Skip to content

Locatie-ethiek, wie kent het niet?

2020 May 31
by Jw

Zelf moest ik er even over nadenken, toen de combinatie locatie en ethiek door de ideeën over een COVID-19-app volop in de schijnwerpers kwam te staan. Locatie-ethiek, wat is dat ook al weer? In de informele betekenis riekt het al snel naar dure gps-relatiegeschenken of voorkeursbehandelingen, die op locatie zijn gebaseerd. Mijn tweede associatie was snel gemaakt: een paar filosofen, die al wandelend voors en tegens over ‘juist handelen’ met betrekking tot locatie afwegen. De discussie gaat dan vooral over de informele spelregels, die we nog niet in wet of regelgeving hebben vastgelegd. Is er ook een plaats voor locatie-ethiek binnen het onderwijs?

Het is van belang om bewust te zijn wat technologie met onze data doet, zodat we bewust keuzes kunnen maken. Bij lessen over geodata begin ik graag met ‘All your data are belong to us’. Met deze meme wijs ik studenten op het feit dat zij dagelijks aan dataverzamelingen bijdragen en dat het bijna onmogelijk is om dat niet te doen. Een goede manier om het onderwerp aan de orde te brengen: surf eens met de browser Brave naar websites als Google, nu.nl of jouw eigen gemeentewebsite. Waarom wordt jouw surfgedrag door wel meer dan vijftig webservices bijgehouden? En wat wordt allemaal over jouw locatie, of tenminste de locatie van jouw telefoon, bijgehouden? Door wie, met welk doel en wat heb je er zelf over in te brengen?

Ethiek gecodeerd

De combinatie geo en ethiek lijkt wel in een stroomversnelling te geraken. Zo riep de Council van Europese landmeters 2019 al uit tot het Jaar van Professionele Ethiek. De World Geospatial Industry Council (WGIC), een wereldwijde vereniging van geo-bedrijven, bracht in maart van dit jaar een rapport over het databescherming en privacybeleid voor de geo-spatial bedrijvensector. Lokaal – in Nederland – heeft Geonovum een Consultatie Ethische referentie toepassen locatiedata opgestart.

Maar ethiek en geo-informatie zijn al wat langer actueel. De Urban and Regional Information Systems Association (Urisa) heeft sinds 2003 de GIS Code of Ethics ingevoerd. GISCI, het GIS Certification Institute, heeft een speciek kopje Ethics op haar website, waar ook direct een schending kan worden gerapporteerd.

De AAG, de Amerikaanse KNAG, wil de dialoog over het ethische aspect van mobiele locatietechnologie voor beleid en de maatschappij bevorderen. Met Ethical Geo heeft de AAG een aantal fellows aan het werk gezet om die dialoog verder te verkennen. De daar verzamelde casussen zetten aan het denken: Mag je als professional op aanvraag van je opdrachtgever data weglaten uit de kaart, die voor een publieke bijeenkomst wordt samengesteld? Wat als de pers je vraagt de resultaten van een GIS-analyse lekken, voordat de data openbaar wordt? Of een recent voorbeeld uit Florida: moet je als professional geografische data van een COVID-19 dashboard manipuleren als je daarom wordt gevraagd?

Hiep hiep hiep, geo-ethiek?

Af en toe even stilstaan bij juist handelen kan niet vroeg genoeg beginnen. Juist binnen het onderwijs moet ethisch handelen een plek hebben of krijgen. De Aeres Hogeschool daagt studenten uit zelfstandig na te denken en een visie te ontwikkelen op moreel ethisch handelen, juist in deze COVID-19 tijd. Als afsluiting van het vak Ethiek schetsen studenten een moreel dilemma of ethisch vraagstuk dat samenhangt met het GMD-werkveld en hun visie op de beroepscode van de geo-professionals.

Wat is nu de moraal van het verhaal? Zelf zie ik veel in een serie lessen, in de vorm van gesprekken en discussies, zonder in de afvinklijstjes voor ethisch handelen door te schieten. Dat werkt vast ook op de middelbare school. We kunnen geo-ethiek dan al wandelend, op 1,5 meter afstand van elkaar, bespreken: is het oké als een leraar de locatie van alle leerlingen kent? Is het handig als leerlingen van elkaar kunnen weten waar ze uithangen? Wil je als student weten waar je ouders zijn? Vind je het goed als jouw ouders altijd weten waar jij bent? Wat doen apps als Instagram en Snapchat eigenlijk met jouw locatie?

We moeten vooral voorkomen dat ethiek, naast transparantie en openheid, een hoera-begrip* gaat worden. Waarbij we allemaal juichen zonder echt de voor- en nadelen te kennen en af te wegen. Want wie kan er nu tegen ethiek zijn? Wil jij soms niet-ethisch bezig zijn?

* gevonden in het Geheim van de Laatste Staat, Paul Frissen, die naar Han en Scholtes doorverwijst.

 

 

‘Geo-informatie is vaste prik bij grote onderwijsinstituten’

2020 February 21
by Jw

  • Origineel op https://degeograaf.com/2020/02/21/jan-willem-van-eck-esri-nederland/

Elke geograaf heeft er tijdens zijn studie weleens mee gewerkt: de software van Esri, een gigant op het gebied van geografische informatiesystemen (GIS) en cartografie. Jan Willem van Eck werkt voor de Nederlandse vertegenwoordiger van het bedrijf als research officer. In dit interview vertelt hij over zijn werk, de relatie tussen GIS, onderzoek en het onderwijs, en gaat hij in op de kansen voor het gebruik van geodata in de toekomst.

Research officer bij Esri, wat houdt dat in?
Als research officer ben ik voornamelijk betrokken bij de samenwerkingen die Esri onderhoudt met het onderwijs en onderzoek. Maar in mijn functie is geen dag hetzelfde, dus wellicht kan ik die vraag beter beantwoorden aan de hand van een aantal voorbeelden. Afgelopen week ben ik bijvoorbeeld naar de VU Onderwijsdag geweest. Dat is een bijeenkomst waar wordt besproken hoe de toekomst van het onderwijs eruitziet, hoe het onderwijs efficiënter kan worden ingericht en hoe je studeren aantrekkelijker kunt maken. En er werden allerlei workshops gegeven over welke tools je daarvoor kunt inzetten. Zelf sprak ik in de pauze met collega’s over het UNIGIS-programma, waarvoor ik binnenkort de eerste module, Database Theory, zal verzorgen. Bij Esri in Rotterdam heb ik samen met mededocenten van het Esri GIS Professional Programma de laatste module (Society) afgerond.

Wat is het UNIGIS-programma?
Dat is een masterprogramma in deeltijd over het gebruik van geografische informatiesystemen, voortgekomen uit een wereldwijd samenwerkingsverband tussen een aantal internationale universiteiten. Die opleiding kun je onder andere volgen aan de Vrije Universiteit, maar ook aan de Universiteit van Salzburg en Girona. We hebben ook gesproken over mogelijke veranderingen in het studieprogramma, die vanaf het studiejaar zullen worden ingevoerd.

Heb je nog meer voorbeelden?
Zeker! Ik ben bij een onderzoeksinstituut geweest waar we hebben gesproken over het opzetten van een onderzoek, waarbij Esri zou kunnen ondersteunen op het gebied van demografie en geodata. Een ander voorbeeld is een opdracht voor studenten van de  Jheronimus Academy of Data Science (JADS) in Den Bosch, waarbij we studenten willen stimuleren om te kijken naar de toepassingen van geographic information vanuit datascience. Naast mijn werk bij Esri heb ik een aanstelling aan de Aeres Hogeschool Almere, waar ik o.a. de minor Future Urban Regions heb ontwikkeld en deze ook deels geef.

Je werk is behoorlijk veelomvattend. Wat is de gemene deler in al de verschillende projecten waarbij je bent betrokken?
Er is altijd een relatie tussen geografie, technology, onderwijs en onderzoek. We proberen bij Esri onderzoek te ondersteunen en onderwijsvernieuwing te stimuleren. In mijn rol hoop ik, in samenwerking met docenten en onderzoekers, een kritische meedenker te kunnen zijn.

Waarom is die relatie voor Esri zo belangrijk?
De link tussen Esri en het onderwijs is van oudsher heel sterk geweest en vervolgens altijd gekoesterd. We hebben allemaal onderwijs kunnen volgen en via onze projecten hopen wij iets terug te kunnen doen door het onderwijs en onderzoek te ondersteunen met onze software waar we kunnen. Tegelijkertijd biedt het onderwijs ons de kans ongezouten feedback te kunnen ontvangen op onze producten en diensten. Leerlingen en studenten zijn rechtdoorzee en zeggen waar het op staat. Wat werkt goed en waar is verbetering mogelijk, welke tools zijn gaaf en welke niet. Bovendien vormen onderwijs en onderzoek een bron van vernieuwing voor een organisatie als Esri en alle klanten en partners die daaromheen zweven. En we willen graag de geoprofessional van de toekomst opleiden.

Dat lijkt meer weg te hebben van liefdadigheid dan een commercieel businessmodel.
Goed punt. Voor mijn functie zou je daar inderdaad de kritische vraag bij kunnen stellen: wat wil Esri hiervoor terug? Een organisatie ontwikkelt nu eenmaal activiteiten die in het belang staan van diezelfde organisatie. Iets teruggeven aan de maatschappij speelt zeker een rol. En dat er steeds meer professionals zijn die actief met GIS aan de slag kunnen gaan evengoed. Aan de andere kant: doordat we een grote klantenkring hebben ontstaat er ruimte om zulke activiteiten te ontplooien. Aan middelbare scholen doneren we bijvoorbeeld het complete softwareplatform.

En wat hoopt Esri daarmee te bereiken?
In het geval van de middelbare scholen: leerlingen enthousiast maken over geografie en geo-informatie. Ik vind het ontzettend leuk als ik tijdens een KNAG Onderwijsdag aan docenten over Esri en het gebruik van GIS mag vertellen en zo de leerlingen kan stimuleren om geografischer te gaan denken.

Dus je bent ook een promotor van geografie?
Ja, absoluut. Als we de aandacht voor het gehele werkveld kunnen vergroten en Esri daaraan een steentje kan bijdragen, dan zullen we dat niet nalaten. En op termijn heeft Esri daar ook weer baat bij.

Wat trekt je zo aan het onderwijs aan?
Na mijn eerste opleiding (HTS Kartografie) heb ik  op een technische supportafdeling gewerkt en later ben ik marketingmanager bij Esri Nederland geworden. In de loop der tijd werd ik vaker gevraagd voor gastcolleges, waardoor ik me ging interesseren in pedagogiek en didactiek. Uiteindelijk heb ik mijn bevoegdheid (BKO) gehaald zodat ik regelmatiger in het onderwijs kon gaan werken dan alleen het geven van gastcolleges.

Je noemde het onderwijs een bron van vernieuwing. Waar liggen kansen op het gebied van geodata en onderwijs voor een bedrijf als Esri?
Geo-informatie is vaste prik bij grote onderwijsinstituten zoals de Universiteit Utrecht of de Rijksuniversiteit Groningen. Want hoe kun je met ruimtelijke onderwerpen bezig zijn zonder geografisch informatiesysteem? Tegenwoordig is datascience een veelbesproken onderwerp. Dat hangt heel nauw samen met geo-informatie. Als je kijkt naar de studierichtingen die puur zijn gericht op datascience, dan doen ze weleens iets met spatial information, maar er zou veel meer structuur in kunnen worden aangebracht. Verder liggen er kansen bij studierichtingen zoals commerciële economie en marketing, klimaat en assetmanagement.

En buiten het onderwijs, bijvoorbeeld in het bedrijfsleven?
Een belangrijke uitdaging is dat iedereen binnen een grote organisatie toegang krijgt tot technologie op het gebied van geodata. Niet zo lang geleden zaten GIS-afdelingen vaak verstopt in een hoek van een organisatie, nu heeft iedereen door de digitalisering de technologie binnen handbereik. Daarnaast liggen er grote kansen in ketens van samenwerkingen. Ik denk dat webtechnologie, zoals ArcGIS Online, die helpt die samenwerkingen te ondersteunen, enorm kan bijdragen aan het succes van gezamenlijke innovatietrajecten.

Tot slot, wat zou je studenten en lezers van DEGEOGRAAF.com willen meegeven?
Ik heb er altijd veel baat bij gehad mezelf te ontwikkelen in minimaal twee richtingen. Toen ik bij Esri aan de slag ging had ik zowel een technische GIS-achtergrond als marketingervaring. Na verloop van tijd zijn de onderwijsactiviteiten daar bijgekomen. En nog steeds probeer ik mezelf te ontwikkelen, komend halfjaar ga ik me onder meer toeleggen op het begeleiden van afstudeerders. Op die manier blijf je bijleren, want dat stopt niet na je studietijd. Het grote voordeel: je zit zelf meer aan het stuur van je leerproces dan tijdens je studie!

Jan Willem schrijft in zijn vrije tijd graag voor het geografie.nl. Hij zie geografie als een uitstekende basis voor een interessante loopbaan. Recent heeft hij meegeschreven aan een wetenschappelijk artikel en dat smaakte naar meer.

Ruimte voor de analoge tweelingstad

2020 February 2
by Jw

In tijden van continue digitalisering is het goed om eens bij het analoge, het tastbare, stil te staan. Daarvan werd ik me bewust toen we tijdens een pauze tussen twee lessen door vanuit de Aeres Hogeschool naar de stadsmaquette van Almere zijn gelopen. Het was me geheel ontgaan dat de hele gemeente en een aantal Almeerse gebouwen door een echte “Lego Certified Professional” met miljoenen Legosteentjes zijn nagebouwd. Zo’n analoge maquette doet je blijkbaar wat, want het veroorzaakte een wauw-effect bij de studenten. En dat effect levert allerlei vragen op.

Tastbare 3D-modellen

Staat zo’n 3D-model dichter bij onze belevingswereld dan een platte kaart, met slechts twee dimensies? De tastbare 3D-maquettes, die we regelmatig in de buitenruimte van historische steden aantreffen, suggereren van wel. Vaak staan er groepjes toeristen om de maquette van het oude stadscentrum en worden de gebouwen uit het model met de echt versie vergeleken. De koperen modellen kennen zwaar versleten plekken, waar de lezers niet enkel met de ogen naar hebben gekeken. Een stadsplattegrond met versleten plekken heb ik nog niet gespot.

De behoefte om de wereld in 3D tastbaar te maken is op veel plaatsen terug te vinden. Van nationaal park tot directiekamer en welkomsthal: bij menig organisatie prijkt met trots een maquette van een gebouw, natuurgebied of nieuwbouwzone naast de draaideur van de hoofdingang. Ook tijdens de Provada was de analoge maquette prominent aanwezig. De tentoongestelde modellen waren met passie handmatig gebouwd en voorzien van nepboompjes, blauwe beekjes en gifgroene grasvelden. Slechts een enkele digitale variant kwam ter plekke uit de 3D-printer gerold. Zo snel zal het met de hippe AR/VR* brillen, die ons een geheel digitale, virtuele wereld voorschotelen, nog niet gaan.

Net als melk

Een echte tweelingstad kan je het Legostadsmodel niet noemen. Bij die term krijg je minstens het idee van enorme gelijkenis, zo niet een hoge factor indentiekheid, maar daarvan is bij dit model van Almere geen sprake. De Legomaquette toont een wat abstracte maar vooral witte stad. Er is geen groen te bekennen, terwijl groen juist een onderwerp is waar deze stad zich op wil profileren.

Zo’n tastbaar model van een moderne stad vormt een rijke bron voor véél meer vragen. Wat gebeurt er als we naar de wereld kijken door het Legoblokjesmodel? De vloeiende bogen van wegen en spoorwegen zijn geen vloeiende lijnen op de Legokaart, maar worden op het Legoraster in blokjes weergegeven. Af en toe is er slechts een enkel Legoblokje geplaatst. Wanneer is een verandering in de topografie een Legopixelwaardig? Na het ontwerp en de bouw van het model is de werkelijkheid allang doorgedenderd. Hoe is de actualiteit in dit model verwerkt?

Modellen en kaarten, ze zijn net als melk**. Het doet de lezer en bewonderaar goed om, net als op een pak melk, eerst naar de productiedatum, of beter de houdbaarheidsdatum te kijken. Met als achterliggende waarschuwing: daarna is het gebruik voor eigen risico en mogelijk enkel ter lering en vermaak.

Paradox van het model

Wat we voelen bij zo’n analoge tweelingstad is lastig in een model te duwen, of dat model nu augmented of virtueel, digitaal of analoog is. Kun je de mate waarin een stadsmodel je raakt digitaliseren? Of (jeugd)sentiment en het plezier ervan bouwen met Lego? Er is zoveel niet in het model opgenomen. Wat is het dan het doel van zo’n maquette?

Een model van de werkelijkheid straalt onzichtbaar een soort van tegenstrijdigheid uit. Aan de ene kant is elk model altijd maar een beperkte weergave van de werkelijkheid, met tekortkomingen door bijvoorbeeld houdbaarheid en actualiteit, en dus toepasbaarheid. Aan de andere kant is de werkelijkheid te overweldigend en niet te bevatten zonder modellen te gebruiken. We zijn als het ware tot modellen veroordeeld. Misschien zijn verbazing opwekken en vragen oproepen de belangrijkste doelen van een model. In dat geval zijn de modelbouwers in Almere er goed in geslaagd en kan ik zo’n (Lego)stadsmodel elke gemeente van harte aanbevelen.

 

* Augmented Reality (geholpen werkelijkheid) en Virtuel Reality (virtuele werkelijkheid).
**geleend van Mark Monmonnier, How to lie with maps, (U of Chicago Press).

 

Verschenen op geografie.nl, 25 januari 2020.