Skip to content

De kaart van het jaar ©

2018 January 20

‘Joop van der Schee ontvangt zilveren Vethmedaille’, kopte geografie.nl in november. Ik was er graag bij aanwezig geweest, maar ik kon niet om een lesrooster heen. Een van de weinige toegestane redenen om te spijbelen van de KNAG onderwijsdag, bevestigde Joop toen ik hem in de middag wél kon feliciteren. De KNAG onderscheidingen en de uitreiking aan Joop zijn onbetwist, zijn GISse leerlingen staat op een vaste plek in mijn analoge boekenkast, maar het zette me wel aan het denken over hoe het prijzen uitloven is uitgegroeid in de laatste jaren.

Mogelijk dat het naderend nieuwe jaar een rol speelt, maar onze maatschappij lijkt overspoeld te raken met verkiezingen voor politicus, sporter, journalist, et cetera van het jaar. In mijn beeld stak Nederland ooit wat mat af ten opzichte van andere landen, waar een heuse prijscultuur heerst (a la medewerker van de week), maar we hebben dat aardig ingehaald. Wat ooit begon met ‘de dag van’ of ‘de week van’ is uitgemond in een alomvattend aandachts- en prijzencircus. Blijft er wel een normale dag in het jaar over?

Dagen, maanden, jaren

Hoe het ooit begonnen is, kon ik niet achterhalen. Vaderdag, moederdag, valentijnsdag, pantoffeldag, die zijn nog wel te plaatsen, maar de dag van de bergen en de dag van het koor zijn veel lastiger te plaatsen. Gelukkig vallen ze niet op dezelfde dag, een Sound of Music-associatie is dan al snel gelegd. Voor weken is het niet veel anders. We genieten al van de week van respect, de week van het geld, de week van de lentekriebels, de week van het Nederlands, met als slogan: ’iedereen aan het woord’ – ergens lijkt dat de communicatie niet te bevorderen. Er is een maand van de filosofie (april), een maand van het spannende boek (juni) en een maand van de geschiedenis (oktober). Onderwerpen die duidelijk niet in één week passen en elkaar ook lijken uit te sluiten. Daar stelt het KNAG zich met de GeoWeek een stuk bescheidener op.

 

Voor sprekende voorbeelden voor wat een jaar ons heeft opgeleverd is kort zoeken voldoende. Zo is er een prijs voor de auto van het jaar, een tuin van het jaar, speelgoed van het jaar, woonboot van het jaar en de jonge ambtenaar van het jaar. Ik daag u uit daarvoor een combinatie te bedenken. Een beetje gemeente of provincie doet daar niet voor onder: Amsterdammer of Groninger van het jaar! Voor wie begrijpelijk het tijdsbesef kwijt is, bestaat er een overzichtelijke Fijnedag kalender. Ook leuk om je even te verbazen.

Prijsuitreiking  

De gemiddelde prijs wordt bij voorkeur op een Nationaal Congres van … (vul aan met Engels, Duits, Brandpreventie, CityMarketing, Belastingzaken) uitgereikt. Zo voerde Geo-Informatie Nederland recent een prestigieuze Geo-Prestige Award in, inclusief een gala-avond voor de winnaars en genomineerden. In de categorieën organisaties, startups (organisaties in spe?) en professionals werden de winnaars door jury en aanwezigen verdiend en uitgebreid gelauwerd. Zeker vernieuwend in het anders zo bescheiden geowereldje.

Overigens, niets ten kwade van de serieuze prijzen. Geo-Informatie Nederland en de Nederlandse Commissie voor Geodesie hebben een kersverse GIN-NCG-Scriptieprijs ingesteld. En UNIGIS, de masteropleiding in GIS aan de VU, looft al jaren een prijs uit voor de beste thesis (gefeliciteerd, Marijke Bekkema!). Maar er zijn genoeg voorbeelden waardoor je even achter je oren moet krabben. De bedrijfsadviseurs van EY roepen jaarlijks een ‘onderneming van het jaar®’ uit en Deloitte kiest de snelste groeiende techbedrijven in de Fast 50. Er is een logistieke webshop van het jaar verkiezing, inclusief kandidaten en een jury. Je favoriete kapsalon (niet de culinaire variant) kan tijdens de kapsalon van het jaar verkiezing op een podium komen. Als klap op de vuurpijl (…) heeft het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een prijs voor de minst bureaucratische ambtenaar ingesteld. Ik ga ervan uit dat het Ministerie van OCW deze lijn links laat liggen en er geen prijs voor de minste verstrooide wetenschapper of minst wereldlijke aardrijkskunde docent komt.

Het jaar van de kaart

Ooit had een middelbare schoolprijs (beste column van de maand, blogposts waren er nog niet) op mij het nodige motiverende effect: jarenlang hing het certificaat boven het bureau waar geschreven moest worden. Het is ook het effect dat prijzen als de UNIGIS scriptieprijs en de Young Scholar Award beogen. Ze zijn bedoeld ‘om te prijzen’, om een persoon of een organisatie terecht in het zonnetje te zetten voor een fraaie prestatie en ze zo een duwtje in de rug te geven.

Juist om het geografische denken te bevorderen is het nu de hoogste tijd om naast het prentenboek van het jaar, het woord van het jaar, het managementboek van het jaar, voor een ‘kaart van het jaar ©’ verkiezing. Ik zie mogelijkheden voor een jury van cartofielen, een volksraadpleging via een appje en een gala-avond zoals bij de Oscaruitreiking: ‘En de prijs voor de meest verrassende kaart van 2018 gaat naar…’.

Ik wil er niet over zuurpruimen, maar draaien we niet een beetje door met het dagen- en prijzencircus? Is het niet bijna tijd om een prijs voor ‘de beste prijs’ uit te gaan reiken? Of stel je voor dat we volgende week, zomaar van een normale dag of week zouden kunnen genieten. Gewoon op je fiets naar het station, boek lezen op de iPad in de trein, kopje koffie erbij. Geen dag van de fiets, week van de iPad of maand van de koffie in velden of wegen te bespeuren. Het lijkt me een ideale start voor een gezond en gelukkig jaar van de kaart.

Verschenen op 2 januari 2018 op www.geografie.nl

De levende atlas

2017 November 15

Het was een van de centrale thema’s van de recente Esri GIS Conferentie: de levende atlas. ‘Atlassen helpen ons al meer dan vijfhonderd jaar om de wereld beter te begrijpen’, aldus Ten Siethof in zijn inleiding. Fraaie illustraties van vroeger wisselden elkaar af met inzichten van wat nu allemaal mogelijk is. In de woorden van een scholier: een atlas op mijn iPad, dan ‘leeft’ die zeker. Maar met ‘leven’ wordt meer bedoeld dan dat je op digitale kaarten kan ‘pennen en zoomen’. Maar wat is die atlas dan precies? En wanneer leeft die?

Vroeger tijden

Voor wie minder thuis is in de Griekse mythologie: Atlas was een halfgod die de strijd opnam tegen Zeus. Voor straf moest hij voortaan het hemelgewelf, niet de aarde, op zijn schouders dragen. Bovenop het Paleis op de dam valt Atlas niet de missen. Binnen staat ook een versie, die neerkijkt om een prachtige marmeren kaart van de ‘kring der landen’. Het was Mercator (die van de projectie) die bedacht dat ‘Atlas’ ook een goede naam is voor een boek met kaarten, een boek dat niet alleen het hemelgewelf, maar zelfs hele de wereld kan uitdragen.

Voor wie interesse heeft in een papieren versie uit die tijd biedt het Scheepvaart museum momenteel een oplossing. In toepasselijk half donker wordt Blaeu’s wereld in kaart gebracht en wordt de bezoeker enkele seconden verlichting op de meesterwerken gegund. Mercator’s projectie wordt terzijde ook nog tot leven gebracht.

Populair begrip

Bij het woord ‘atlas’ horen voor de meesten associaties met lange lagere school dagen en zo’n dik boek, dat zwaar dichtklapt. Maar sinds Mercator is het woord atlas een stuk populairder geworden. Het beeld van een atlas als verzameling kaarten zoals een Bosatlas is aan verandering onderhevig.

Zelf grasduin ik graag door kaarten en atlassen en bij een aantal atlassen kan ik me meteen wat voorstellen: een klimaateffectatlas, die het effect van klimaatverandering, lees het effect van overstroming, wateroverlast, droogte en hitte, in kaartverhalen helder verwoordt. De al eerder op  geografie.nl besproken Atlas van de Nederlandse taalwaar spreken we welke woorden hoe uit? Of de Atlas van de Onderwereld: veel minder crimineel dan een eerste indruk wellicht doet denken: want ‘Voor het eerst is de aardmantel wereldwijd en volledig in kaart gebracht’. Maar het woord atlas wordt tegenwoordig voor veel meer toegepast:

Zo is er een Atlas van het Toezicht: een publicatie, die is ‘erop gericht om toezichthouders te prikkelen, tot nadenken te stemmen en te inspireren.’ Mooie referenties naar waar een atlas voor staat, maar ik vermoed dat er geen enkele kaart in te ontdekken valt.

Wat te denken van de Atlas van de Enterprise Architectuur Rijksdienst: niet meteen bovenaan een top-10 boekenlijst, maar wel een onderwerp dat allang de hype voorbij is en dat zeker voor geïnteresseerden relevant is. Dit ‘kompas voor het digitale rijk‘ beschikt over ‘kaarten’ die in normaal Nederlands als infographic of plaatje zouden doorgaan.

Onmisbaar voor de ‘nieuwe bibliothecaris’: De atlas van de nieuwe bibliothecaris: een gids voor het nieuwe landschap van praktijk van de bieb. Lankes helpt bibliothecarissen te navigeren en te ontdekken. Zonder echte kaarten, maar wel met een veelvoud van schema’s en diagrammen.

De management literatuur staat vol met verwijzingen naar atlassen en geografie, zoals Kaplan en Nortan’s strategie kaarten of BCG’s Atlas van strategie valkuilen, maar deze website maakt het wel erg concreet: in deze Atlas of Public Management vind je openbaar lesmateriaal over de (aan)sturing van de Noord-Amerikaanse overheid. Compleet met een toets of je de juiste route hebt gevonden in dit kennislandschap.

Het gebruik en de toepassing van het woord atlas lijkt geen grenzen te kennen. Zo komt er heel wat op je af als je naar ‘atlas’ zoekt: van autotype tot gebouw, van theater tot straatnaam, we atlassen wat af met z’n allen. Eerder dit jaar bracht de Atlas voor gemeenten zelfs geluk en welzijn in kaart, want ‘Steeds meer gemeenten willen sturen op geluk.‘ Meer atlassen lijkt mij een voor de hand liggende optie.

Constant in beweging

De atlassen van toen waren slechts voor een klein publiek betaalbaar en al snel out-of-data. Een moderne atlas is altijd en voor iedereen toegankelijk en komt zo echt tot leven. Beschikbaarheid en toegankelijkheid zijn de centrale begrippen, van een 3D gebouwenkaarten  en postcodevlakkenkaart tot actuele ruimtelijke plannen van heel Nederland.

Dat leven van de levende atlas zit ook in de actualiteit van het materiaal. Dat de kaarten zelf constant en zichtbaar in beweging zouden zijn, dat hadden de kaartenmakers van toen zeker nooit kunnen voorstellen. Met een ‘Elke organisatie zijn eigen levende atlas’ sloot Ten Siethof zijn betoog af. Ik zie de ideeën voor een levende atlas voor uw school graag tegemoet. Ik voorspel dat die tot levendige en gelukkige klassen zal leiden.

 

Verschenen op 3 november op www.geografie.nl

Een slimme wereld dankzij slimme kaarten?

2017 September 22

Wijsheid, kennis, intelligentie, weten, feiten, data, het zijn van die begrippen die soms wat lastig uit de losse pols te definiëren zijn. Geowijsheid, het kan zo maar een nieuwe lesmethode zijn, en slimme kaarten passen in dat rijtje. Ook de onderlinge verhouding tussen deze begrippen vergt wat nadenkwerk. Wat is wijsheid nu precies? Bestaat wijsheid zonder kennis? Zit kennis in een computer of een boek? En als je alle feiten kent, wat weet je dan?

Een slimme wereld 

Toen ik me in de slimme wereld voor een gastcollege bij de Minor Smart World van Windesheim Flevoland mocht verdiepen, werd de link tussen de onderwerpen meteen duidelijk gesteld: onze wereld wordt steeds slimmer en dus zijn er steeds meer kansen voor innovatie. Technologie wordt slimmer en je kan deze technologie ook slim inzetten. Maar graag plaats hierbij ik een aantal vraagtekens.

Slim inzetten is meteen duidelijk, maar is technologie zelf, of een kaart of de wereld, wel slim? Groningen Bereikbaar heeft zo’n slimme kaart. De kaart geeft naast drukte op de weg ook wegwerkzaamheden en evenementen, die de autobezitter dwars kunnen zitten, keurig weer. Handig als je de snelste route door Groningen wilt plannen. Maar waarom is de kaart slim? Zet die meer aan tot denken? Is deze kaart slechts handiger dan de analoge versie?

Ik neem aan dat we smart-manie te danken hebben aan de smartphone. Zoals bekend kan je dankzij die slimme telefoon hele domme dingen doen. Bij de VU wordt dat actief ontmoedigd door ‘smombies’ te waarschuwen. In het verkeer moet je opletten op het verkeer, en niet op je telefoon kijken of er ook verkeer aankomt. En nu maar hopen dat deze smombies op straat kijken in plaats van naar de telefoon.

Taal is in beweging, maar of de smart-mode wel zo slim is? Slimme wegen, slimme fietsen, slimme schoolborden, ook ik heb mijzelf vaak genoeg aan de slim-noemerij schuldig gemaakt. Van een echt neologisme kan geen sprake meer zijn. Al in 2001, 16 jaar geleden, langzaam op weg naar volwassenheid, schreef het project De Internet Atlas in de Klas, over ‘slimme kaarten op computers, wat kan je ermee in de klas?’, meteen gevolgd door ‘voor slimme leerlingen’ en ‘smart teachers’. Die docenten weten wel raad met de begrippen uit de inleiding van deze blogpost.

Het blijft wel een bijzondere combinatie: slim en kaarten. Slim is een woord dat ik met denken en gedrag associeer, zoals ‘stroperigheid’ bij motorolie hoort en ‘poreus’ bij rubber. Natuurlijk kan men met enige fantasie die woorden ook op mensen van toepassing verklaren. ‘Als je niet smart bent, tel je als stad niet meer mee’, schreven Egbert van der Zee en Demi van Weerdenburg in april op geografie.nl. Zo is het met kaarten ook een beetje.

Geowijsheid 

Het begrip slimme kaarten nodigt in ieder geval uit tot overdenken. De suggestie is duidelijk: door gebruik van slimme kaarten wordt je vanzelf ook slimmer. Welke kaart(lezer) wil er nu voor dom versleten worden? Maar doen we dankzij die slimme kaarten als vanzelf meer kennis op? En leidt die kennis tot meer wijsheid? Enige twijfel is op zijn plaats. Zo schrijft René ten Bos in Dwalen in het Antropoceen: ‘Hoe meer instrumenten we hebben die zeggen waar we zijn, hoe minder goed we lijken te weten waar we zijn of waar we naar toe gaan.’ Dat is heel herkenbaar. Probeer maar eens uit: bel een automobilist die onderweg is en vraag waar hij is. Grote kans dat het antwoord ‘ben er over 20 minuten’ luidt. En op de vraag : ‘neem je de noordring of de A12?’, volgt zeker ‘geen idee, ik volg de navigatie’. Terwijl dat apparaat een 100 meter kortere route al als een betere route aangeeft. Dit bevordert de ontwikkeling van een slimme wereld duidelijk niet.

Kennis associeer ik vooral met onderwijs en onderzoek, met hoofden die gevuld moeten worden, of beter, hoofden die leren hoe ze zichzelf kunnen vullen met kennis. Dankzij kennis weet je hoe je iets moet doen, dus hoe je het beste van A naar B moet komen. Het is wijsheid als je weet of je het moet doen, of niet*. Zo is Geowijsheid: gewoon nog even thuiswerken, als door file de Groninger ringweg op slot zit. En ook: nooit te hard over die ring, al laat de kaart het toe. – Ik zie het al voor me. ‘Maar agent, ik volgde een slimme kaart.’ ‘Een beetje dom’ zou zomaar het antwoord kunnen zijn.

*Vrij naar Vivian Clayton, uit Stephen Hall’s ‘Wisdom’.
Verschenen op Geografie.nl, 15 september 2017