Search”. Als er nieuws over “in kaart gebracht” op het web openbaar wordt gedeeld, dan krijg je daarover een (g)mailtje. Voor het gemak deel ik ze in categorieën: goed gedaan, dit kan beter. Een beknopte bloemlezing van wat je dan zoal tegenkomt:

Goed gedaan

Terrassen in Nederland

“Amsterdam de stad met de meeste terrassen van Nederland” kopt Foodclicks. Inderdaad, “Misschien niet helemaal verrassend”, want alles waar Amsterdam de meeste van heeft (bijvoorbeeld koffiezetapparaten) is meteen verdacht en niet wetenswaardig. Maar zelfs relatief wint Amsterdam, met 387 inwoners per hoofdstedelijk terras. Ik vermoed dat toeristen zich ook een plekje op een Amsterdams terras toe-eigenen. Er gaat overigens weinig boven het grootse terras van Drie Gezusters aan de Grote Markt in Groningen. Met 648 stoelen geldt dat terras van de als een van de grootste van Nederland (zie de kaart van Datlinq).

Zoet-en zout water

Voor de landbouw een belangrijk thema: de zoet- en zout waterverdeling in de ondergrond. De provincie Zeeland en waterschap Scheldestromen brachten het “exact” in kaart. “Door met behulp van een kaart inzichtelijk te maken waar zoet water zich bevindt of waar dit het beste kan worden opgeslagen, kunnen boeren bewuste keuzes maken in gewassen en wateropslag”. Voor de professional is de achterliggende data als open data ook te downloaden, het Waterschap Scheldestromen tekent voor de visualisatie (zie de kaart van Scheldestromen).

Geluk in kaart

De Atlas voor Gemeenten heeft voor het eerst het geluksgevoel per gemeente in kaart gebracht in de Geluksatlas 2017, meldt de NOS. Inwoners werd gevraagd om een oordeel te geven over het lokale geluk, met de atlas als resultaat. Voor wie het wil weten: de inwoners van Ede zijn het gelukkigst, met dank aan het christendom, volgens het Reformatorisch Dagblad. Ik vraag me wel af of je geluk “gemiddeld” wordt als je dichtbij de grens van twee gemeenten woont. Volgens de NOS kaart is het geluksgevoel op de Waddeneilanden, buiten Texel, “onbekend”. Dat kan ik wel weer plaatsen.

Dit kan beter

Albatrossen tellen vanuit de ruimte

“Wetenschappers tellen albatrossen in Nieuw-Zeeland vanuit de ruimte”, meld nu.nl Het is alsof de veldwerkers tijdelijk naar een satelliet zijn verplaatst. Geen kaart te vinden op nu.nl, het achterliggende wetenschappelijk artikel is wel met kaarten verrijkt. Zeker interessant, want gezien vanuit een satelliet zijn albatrossen slechts enkele pixels groot. Wat je allemaal niet ziet vanuit een satelliet*.

Afvaldumpers kunnen vrijwel niet gepakt worden

Met 3188 meldingen (!) van illegaal dumpen van afval is zeker een indrukwekkende kaart te maken. De gemeente Sittard-Geleen brengt de hotspots van afvaldumping al in kaart, nu nog openbaar delen zodat we er met z’n allen wat beter op kunnen letten. De pakkans (nu 1.4%) kan alleen omhoog.

De staat van het Nederlands

“Meer dan 6.500 mensen hebben deelgenomen aan het panel en een vragenlijst ingevuld om zo de staat van het Nederlands in kaart te brengen.”, schrijft het Meertens instituut. Zeker een relevant onderwerp, wie spreekt er waar en wanneer Nederlands en hoe verandert dat door de tijd heen. Bij zo’n onderwerp verwacht je veel woorden, meer dan een enkele kaart naast de vele grafieken, kan ik in het onderzoeksrapport niet ontdekken.

 

Kansen voor de kaart

Niets is veilig voor het in kaart te brengen. Zo schrijft Marek Šindelka in “Anna in kaart gebracht” : “Met de kaart van jou in zijn handen kon hij naar willekeur door jouw wereld wandelen”. Wat de kaart al niet mogelijk maakt.

Dank de dagelijkse meldingen van Google Search kan ik nog wel even doorgaan. Er zijn veel verschijnselen, waarvan we weten dat ze dankzij kaarten zoveel beter inzichtelijk zouden worden.  Genoeg kansen dus om de wereld beter te begrijpen. Dat is goed nieuws voor hen die dat ook met daadkracht voor elkaar kunnen krijgen.

*vriendelijk geleend van de inaugurele rede van  prof. dr. S.M. de Jong, dd. 16 september 1999, Universiteit Wageningen.

verschenen op www.geografie.nl, 23 mei 2017

Lanceer je carrière tijdens de aardwetenschappelijke loopbaandag

2017 April 30

Het is zo’n kreet die gewoon nog een paar maanden door blijft echoën: de aardwetenschappelijke loopbaandag, voor professionele organisaties en honderden studenten. Het tweejaarlijks event vond plaats op een druilerige vrijdag in februari en recent ben ik een groep deelnemende studenten weer tegengekomen. Dat ‘loopbanen’ kwam meteen weer aan de orde. Ik heb een paar tips in de aanbieding, want voor mij mag de dag internationaler worden en vaker plaatsvinden.

Vol programma

De loopbaandag zelf bestond uit lezingen, workshops en een debat. Er was ook de mogelijkheid om je cv te laten pimpen checken en jezelf professioneel op de foto te zetten, voor je online profiel. Een greep uit het aanbod van de workshops: ‘Solliciteren doe je zo!’ door Geodan (oefenen helpt zeker), ‘Help mee de Randstad droog te houden’ door Hoogheemraadschap van Rijnland (een typisch Nederlandse uitdaging). TNO bood de gelegenheid om in groepen een aardgasveld te onderzoeken, met als doel het volume en de beste productiemethode bepalen en daarna een impactanalyse voor het milieu en de leefomgeving. Veel actueler en relevanter kan het niet worden.

Tijdens de pauze was de beursvloer overvol, met vertegenwoordiging vanuit een breed spectrum: van Shell tot Geometius, en van de Nederlandse Geologische Vereniging tot Tata Steel. Mocht je deze dag hebben gemist, dan hebben we altijd de foto’s nog.

T-profiel

Ergens suggereert ‘loopbaan’ dat je als young professional net als een satelliet in een vaste baan om de aarde wordt gelanceerd. Dat carrières niet zo regelmatig verlopen zal niemand verbazen.  Over het onderwerp loopbaan claim ik geen expertise, maar als vanzelf raak je tijdens zo’n dag in gesprek over adviezen voor een vervolgstudie of stage, met vragen als ‘wat zijn de grootste valkuilen tijdens een sollicitatie gesprek’ of ‘wat waren uw grootste misconcepties of fouten in uw carrière (tot nu toe)’.

Als ik dan toch iets mag toelichten, tip ik graag het T-profiel. Het idee ben ik ooit bij IDEO tegengekomen. Mijn vertaling: een profiel waarbij je twee competenties laat kruisen: in de verticale competentie heb je je echt verdiept (bijvoorbeeld: kennis van de diepere ondergrond), in het horizontale heb je je gespecialiseerd (bijvoorbeeld: het beheer van softwareprojecten).

Waar die twee kenniscomponenten bij elkaar komen, daar zit je goed: een T-balk is ook veel steviger dan een enkele plank. Handig als een werkgever juist daarnaar op zoek is. Daarnaast: wees alert en bereid om meer van dit type T-profiel op te pakken (zoals: goed in communiceren over projecten die over de diepere ondergrond gaan).

Voorbij de saaie naam

De aandacht voor geo en de aarde lijkt zich als een positief virus over steeds meer faculteiten te verspreiden, maar nergens gaat deze aandacht zo de diepte in als bij de geosciences. Of de naam Aardwetenschappelijke loopbaandag daarbij helpt? Het is zo’n 3x woordwaarde woord, dat niet spannend leest, maar wel veel punten oplevert. Aan het woord ‘aarde’ kan het niet liggen, wie heeft daar nu geen interesse in? Misschien komt het door het ‘wetenschappelijke’?

Er is weinig nationaals aan een studie over de aarde te bedenken, dus een Engelse beschrijving van de dag zelf is zeker op zijn plaats. Blijkbaar deelden de organisatoren mijn bedenkingen en prijkte bij aankomst al een Earth Science Career Event op de posters. Dat klinkt meteen stukken hipper en avontuurlijker. Een goede zet!

Mijn mega tip

De loopbaandag is ongetwijfeld een uitstekende gelegenheid om je carrière te lanceren. Het team achter het event, bestaande uit studenten van de Vrije Universiteit van Amsterdam en de Universiteit Utrecht, kan nog steeds terugkijken op een succesvol event. Voor een volgende editie heb ik een aantal tips in de aanbieding: als er zo weinig nationaals aan de studie van de aarde is, mag het event dan ook internationaler? En mag het dan ook een jaarlijks festijn worden, voor meerdere studenten van meerdere faculteiten?

En over die misconcepties: ooit dacht ik na een eerste diploma uitreiking (HTS landmeetkunde, differentiatie kartografie), het is mooi geweest, mij zien ze niet meer terug. Drie jaar later zal ik alweer in de schoolbanken. Dat een ander perspectief (van de T) zo snel kan lokken had ik zwaar onderschat. Mijn mega tip: bereid je maar voor op een leven lang leren.

Geschreven voor Geografie, 18.4.

Spreekt u kaarts?

2017 February 19
by Jw

Regelmatig mag ik een gastles verzorgen over wisselende onderwerpen. Onafhankelijk van het onderwerp ga ik bij de inleiding graag in op de taal van grafieken en kaarten. Dat die een ‘eigen’ taal hebben, met semantiek en grammatica verrast menig toehoorder. De juiste toepassing maakt het juiste begrip bij de lezer van de kaart en de grafiek mogelijk. Maar ook al maken we goede afspraken over die grafische taal, overtredingen van die afspraken liggen gewoon op straat. En dat geeft te denken.

De juiste kaart

Het doel van zo’n gastles is naast informeren toch vooral inspireren en aan het denken zetten. Dat kaarten en geografie ‘mijn ding’ zijn, demonstreer ik aan de hand van een aantal concrete voorbeelden: dat kaarten uitnodigen tot ontdekken, dat ze je laten afvragen wat er juist niet op de kaart is gezet en wat dan die perfecte landcaerte mag zijn. Zelf heb ik nooit stilgestaan bij de taal van kaarten totdat ik met het werk met Jacques Bertin in aanraking ben gekomen. Zijn Semiology of Graphics (de betekenisgeving van grafische elementen, vrij vertaald) was toen al een klassieker. Om het maar meteen praktisch te brengen: wat is de juiste manier om gegevens in een kaart weer te geven? Hoewel tegenwoordig software de gebruiker zoveel mogelijk de juiste kant van de weergave op duwt, lukt het toch nog menig gebruiker om dat met succes te omzeilen. Dat kan tot problemen bij de interpretatie van de kaart leiden.

Onduidelijke verkeersborden

Nog beter dan aan hand van kaarten laat die grammatica zich uitleggen door verkeersborden. Zolang het doel van het bord wordt bereikt is er niets aan de hand. Maar sommige borden bereiken enkel verwarring, dat kan niet het doel zijn. Wat bedoelen we nu precies met een bord? Welke afspraken hebben we met elkaar gemaakt?

De afspraak (conventie zo u wilt) voor een verbodsbord: een rond wit bord met een rode rand. In het midden is een symbool afgebeeld met wat verboden is. Voor de duidelijkheid: het symbool staat symbolisch voor een grotere groep: als het symbool op een dobermann lijkt, dan wordt daarmee alle honden bedoeld, en niet alleen de dobermannen. Zo wordt met deze ‘verboden te bellen’ alle mobieltjes bedoeld, maar wie heeft er nog zo’n koelkast?

De variatie van de symbolen op straat verbaast mij regelmatig. Kleuren hebben sterke associaties. Zo is rood met ‘pas op’ of ‘verboden’ en groen met ‘ga uw gang’ of ‘goed zo’ verbonden. Waarom zou je dan iets willen verbieden met de kleur groen? Onze hersenen krijgen zo een tegenstrijdige boodschap. Een aantal voorbeelden: verboden voor honden, met een groen bord, niet betreden, op een keurig groen bordje, verboden de flora aan te raken, op een groen bord. Wellicht staat een rood bord lelijk in de groene ruimte?

Een goed voorbeeld van hoe het wel moet: stinkende sokken verboden. Zeker geen formeel verkeersbord, maar toepasselijk in menige studieruimte zo vlak voor de tentamens. Maar de combinatie van meerdere borden is al snel verwarrend: hier geen sigaretten, ijs, friet en kauwgom. Bedoelen we alles apart of juist gezamenlijk? Met de kauwgom laatste had de ontwerper zichtbaar moeite: hoe beeld je nu kauwgom herkenbaar af? Ook deze zet je echt aan het denken: je mag hier niet zijn, en je mag hier ook niet vissen. Wat zou je hier verder nog allemaal niet mogen?

Staat een rood bord lelijk in de groene ruimte?

Symbolen zijn dus net als woorden en zinnen onderdeel van een taal, de grafische taal. Maar omdat symbolen mogelijk niet meteen duidelijk zijn, plaatst menig verkeersbordenmaker ter ondersteuning er gewoon een uitleggend tekst bij: Fietsen die niet in rekken worden geplaatst worden verwijderd (want: Verboden fiets te plaatsen), Niet roken en Geen fietsen plaatsen (in beeld en woord), en Geen Ballonnen (want: Geen Ballonen). Die laatste uitleg maakt het niet echt duidelijker. Waar en waarom mag je hier geen ballonnen hebben?

Voor de geografen onder ons: hoe ver reikt de betekenis van zo’n bord? Betekent het ‘vanaf hier en niet verder’ of ‘in de grove omgeving van dit bord’. Hier is iedereen duidelijk dat je op dat bord je fiets niet mag parkeren. Eromheen mag dat wel. Soms draaien de ontwerpers van verkeersborden wat door. Je vraagt je dan af wat je hier nu wel mag. Genoeg perspectieven om eens over het juist gebruik van symbolen na te denken.

Na zo’n inleiding over de taal van verkeersborden word ik er regelmatig op gewezen dat ik die liefde deel met Paulien Cornelisse. In een tv fragment verbaast deze auteur van een boek uit taalnurdia zich onder andere over het mannetje van de oversteekplaatsen. Er blijken hele verhalen achter deze verkeersborden schuil te gaan. Ik denk dat er zomaar een nieuwe boek mee te vullen is.

Lieggrafieken

Het bewust misgebruik van (karto)grafische grammatica is liegen. Grafieken die zo ontstaan worden door Hans Wisbrun passend lieggrafieken genoemd. Kaarten liegen altijd een beetje, maar goede kaarten doen dat homogeen: overal met dezelfde mate. Als verbeelders van de werkelijkheid moeten ze die werkelijkheid wel vervormen om een verhaal te kunnen vertellen. En ze lopen altijd achter op de werkelijkheid. Het standaardwerk om inzicht in liegkaarten te krijgen : How to lie with maps door Mark Monmonnier. Sterk aanbevolen, niets aan gelogen.

Naar verwachting zal er tijdens de aanstaande verkiezing ook weer menige lieggrafiek en liegkaart als waarheid worden gepresenteerd. Maar als je de taal van de kaart spreekt, dan kijk je daar zo doorheen. Overigens, aan het begin van een gastles vraag ik iedereen welke taal ze vloeiend spreken. Ik hoop dat op een dag “de taal van de kaart” voorbij komt. Missie geslaagd.

Geschreven voor geografie.nl, 10 feb 2017