Skip to content

De levende atlas

2017 November 15

Het was een van de centrale thema’s van de recente Esri GIS Conferentie: de levende atlas. ‘Atlassen helpen ons al meer dan vijfhonderd jaar om de wereld beter te begrijpen’, aldus Ten Siethof in zijn inleiding. Fraaie illustraties van vroeger wisselden elkaar af met inzichten van wat nu allemaal mogelijk is. In de woorden van een scholier: een atlas op mijn iPad, dan ‘leeft’ die zeker. Maar met ‘leven’ wordt meer bedoeld dan dat je op digitale kaarten kan ‘pennen en zoomen’. Maar wat is die atlas dan precies? En wanneer leeft die?

Vroeger tijden

Voor wie minder thuis is in de Griekse mythologie: Atlas was een halfgod die de strijd opnam tegen Zeus. Voor straf moest hij voortaan het hemelgewelf, niet de aarde, op zijn schouders dragen. Bovenop het Paleis op de dam valt Atlas niet de missen. Binnen staat ook een versie, die neerkijkt om een prachtige marmeren kaart van de ‘kring der landen’. Het was Mercator (die van de projectie) die bedacht dat ‘Atlas’ ook een goede naam is voor een boek met kaarten, een boek dat niet alleen het hemelgewelf, maar zelfs hele de wereld kan uitdragen.

Voor wie interesse heeft in een papieren versie uit die tijd biedt het Scheepvaart museum momenteel een oplossing. In toepasselijk half donker wordt Blaeu’s wereld in kaart gebracht en wordt de bezoeker enkele seconden verlichting op de meesterwerken gegund. Mercator’s projectie wordt terzijde ook nog tot leven gebracht.

Populair begrip

Bij het woord ‘atlas’ horen voor de meesten associaties met lange lagere school dagen en zo’n dik boek, dat zwaar dichtklapt. Maar sinds Mercator is het woord atlas een stuk populairder geworden. Het beeld van een atlas als verzameling kaarten zoals een Bosatlas is aan verandering onderhevig.

Zelf grasduin ik graag door kaarten en atlassen en bij een aantal atlassen kan ik me meteen wat voorstellen: een klimaateffectatlas, die het effect van klimaatverandering, lees het effect van overstroming, wateroverlast, droogte en hitte, in kaartverhalen helder verwoordt. De al eerder op  geografie.nl besproken Atlas van de Nederlandse taalwaar spreken we welke woorden hoe uit? Of de Atlas van de Onderwereld: veel minder crimineel dan een eerste indruk wellicht doet denken: want ‘Voor het eerst is de aardmantel wereldwijd en volledig in kaart gebracht’. Maar het woord atlas wordt tegenwoordig voor veel meer toegepast:

Zo is er een Atlas van het Toezicht: een publicatie, die is ‘erop gericht om toezichthouders te prikkelen, tot nadenken te stemmen en te inspireren.’ Mooie referenties naar waar een atlas voor staat, maar ik vermoed dat er geen enkele kaart in te ontdekken valt.

Wat te denken van de Atlas van de Enterprise Architectuur Rijksdienst: niet meteen bovenaan een top-10 boekenlijst, maar wel een onderwerp dat allang de hype voorbij is en dat zeker voor geïnteresseerden relevant is. Dit ‘kompas voor het digitale rijk‘ beschikt over ‘kaarten’ die in normaal Nederlands als infographic of plaatje zouden doorgaan.

Onmisbaar voor de ‘nieuwe bibliothecaris’: De atlas van de nieuwe bibliothecaris: een gids voor het nieuwe landschap van praktijk van de bieb. Lankes helpt bibliothecarissen te navigeren en te ontdekken. Zonder echte kaarten, maar wel met een veelvoud van schema’s en diagrammen.

De management literatuur staat vol met verwijzingen naar atlassen en geografie, zoals Kaplan en Nortan’s strategie kaarten of BCG’s Atlas van strategie valkuilen, maar deze website maakt het wel erg concreet: in deze Atlas of Public Management vind je openbaar lesmateriaal over de (aan)sturing van de Noord-Amerikaanse overheid. Compleet met een toets of je de juiste route hebt gevonden in dit kennislandschap.

Het gebruik en de toepassing van het woord atlas lijkt geen grenzen te kennen. Zo komt er heel wat op je af als je naar ‘atlas’ zoekt: van autotype tot gebouw, van theater tot straatnaam, we atlassen wat af met z’n allen. Eerder dit jaar bracht de Atlas voor gemeenten zelfs geluk en welzijn in kaart, want ‘Steeds meer gemeenten willen sturen op geluk.‘ Meer atlassen lijkt mij een voor de hand liggende optie.

Constant in beweging

De atlassen van toen waren slechts voor een klein publiek betaalbaar en al snel out-of-data. Een moderne atlas is altijd en voor iedereen toegankelijk en komt zo echt tot leven. Beschikbaarheid en toegankelijkheid zijn de centrale begrippen, van een 3D gebouwenkaarten  en postcodevlakkenkaart tot actuele ruimtelijke plannen van heel Nederland.

Dat leven van de levende atlas zit ook in de actualiteit van het materiaal. Dat de kaarten zelf constant en zichtbaar in beweging zouden zijn, dat hadden de kaartenmakers van toen zeker nooit kunnen voorstellen. Met een ‘Elke organisatie zijn eigen levende atlas’ sloot Ten Siethof zijn betoog af. Ik zie de ideeën voor een levende atlas voor uw school graag tegemoet. Ik voorspel dat die tot levendige en gelukkige klassen zal leiden.

 

Verschenen op 3 november op www.geografie.nl

Een slimme wereld dankzij slimme kaarten?

2017 September 22

Wijsheid, kennis, intelligentie, weten, feiten, data, het zijn van die begrippen die soms wat lastig uit de losse pols te definiëren zijn. Geowijsheid, het kan zo maar een nieuwe lesmethode zijn, en slimme kaarten passen in dat rijtje. Ook de onderlinge verhouding tussen deze begrippen vergt wat nadenkwerk. Wat is wijsheid nu precies? Bestaat wijsheid zonder kennis? Zit kennis in een computer of een boek? En als je alle feiten kent, wat weet je dan?

Een slimme wereld 

Toen ik me in de slimme wereld voor een gastcollege bij de Minor Smart World van Windesheim Flevoland mocht verdiepen, werd de link tussen de onderwerpen meteen duidelijk gesteld: onze wereld wordt steeds slimmer en dus zijn er steeds meer kansen voor innovatie. Technologie wordt slimmer en je kan deze technologie ook slim inzetten. Maar graag plaats hierbij ik een aantal vraagtekens.

Slim inzetten is meteen duidelijk, maar is technologie zelf, of een kaart of de wereld, wel slim? Groningen Bereikbaar heeft zo’n slimme kaart. De kaart geeft naast drukte op de weg ook wegwerkzaamheden en evenementen, die de autobezitter dwars kunnen zitten, keurig weer. Handig als je de snelste route door Groningen wilt plannen. Maar waarom is de kaart slim? Zet die meer aan tot denken? Is deze kaart slechts handiger dan de analoge versie?

Ik neem aan dat we smart-manie te danken hebben aan de smartphone. Zoals bekend kan je dankzij die slimme telefoon hele domme dingen doen. Bij de VU wordt dat actief ontmoedigd door ‘smombies’ te waarschuwen. In het verkeer moet je opletten op het verkeer, en niet op je telefoon kijken of er ook verkeer aankomt. En nu maar hopen dat deze smombies op straat kijken in plaats van naar de telefoon.

Taal is in beweging, maar of de smart-mode wel zo slim is? Slimme wegen, slimme fietsen, slimme schoolborden, ook ik heb mijzelf vaak genoeg aan de slim-noemerij schuldig gemaakt. Van een echt neologisme kan geen sprake meer zijn. Al in 2001, 16 jaar geleden, langzaam op weg naar volwassenheid, schreef het project De Internet Atlas in de Klas, over ‘slimme kaarten op computers, wat kan je ermee in de klas?’, meteen gevolgd door ‘voor slimme leerlingen’ en ‘smart teachers’. Die docenten weten wel raad met de begrippen uit de inleiding van deze blogpost.

Het blijft wel een bijzondere combinatie: slim en kaarten. Slim is een woord dat ik met denken en gedrag associeer, zoals ‘stroperigheid’ bij motorolie hoort en ‘poreus’ bij rubber. Natuurlijk kan men met enige fantasie die woorden ook op mensen van toepassing verklaren. ‘Als je niet smart bent, tel je als stad niet meer mee’, schreven Egbert van der Zee en Demi van Weerdenburg in april op geografie.nl. Zo is het met kaarten ook een beetje.

Geowijsheid 

Het begrip slimme kaarten nodigt in ieder geval uit tot overdenken. De suggestie is duidelijk: door gebruik van slimme kaarten wordt je vanzelf ook slimmer. Welke kaart(lezer) wil er nu voor dom versleten worden? Maar doen we dankzij die slimme kaarten als vanzelf meer kennis op? En leidt die kennis tot meer wijsheid? Enige twijfel is op zijn plaats. Zo schrijft René ten Bos in Dwalen in het Antropoceen: ‘Hoe meer instrumenten we hebben die zeggen waar we zijn, hoe minder goed we lijken te weten waar we zijn of waar we naar toe gaan.’ Dat is heel herkenbaar. Probeer maar eens uit: bel een automobilist die onderweg is en vraag waar hij is. Grote kans dat het antwoord ‘ben er over 20 minuten’ luidt. En op de vraag : ‘neem je de noordring of de A12?’, volgt zeker ‘geen idee, ik volg de navigatie’. Terwijl dat apparaat een 100 meter kortere route al als een betere route aangeeft. Dit bevordert de ontwikkeling van een slimme wereld duidelijk niet.

Kennis associeer ik vooral met onderwijs en onderzoek, met hoofden die gevuld moeten worden, of beter, hoofden die leren hoe ze zichzelf kunnen vullen met kennis. Dankzij kennis weet je hoe je iets moet doen, dus hoe je het beste van A naar B moet komen. Het is wijsheid als je weet of je het moet doen, of niet*. Zo is Geowijsheid: gewoon nog even thuiswerken, als door file de Groninger ringweg op slot zit. En ook: nooit te hard over die ring, al laat de kaart het toe. – Ik zie het al voor me. ‘Maar agent, ik volgde een slimme kaart.’ ‘Een beetje dom’ zou zomaar het antwoord kunnen zijn.

*Vrij naar Vivian Clayton, uit Stephen Hall’s ‘Wisdom’.
Verschenen op Geografie.nl, 15 september 2017

Van de kaart door topofilie

2017 August 1

Niet dat ik van plan ben om alle gezegdes met het woord ‘kaart’ in columns voor geografie.nl aan de orde te brengen, in kaart gebracht, zich in de kaart laten kijken, in de kaart spelen, et cetera, maar voor ‘van de kaart’ maak ik graag een uitzondering. Het is een vrije vertaling van de titel van Alastair Bonnet’s boek Off the map. Alastair neemt je mee op een ontdekkingsreis naar bijzondere plaatsen, die na ontdekking toch weer heel normaal blijken te zijn. Hij is niet de enige die uitnodigt om even van de kaart te zijn. Er is een ruim aanbod van boeken die geografische verbeelding oproepen. Ze zijn van harte aanbevolen, voor tijdens en na een zomervakantie.

Topofilie

Bonnet’s boek is eigenlijk een boek over de liefde, de liefde voor plaats (topofilie). In verhalen over 47 verloren gegane plaatsen, eilanden die nog van niemand zijn, dode steden et cetera dwingt de auteur de lezer anders tegen plaats aan te kijken. Hij neemt je mee op weg naar plaatsen die slechts op weinig kaarten staan, soms zelfs op geen enkele. Bijvoorbeeld naar spookeiland Sandy Island, dat op veel kaarten stond en zelfs Google Earth haalde, maar dat in november 2012 toch niet te vinden was. Zelfs het E.D. (existence doubted) waren de cartografen van toen vergeten op de kaart te vermelden. En naar het ineens opgedoken eiland New Moor, waarover India en Bangladesh zich druk maakten. Dat probleem loste zich vanzelf op, zodra het eiland van nature weer was verdwenen.

En wat te denken van Kangbashi (afbeelding bovenaan), als voorbeeld van de maakbaarheid van het stedelijk landschap, dat duidelijk zijn grenzen kent: we leven in een tijdperk van lege steden. Chinese stedenplanners lijken er een gewoonte van te maken om ‘steden zonder bewoners’ te plannen.  Maar zijn steden zonder bewoners wel steden?

In het hoofdstuk over enclaves wordt gesuggereerd dat de chitmahals, de Bangladeshi enclaves in India, in 1947 door een dronken Britse cartograaf zijn ontstaan: hij gooide per ongeluk zijn inktpot om toen hij de nieuwe grens intekende, met de chitmahals als resultaat. Voor niet-grens overstijgende gezondheidszorg vormen zij een serieus probleem. Baarle-Hertog en Baarle-Nassau ontbreken in dit hoofdstuk niet. Mocht de landsgrens daar dwars door je huis gaan: je betaalt belasting in het land waar je voordeur staat. Door die te verplaatsen kan je dus zomaar, volkomen legaal, in een gunstigere belastingschijf vallen. Leven in een cartografisch unicum, het voegt als vanzelf extra waarde toe aan je huis en het woongenot.

Plaats zegt zoveel over onze identiteit. En ook al hebben we behoefte aan mobiliteit en onze roots, misschien moeten we maar toegeven dat ook grenzen inspireren. Off the Map is een boek dat ons herinnert aan de tijden toen geografie een centraal begrip was voor moraliteit en religie. Het is uitermate geschikt om bij weg te dromen. Met mooie, en bijna niet te vertalen, zinnen als: ‘Unruly places that defy expectations. It is not down on any map. True places never are.’ en ‘The Discovery of non-existent places is an intriguing byway in the history of exploration.’ Zo is het maar net.

Plaatsen die op geen enkele kaart staan

Voor de professionele en amateur wegdromers van deze wereld heb ik nog meerdere werken in de aanbieding. In An Atlas of Countries that don’t existlukt Nick Middleton het toch om er vijftig te beschrijven. Hij herinnert de lezer aan de tijd dat de wereldkaart nog niet zo duidelijk verdeeld was over soevereine staten, maar juist veel witte plekken kende. Kolonisatie en dekolonisatie hebben zo zijn tol geëist, uiteindelijk ook op de kaart. Vrijstad Christiana, Kopenhagen’s hippiestad, Moresnet, de dwergstaat ten zuiden van het Drielandpunt, Atlantium, de microstaat in Australië, en Sealand, de booreiland-staat net voor de Engelse kust, ze komen allemaal aan bod, in een mooi vormgegeven boek dat net geen atlas is.

Umberto Eco ontdekt in De geschiedenis van imaginaire landen en plaatsen de plekken en landen waarvan veel mensen geloofden dat ze ook echt bestonden. In slechts 478 pagina’s, inclusief bronvermelding, gaat Eco veel verder dan Luilekkerland, Utopia of Atlantis: ook de Peutingerkaart, El Dorado, de wereldkaart van Ebsdorf, de (denkbeeldige) landkaart van de liefde en hartstochten, zelfs de kaart van het paradijs (en de andere kant op, die van de hel) komen aan bod. Een reis door het verleden vertelt door de verbeelding van toen.

Plaatsen die op geen enkele kaart staan. Je zal er maar wonen. In Paul Beaty’s De verrader pikt de hoofdpersoon het niet langer dat zijn stad Dickens alleen nog in zijn hoofd bestaat, en niet meer op de kaart. Zelf bebouwde kom-borden plaatsen en grenzen trekken (van die dikke witte strepen) bleek gemakkelijker dan een stedenband aangaan. Wanneer zelfs Tsjernobyl een partnership afwijst, dan weet je dat de kans om weer op de kaart verschijnen uitermate klein is. Uiteindelijk wint de volhouder – Dickens wordt weer in het weerbericht genoemd – en staat Dickens weer op de kaart.

Even van de kaart zijn

Even zonder richting, zonder bestemming, onbekend terrein, geen legenda of vooral: agenda. Voor geografen kan het best lastig zijn, maar het helpt altijd om weer op koers te komen. Bonnet, Middleton, Beaty, Eco en veel anderen bieden daarvoor een goede handleiding. Voor het ware van de kaart zijn is uiteraard geen handleiding, of kaart, noodzakelijk.

- geschreven voor geografie.nl, 7 juli 2017