Skip to content

Een waardeloze* kaart

2019 April 17
by Jw

Het was zomaar een opmerking die ik opving vanuit een groepje studenten: wat een waardeloze kaart! De opdracht: beoordeel deze kaarten, bijvoorbeeld op basis van kleurgebruik en het gebruik van cartografische grammatica. Geen waardeloze opmerking van de studenten, want het is er juist een die je aan het denken kan zetten. Bestaat een kaart zonder waarde?

Wat is waarde?

Dat sterretje* verwijst voor mij altijd nog naar: geef eerst maar eens een definitie. De eerste definitie van waarde die dan al snel naar voren komt: prijs. Misschien is dat prijsdenken veroorzaakt door de WOZ-waarde van onze woningen, die erg strak in euro’s wordt uitgedrukt.

Marketingafdelingen hebben dat al lang door: van bijna hetzelfde product met een veel hogere prijs, wordt de waarde als veel hoger ervaren. De klant betaalt er graag voor. Het tegenoverstelde is dan ook waar: producten en diensten waaraan geen kosten zijn verbonden, worden als waardeloos, zonder waarde, gezien. Maar klopt dat wel?

OpenStreetMap, de kaart van iedereen en van niemand, wordt door veel amateurs en professionals ondersteund. Het project spoort iedereen aan om een kleine of een grotere bijdrage te leveren, zodat de data voor iedereen gratis, zonder kosten en zonder andere verplichtingen, ter beschikking kan worden gesteld. En toch heeft de kaart een unieke waarde: fietspaden en olifantenpaadjes, de ongeplande afkortingen in het stedelijke landschap, zijn vaak beter te vinden op OpenStreetMap dan op andere kaarten.

Heeft een luchtfotokaart een andere waarde dan de kaart die dankzij een eeuwenlange landmetertraditie met zorg is samengesteld? Wordt de prijs van de kaart gebaseerd op de productiekosten of op wat we ervoor over hebben? Dat laatste wordt dan onder andere bepaald door de mate van uniek zijn en een passiefactor: zo ‘verdient’ een zeldzamere kaart van onze eigen omgeving een hogere prijs.

‘Gratis en voor niets’ heeft ergens ook weer zijn waarde: we voelen ons erdoor aangetrokken. We lijken gewoon wat sneller te reageren op het begrip gratis, in de trend van baat het niet dan schaadt het niet. Maar bepaalt de waarde de prijs, of bepaalt de prijs de waarde? Is de waarde van de Klimaateffectatlas wel in euro’s uit te drukken?

Hoe waardevol is de kaart?

Je zou kunnen stellen dat de waarde van kaarten erg van tijdstip en locatie afhankelijk is. Want hoe bepaal je de waarde van de route naar de dichtstbijzijnde oase, als je midden in een woestijn bent? Of, dichter bij huis, van het juiste coördinaat waar de ambulance binnen 15 minuten moet aankomen? En verschilt die waarde mogelijk voor de zorgverzekeraar, de ambulancebestuurder en de patiënt?

Een kaart met een ‘antiek filter’ interpreteren we meteen als ouderwets

Kan een kaart eigenlijk wel zonder waarde zijn? Kaarten zijn natuurlijk niet waardevrij – altijd lastig, die woorden met meerdere betekenissen. Als je waarde interpreteert als ‘je eigen waarden, je eigen (voor)oordeel’, dan kent de kaart juist veel perspectieven. Auteur én lezer van een kaart nemen de eigen waarden mee bij het tot stand komen en interpreteren van een kaart. Het is goed te overdenken wat een auteur, bewust en onbewust, weglaat uit de kaart. Helemaal zonder waarde interpreteren is wel heel erg lastig. Een kaart met een ‘antiek filter’ interpreteren we meteen als ouderwets, zie afbeelding bovenaan, terwijl deze gisteren kan zijn geproduceerd.

Een waardeloze kaart? Ik ben er nog geen tegengekomen. Waarde heeft zoveel perspectieven. Misschien dat de studenten er nog een paar kunnen bedenken. Of ze de waarde van het leren daarvan inzien?

 

Voor wie zich afvraagt hoe we tegen de waarde van alles aankijken: Mariana Mazzucato ontleedt ons waardedenken. Voor slechts 30,99 euro (paperback), rond de prijs van een jaarabonnement van de gemiddelde bibliotheek.

Geschreven voor geografie, 9 april 2019.

Geografische nieuwsgierigheid in de genen

2019 February 17
by Jw

Eind vorig jaar stond Wageningen Universiteit een moment stil bij de 15e editie van de Masteropleiding in Geo-Information Science (MGI). Voor de gelegenheid werd een symposiumgeorganiseerd met als onderwerp van de dag: De toekomst van geo, hoe gaan we de volgende generatie opleiden? Naast geowetenschappers in spe waren er alumni, staf en overige geïnteresseerden aanwezig. Tot die laatste groep behoor ik ook, en als buitenstaander mocht ik mijn visie op het onderwerp van de dag delen. Mijn belangrijkste suggestie: geef vooral aandacht aan het geografisch gen en bevorder geografische nieuwsgierigheid.

Nieuw generaties

De toekomst van het onderwijs lijkt altijd een actueel onderwerp te zijn, onafhankelijk van het jaargetijde. Een werkveld verwacht nieuwe kennis van nieuwe generaties afgestudeerden, maar ook de vaardigheden om deze kennis in te zetten. In elke opleiding zijn er bestaande onderwerpen, die eigenlijk snel in de kast met oude instrumenten een plek mogen vinden en nieuwe onderwerpen, waar de wereld nu al om schreeuwt.

Zo mocht ik ooit tijdens mijn eigen opleiding (tot kartografisch ingenieur) aan de slag met inktpen en cromalin, terwijl er in de wereld om ons heen al druk werd geprogrammeerd. Zelfs de automatische tekentafel (flatbed plotters, voor de insiders) was al in gebruik genomen. Toch vonden de docenten het van belang om weten en te begrijpen hoe kaarten eeuwen daarvoor met de pen werden getekend en gekrast.

Geo-vaardigheden

Wat zijn de inktpennen van vandaag? En wat zijn de technieken van de nabije toekomst? De uitdaging ligt niet alleen bij het docententeam, vandaar de brede discussie met deelnemers, op het podium en in de zaal. Het zal ook in de toekomst zeker gaan om de concepten, die blijven, en niet om de tools. Die helpen enkel om de concepten te begrijpen en om ze in een juist perspectief te plaatsen.

Tegenwoordig start je vanuit de browser elk gewenste geo-analyse en ook voor de visualisatie van het resultaat heb je niet méér nodig. Daarnaast is geotechnologie veel compacter en mobieler geworden en worden vaardigheden als ondernemerschap en community-sturing belangrijker. Zo ook de vaardigheid om als student, en later als professional, je eigen leerpad uit te zetten, en daarvoor zelf verantwoordelijkheid te nemen. Leren om (geo) te leren dus.

Goede discussie met de zaal: wat zijn dan de 21-eeuws geovaardigheden, en (vanuit de zaal) zijn die echt zo anders dan die uit de 1e eeuw? Moeten we allemaal maar gaan programmeren? Een voorzichtige conclusie: beeld verwerking (image processing) en fotogrammetrie zijn helemaal terug van weggeweest.

Kortom, veel discussie, maar ze komen er zeker uit in het Wageningse. Niet voor niets kregen de docenten afgelopen oktober de beste beoordeling van studenten aan grote masteropleidingen (Beste Studies / Elsevier, 2018). De dag was compleet dankzij een MGI-quiz (hoeveel afstudeerders zijn er tot nu toe? Meer dan 380!) en een speciaal optreden van de fameuze MGI band, met hits als ‘This thing, ArcGIS’ en ‘Github is the way’. Gelukkig hebben we ook de foto’snog.

Een geografisch gen

Niet gehinderd door enige kennis van de genetica, stel ik me zo voor dat wij allemaal over een geografisch gen beschikken. Geo als een soort van inherente eigenschap, waar iedereen van nature al aanleg voor heeft. Het enige wat het onderwijs dan moet doen (…) : die eigenschap wakker schudden, het gen even ‘aan’ zetten. De kernvraag: hoe activeer je dat gen? Met inspirerende vergezichten die de nieuwsgierigheid bevorderen.

Voor mij persoonlijk was dat het beeld van Earthrise. De huidige equivalent is natuurlijk de Insights selfie vanaf Mars. Bij de MGI Opleiding in Wageningen zijn ze er goed in geslaagd: het geografisch denken (en handelen) van de alumni is niet meer uit te zetten. Mijn verzoek aan de aanwezigen: deel je leerdoelen en ervaringen (alumni) en je kennis en opleidingsmateriaal (universiteit). En mag zo’n dag wat vaker dan eens in de vijf jaar plaatsvinden?

Die tekenpennen heb ik overigens wel bewaard, maar nooit meer gebruikt. Ik begrijp nu wel hoeveel moeite het kostte om kaarten te maken.

Verschenen op geografie.nl, 5 februari 2019.

De kaart is niet het gebied, gelukkig maar!

2018 November 30

Afgelopen week was het weer eens zo ver: ik stond in een niet bestaande file. Tenminste, niet bestaand op de kaart van mijn auto navigatie, want vóór mij stond wel degelijk het verkeer stil op de snelweg. Er is niets vervelender dan in een file te staan die niet op de kaart staat of die niet tijdens de filemeldingen op de radio word genoemd. Alsof je eventjes niet bestaat. Ik had het natuurlijk kunnen weten, de kaart is nu eenmaal niet het gebied**. Een uitspraak*, die in verschillende wetenschappen tot nader onderzoek uitnodigt.

Model van de werkelijkheid

Dat een kaart van een gebied niet hetzelfde is als het gebied lijkt een open deur. Een toeristische kaart van Amsterdam is niet hetzelfde als de toeristenstroom op straat en de bewegende kaart van de NS app is niet hetzelfde als de echte trein op de rails. Maar toch halen we model (kaart) en werkelijkheid regelmatig door elkaar. Ze hebben immers veel met elkaar te maken: die kaart gaat over Amsterdam! We nemen de kaart, zeker als deze uit een computer komt, gemakkelijk voor waar aan, in de zin van: gelijkend op de werkelijkheid. Dat doen we dan wel door de ogen van de maker van het model. Het is daarom handig om te begrijpen hoe dat model in elkaar zit. Welke datastroom en welk algoritme worden gebruikt om de file te voorspellen: de berichten van de nieuwslezer, de lussen in het wegdek of de data van (voldoende) stilstaande auto’s zelf?

1:1 kaart

Dankzij nieuwe technologie (overal sensoren, die altijd aan staan) wordt het mogelijk de werkelijkheid steeds beter te benaderen. De technische gedreven dwang om de werkelijkheid zo exact mogelijk af te beelden kan ook doorschieten: het nut van het verzamelen van data kent zo zijn grenzen. Zo schreef Jorge Louis Borges** al over een rijk waar de cartografen in de gunst van de koning waren gekomen en op zijn bevel zijn rijk met een schaal van 1:1 mochten afbeelden. Als een deken over het land werd alles 1:1 geprojecteerd, niets werd meer overslagen. Dat het nut van zo’n kaart zeer beperkt is (waar blijft het overzicht, het inzicht, het zonlicht..) werd al snel duidelijk. Lappen van de overgebleven kaart werden generaties later in de woestijn nog aangetroffen, als onderdak voor dieren en bedelaars.

Soms weten we te weinig van de werkelijkheid om een harde, scherpe lijn op de kaart te rechtvaardigen. Een lijn die de grens van een geluidszone aangeeft, heeft een hele andere exactheid dan de lijn, die de grens van een gebouw weergeeft. Een collega wees met recent op de mogelijkheid om dat soort grenzen als ‘geschetst’ te visualiseren. Een geplande wijk of stadsgezicht krijgt zo een wat cartooneske aanblik. Voor de ondergrond (dank open data van het Dinoloket van TNO) werkt deze visualisatie ook: daar verdienen de grenzen helemaal niet zo’n exacte afbeelding. Misschien past zo’n wazige visualisatie ook beter bij de navigatie-app in auto, zo van: daar begint die file mogelijk ongeveer.

Grip op de werkelijkheid

Moeten dus maar ophouden met kaarten, als modellen van de werkelijkheid, te produceren? Niets minder waar, de werkelijkheid zelf is té overweldigend om in één keer te bevatten. We hebben juist modellen en abstracties nodig om enig begrip van de werkelijkheid op te kunnen doen. Maar tegelijkertijd is het raadzaam om met meerdere modellen van de werkelijkheid te werken en om maker en model kritisch te blijven benaderen.

Terugkomend op de onverwachte file: gelukkig overkomt het tegenoverstelde mij ook regelmatig. Dankzij de app stel ik me in op een aangekondigde file over 16 km. Eenmaal bij de plaats delict aangekomen is er in velden of wegen een file te bekennen. Gelukkig maar, mijn dag is weer helemaal goed. Fijn model van de werkelijkheid, die app!

 

* De uitspraak komt uit Alfred Korzybski’s Science and Sanity. Voor wie actueleele verdieping in het onderwerp zoekt: The Map and the Territory, Wuppuluri, Shyam, Doria, Francisco Antonio (Eds.), Springer.

**Zie On Exactitude in Science, Jorge Louis Borges. Lewis Carroll (Sylvie and Bruno Concluded) en Umberto Eco (“On the Impossibility of Drawing a Map of the Empire on a Scale of 1:1”) hebben het onderwerp ook beschreven.

Verschenen op geografie.nl, 14 november 2018.