Skip to content

Leren zonder grenzen

2018 October 12

Recent mocht ik een bijdrage leveren aan de 25e Esri GIS Conferentie, door een lezing met ‘grenzen’ als onderwerp te verzorgen. De geo-professional, wie dat dan ook mag zijn, omgrenst verschijnselen zodat we ze kunnen bestuderen. Sommige grenzen zijn nauwkeurig te bepalen en andere grenzen zullen altijd wazig blijven. Grenzen zijn zelden statisch, ze bewegen. Iedereen heeft wel een associatie met grenzen, het begrip maakt altijd wel wat los. Genoeg perspectieven om nader te onderzoeken.

Onderwijs en werkveld

Het is goed om af en toe even stil te staan bij wat ons begrenst, als persoon, als mens binnen een organisatie. Om je vervolgens af te vragen of die grens wel terecht is en of deze enkel in ons hoofd bestaat. En om er vervolgens overheen te stappen en gewoon te kijken wat er dan gebeurt. Grenzen worden gelegd, maar juist ook verlegd.

We hebben specifiek stilgestaan bij de grenzen tussen het onderwijs en de wereld van de professional, de verdwijnende grenzen binnen organisaties, de schuivende grenzen tussen mens en machine, en de stevige grenzen, barrières zo u wilt, die we tegenkomen als we maatschappelijke uitdagingen willen aangaan (lees energietransitie, klimaatadaptatie). Persoonlijk mocht ik de grens van onderwijs en werkveld toelichten.

De wereld van het leren is zonder grenzen geworden. Ik doel dan niet enkel op blended learning, waarbij het schoolgebouw, als de plek waar het echte lerenplaatsvindt nog steeds een belangrijke plaats inneemt. Het gaat me ook om de werelden van hoger onderwijs en een werkveld, werelden die elkaar echt nodig hebben: nieuwe opleidingen moeten ideeën eerst extern toetsen, voordat er onderwijs ontwikkeld gaat worden. Kritische meedenkers uit een werkveld kunnen voor echte opdrachten, vers uit de daagse praktijk, aanleveren en dat maakt het leren voor studenten levendig en actueler.

Doe mee!

Eerder al op dezelfde conferentie vertelde Tim Favier aan een volle zaal van GIS-professionals waarom GIS zo expliciet in het VO-eindexamen is opgenomen. Zelf vind ik het burgerschapsargument het meest aansprekend: leerlingen kunnen zelf uitspraken doen over ruimtelijke vraagstukken, dankzij GIS. Dat is niet alleen een noodzakelijk vaardigheid in een landje zoals Nederland, waar veel onderwerpen aanspraak op de ruimte maken, maar ook op wereldwijde schaal is dat een zeer nuttige vaardigheid.

Stapsgewijs werd het TPACK model door Tim uit de doeken gedaan, want als je GIS in de klas wil toepassen dan heb je kennis nodig van technologie, pedagogiek en content. Als randvoorwaarden benoemde hij het examenprogramma, de hardware, applicaties, geo-data, lesmateriaal en natuurlijk de docent voor de klas. Dat al die kennis niet meteen bij één docent of team te vinden is, is bijna vanzelfsprekend. Daarom sloot Tim af met een oproep aan de zaal om in actie te komen: Doe mee! Help als GIS-consultant een school in de buurt, je neef die ook docent is of gewoon de middelbare school, waar je kinderen elke dag naar toe fietsen. Het is zeker een leerzame ervaring.

Horizon

Als we wat langer bij grenzen stilstaan, dan blijkt soms dat onze eerste gedachten niet meteen de beste zijn. Ergens had ik het idee dat grenspalen tussen Nederland en onze buren op de grens zouden staan. Dankzij zomerstudent* Martijn Noomen weet ik nu dat de kleine obelisken vooral dienen om de echte grens te kunnen aanwijzen, bijvoorbeeld 14 meter verder. Verder blijkt Nederland vol met bestuurlijke grenzen, van gemeentegrens tot COROP-regio. Het resultaat, een kaart van de bestuurlijke dichtheid, brengt de burger mogelijk aan het twijfelen over zelfredzaamheid.

Hoe verschillend we tegen grenzen aan kunnen kijken: is de horizon, de grens van wat we kunnen zien, nu ‘het einde’ (de einder) of juist de plaats, de zone, strook, voor een nieuw begin? Voor het GIS in het voortgezet onderwijs, en vooral de leerlingen die zo graag naar buiten gaan, ga ik uit van dat laatste.

*mijn eerste associatie blijft een student die druiven gaat plukken in Frankrijk, maar het is gewoon een in de vakantie doorlerende student.

Verschenen op geografie.nl, 5 oktober 2018.

Een whatsappje aan 15 jarig Geo-Informatie Nederland

2018 September 9

Het was bijna onopgemerkt aan mij voorbij gegaan: 15 jaar Geo-Informatie Nederland. Dat is snel gegaan! Een echt verjaardagfeest of jubileum is het niet: 15 jaar komt toch nog wat puberaal over. Maar het onderwerp past uitstekend in een jaar van feestjes: 13e Geoweek, 20 jaar Esri Nederland, 25e Esri GIS Conferentie. Hoe feliciteer je vandaag de dag een 15-jarige? En wat wens je als oud-GINner voor zo’n nog relatief jong GIN?

De start van GIN was bijzonder. Na jaren van passief lidmaatschap, niets mis mee, wilde ik graag actief een bijdrage leveren. De eerste vergadering van het nieuwe bestuur (november 2003), met twaalf bestuursleden (!), is me zeker bijgebleven. In dat nieuwe bestuur mocht ik met marketing en communicatie GIN zelf op de kaart zetten. De onderwerpen die zoal op tafel lagen: portefeuille verdeling, focus en freeriders, partnerprogramma en publicatiereeks, secties en werkgroepen. Leuk om die oude notulen weer door te bladeren: een themabijeenkomst met als onderwerp “Google-GIS” haalde nog geen 20 deelnemers (2004). Verslag van het GITA congres – waar is dat congres gebleven? Moeten we nu wel of niet een GIN email nieuwsbrief beginnen? De meeste gestelde vraag toen: zit je namens de VVL of NVK in het bestuur? De fusie was duidelijk nog niet helemaal tot iedereen doorgedrongen.

 De nieuwe vereniging Geo-Informatie Nederland wilde door samenwerking meer bereiken. We hadden niet de intentie om te concurreren, maar deden dat uiteindelijk wel. Daarom hebben we pro-actief geprobeerd de relatie met de andere geo-bladen aan te halen. We organiseerden samen kennisdagen en er werden specials over de GIN bijeenkomsten door anderen verzorgd. Het (1 april) idee om naar een “GISInfoMatrix” toe te werken werd niet breed verwelkomt. Doordat kwaliteitsvakblad ViMatrix ter ziele ging, is het geo-media landschap wel verarmd. Jammer dat we dat niet konden verhinderen.

GIN heeft toen ook ingezet op het anders organiseren van de bijeenkomsten. We werkten meer regionaal, dan thematisch en altijd in samenwerking met een andere organisatie. Zo vonden er tijdens het GIN Congres 2007 wel 12 nevenbijeenkomsten plaats. We hebben ook de organisatie van de beursvloer van het congres professioneel uitbesteed, waardoor het tijdperk van het uitzetten van de stands met een tachymeter definitief ten einde kwam.  De inhoud van het congres zelf viel uiteraard onder verantwoordelijkheid van een programma commissie. Dat het bestuur zelf geen invloed had op de uit te nodigen sprekers was even wennen voor de lobbyende standhouders. De nieuwe opzet leek te werken: voor de Geo-Info Xchange 2009 waren er in totaal 3115 aanmeldingen, waarvan er 2585 unieke deelnemers ook daadwerkelijk kwam opdagen. Het eindoordeel van de 63 standhouders: 7.7. Het waren de getallen die ons moed gaven.

Na mijn afscheid vanuit het bestuur als voorzitter in 2011 heb ik me bewust niet met het reilen en zeilen van de vereniging bemoeit. Je loopt een nieuwe bestuur al snel voor de voeten. De enige uitzondering, naast deze felicitatie,: toen de vereniging vroeg om studenten de toegang tot de jaarlijkse bijeenkomst financieel lastig te maken (en daarvoor bedrijven te laten sponsoren) heb ik de voorzitter wel even gebeld.. Ik wens zo min mogelijk barrières voor de nieuwe generatie, die dit mooie werkveld zullen verbreden. De voorzitter was het geheel met mijn eens.

 Terugkijkend: een leerzame en mooie tijd met enthousiaste vrijwilligers, die er samen méér van willen maken. Bij mijn afscheid, een kookavond met bestuur en partners, was ik het laatste bestuurslid van het 2003 bestuursploeg. Een goed teken van de levensvatbaarheid van een vereniging. - Het “25 jaar GIN” feestje zet ik alvast in mijn agenda.

Geschreven voor Geo-Info, 2018, nummer 4.

Geo in de mode: niet nieuw, maar best trendy

2018 July 16
tags: ,
by Jw

Tegenwoordig is het helemaal in de mode om trends te verkondigen en ook geo-informatie lijkt daar niet aan te ontkomen. Tijdens het vijfde Symposium GeoTrends op 19 juni 2018 bij Aeres Hogeschool Almere stonden daarom – naast de studenten – de trends in het werkveld van Geo, Media en Design (GMD) centraal. Het symposium genoot een opkomst van meer dan 150 deelnemers, studenten en professionals, en maakte daarmee duidelijk dat Geo zélf in de mode is. Maar ergens suggereert ‘in de mode zijn’ dat Geo evengoed weer uit de mode kan raken.

Kaart en mode

Bij ‘in de mode’ denk ik al snel aan catwalks en de onwerkelijke modellen die daarop paraderen. Toegegeven, het zijn ontwikkelingen die ik maar matig bijhoud, maar kaarten en mode lijken dan ook zelden hand in hand te gaan. Een van de schaarse voorbeelden daarvan is de megajurk van de “Waschvrouw”, die middenin het GeoFort is te bewonderen. In tegenstelling tot het GeoFort zelf is dit geen mode voor het brede publiek. Mogelijk wel geschikt voor het brede publiek, maar nog niet echt doorgebroken: de Colbert Wereldburger – ‘Ben jij een wereldmens?’ – en je eigen stad (of juist die stad waar je graag zou willen zijn) geprint op je t-shirt. Veel verder kom ik niet met kaart en mode.

Ontdek ‘waar de wereld naar op zoek is’

Op de gemiddelde student en professional komen heel wat potentiële trends af en het is goed om je daar zo af en toe in te verdiepen. Dat kan onder andere door rapporten over toekomstige trends te lezen en door via Google Trends te ontdekken ‘waar de wereld naar op zoek is’. Lees: wie zoekt vanuit waar naar wat op Google. Een aantal voorbeelden: wanneer zoeken we naar ‘Koningsdag’ en sinds wanneer niet meer naar ‘Koninginnedag’? Je verwacht een relatie tussen de zoektermen ‘parkeren strand’ en ‘mooi weer’ en die blijkt ook redelijk te herkennen. Het woord ‘aardrijkskunde’ lijkt jaarlijks zo rond het Centraal Examen wat meer te worden gezocht, terwijl de zoektocht naar ‘geografie’ redelijk constant blijft. Ook trends die een rol spelen in geo-informatie zijn hier te onderzoeken en tegen elkaar af te zetten.

Plenaire aandacht voor geotrends

Dat verdiepen in trends kan ook gebeuren tijdens een evenement als GeoTrends, waar er tijdens het ochtendprogramma aandacht was voor het heden en de nabije toekomst. Webcartograaf Niene Boeijen trapte af met een succesvolle poging haar ‘web map universum’ te beschrijven. In een co-productie met (student!) Eva Geerlings ging ze in op de hoeveelheid trends die er op ons afkomt en hoe je met de impact van die trends kan omgaan. Eva ging in haar deel van de presentatie in op artificial intelligence, machine learning en deep learning: hoe verhouden deze onderwerpen zich en wat kan je er mee in relatie tot geo-informatie. Een concreet voorbeeld: deep learning helpt om objecten met een hoge mate van zekerheid automatisch te herkennen op luchtfoto’s. Als afsluiting liet Joost van Schaik dankzij Hololens de zaal, door een toepasselijk verhaal en demonstratie, meegenieten van mixed reality. Dat laatste onderdeel gaf de deelnemers zeker een gemengd gevoel over de realiteit van het heden en de nabije toekomst: is dat landschap dat wij zien echt? Of is het slechts virtueel aanwezig?

Trends een plaats geven

Het is best trendy om aan trends te doen, maar ‘net nieuw’ betekent meestal ‘nu in het nieuws, maar het bestaat al een tijdje’. Het is daarom handig om te weten hoe je trends een plaats kunt geven. Een competentie die we GMD-studenten niet vroeg genoeg kunnen bijbrengen, zodat zij de verkondigers van trends kritisch tegemoet kunnen treden.

Maar Geo is ook trendy, er is zelfs een behang met de print van een stadsplattegrond online te bestellen. Nooit eerder werden dagelijks zoveel kaarten geraadpleegd en zelfs Instagram en WhatsApp zijn met locatievoorzieningen verrijkt. Hoe populair wil je zijn?

Voorlopig zie ik geen trend ontstaan waardoor Geo uit de mode zou raken. Mijn persoonlijke en actuele favoriet: online puntenwolken: een visualisatie die geheel op hoogtepunten is gebaseerd. Het wordt absoluut een trend, maar ik laat me graag van het tegendeel overtuigen.
Verschenen op geografie.nl, 16 july 2018.