Skip to content

Geo

On geography, hyperlocal, location-based, maps and apps.

Spreekt u kaarts?

Regelmatig mag ik een gastles verzorgen over wisselende onderwerpen. Onafhankelijk van het onderwerp ga ik bij de inleiding graag in op de taal van grafieken en kaarten. Dat die een ‘eigen’ taal hebben, met semantiek en grammatica verrast menig toehoorder. De juiste toepassing maakt het juiste begrip bij de lezer van de kaart en de grafiek mogelijk. Maar ook al maken we goede afspraken over die grafische taal, overtredingen van die afspraken liggen gewoon op straat. En dat geeft te denken.

De juiste kaart

Het doel van zo’n gastles is naast informeren toch vooral inspireren en aan het denken zetten. Dat kaarten en geografie ‘mijn ding’ zijn, demonstreer ik aan de hand van een aantal concrete voorbeelden: dat kaarten uitnodigen tot ontdekken, dat ze je laten afvragen wat er juist niet op de kaart is gezet en wat dan die perfecte landcaerte mag zijn. Zelf heb ik nooit stilgestaan bij de taal van kaarten totdat ik met het werk met Jacques Bertin in aanraking ben gekomen. Zijn Semiology of Graphics (de betekenisgeving van grafische elementen, vrij vertaald) was toen al een klassieker. Om het maar meteen praktisch te brengen: wat is de juiste manier om gegevens in een kaart weer te geven? Hoewel tegenwoordig software de gebruiker zoveel mogelijk de juiste kant van de weergave op duwt, lukt het toch nog menig gebruiker om dat met succes te omzeilen. Dat kan tot problemen bij de interpretatie van de kaart leiden.

Onduidelijke verkeersborden

Nog beter dan aan hand van kaarten laat die grammatica zich uitleggen door verkeersborden. Zolang het doel van het bord wordt bereikt is er niets aan de hand. Maar sommige borden bereiken enkel verwarring, dat kan niet het doel zijn. Wat bedoelen we nu precies met een bord? Welke afspraken hebben we met elkaar gemaakt?

De afspraak (conventie zo u wilt) voor een verbodsbord: een rond wit bord met een rode rand. In het midden is een symbool afgebeeld met wat verboden is. Voor de duidelijkheid: het symbool staat symbolisch voor een grotere groep: als het symbool op een dobermann lijkt, dan wordt daarmee alle honden bedoeld, en niet alleen de dobermannen. Zo wordt met deze ‘verboden te bellen’ alle mobieltjes bedoeld, maar wie heeft er nog zo’n koelkast?

De variatie van de symbolen op straat verbaast mij regelmatig. Kleuren hebben sterke associaties. Zo is rood met ‘pas op’ of ‘verboden’ en groen met ‘ga uw gang’ of ‘goed zo’ verbonden. Waarom zou je dan iets willen verbieden met de kleur groen? Onze hersenen krijgen zo een tegenstrijdige boodschap. Een aantal voorbeelden: verboden voor honden, met een groen bord, niet betreden, op een keurig groen bordje, verboden de flora aan te raken, op een groen bord. Wellicht staat een rood bord lelijk in de groene ruimte?

Een goed voorbeeld van hoe het wel moet: stinkende sokken verboden. Zeker geen formeel verkeersbord, maar toepasselijk in menige studieruimte zo vlak voor de tentamens. Maar de combinatie van meerdere borden is al snel verwarrend: hier geen sigaretten, ijs, friet en kauwgom. Bedoelen we alles apart of juist gezamenlijk? Met de kauwgom laatste had de ontwerper zichtbaar moeite: hoe beeld je nu kauwgom herkenbaar af? Ook deze zet je echt aan het denken: je mag hier niet zijn, en je mag hier ook niet vissen. Wat zou je hier verder nog allemaal niet mogen?

Staat een rood bord lelijk in de groene ruimte?

Symbolen zijn dus net als woorden en zinnen onderdeel van een taal, de grafische taal. Maar omdat symbolen mogelijk niet meteen duidelijk zijn, plaatst menig verkeersbordenmaker ter ondersteuning er gewoon een uitleggend tekst bij: Fietsen die niet in rekken worden geplaatst worden verwijderd (want: Verboden fiets te plaatsen), Niet roken en Geen fietsen plaatsen (in beeld en woord), en Geen Ballonnen (want: Geen Ballonen). Die laatste uitleg maakt het niet echt duidelijker. Waar en waarom mag je hier geen ballonnen hebben?

Voor de geografen onder ons: hoe ver reikt de betekenis van zo’n bord? Betekent het ‘vanaf hier en niet verder’ of ‘in de grove omgeving van dit bord’. Hier is iedereen duidelijk dat je op dat bord je fiets niet mag parkeren. Eromheen mag dat wel. Soms draaien de ontwerpers van verkeersborden wat door. Je vraagt je dan af wat je hier nu wel mag. Genoeg perspectieven om eens over het juist gebruik van symbolen na te denken.

Na zo’n inleiding over de taal van verkeersborden word ik er regelmatig op gewezen dat ik die liefde deel met Paulien Cornelisse. In een tv fragment verbaast deze auteur van een boek uit taalnurdia zich onder andere over het mannetje van de oversteekplaatsen. Er blijken hele verhalen achter deze verkeersborden schuil te gaan. Ik denk dat er zomaar een nieuwe boek mee te vullen is.

Lieggrafieken

Het bewust misgebruik van (karto)grafische grammatica is liegen. Grafieken die zo ontstaan worden door Hans Wisbrun passend lieggrafieken genoemd. Kaarten liegen altijd een beetje, maar goede kaarten doen dat homogeen: overal met dezelfde mate. Als verbeelders van de werkelijkheid moeten ze die werkelijkheid wel vervormen om een verhaal te kunnen vertellen. En ze lopen altijd achter op de werkelijkheid. Het standaardwerk om inzicht in liegkaarten te krijgen : How to lie with maps door Mark Monmonnier. Sterk aanbevolen, niets aan gelogen.

Naar verwachting zal er tijdens de aanstaande verkiezing ook weer menige lieggrafiek en liegkaart als waarheid worden gepresenteerd. Maar als je de taal van de kaart spreekt, dan kijk je daar zo doorheen. Overigens, aan het begin van een gastles vraag ik iedereen welke taal ze vloeiend spreken. Ik hoop dat op een dag “de taal van de kaart” voorbij komt. Missie geslaagd.

Geschreven voor geografie.nl, 10 feb 2017

Jw : February 19, 2017 2:26 pm : Geo, Geografie
Leave a response »

De verdroning van de (geo)wereld

Tijdens een recent bezoek aan de grootste geomarktplaats ter wereld, de Intergeo, werd het alle bezoekers meteen duidelijk dat drones de (geo)wereld gaan overnemen: het was voor de meer dan 15 duizend bezoekers bijna onmogelijk om op enig moment géén drone te zien.

Op verschillende beursplekken in de vier Hallen van de Hamburg Messe was een kooi voor vliegende drones ingericht en voor de serieuzere vliegpoging was er buiten een flight zone opgezet. Zelfs een miezerige regenbui kon de glimlach niet van de dronebestuurders en toeschouwers afkrijgen.

Tijdens de Intergeo gaat het om ‘Wissen und handeln für die Erde’, vrij vertaald naar ‘kennis en er wat mee doen, voor de aarde’. Het is een goed moment om een blik op de nabije toekomst te werpen en om even weg te dromen over wat die toekomst kan brengen. Dat daarin steeds meer apparaten, zelfstandig én met elkaar verbonden, gaan meten is wel duidelijk geworden. Professionele kaartknutselaars* hebben hier baat bij: zij kunnen sneller en frequenter over actuele gegevens beschikken en deze ook sneller analyseren.

Te land, ter zee en in de lucht

De eerste associatie met drones is vaak de vliegende variant, een onbemande vliegende robot. De militaire versie kan terrein verkennen of doelen bereiken terwijl de bemanning veilig op een afgelegen basis zit te sturen. De vreedzame versie is meestal veel kleiner en bezorgt potentieel pakjes voor Amazon of Bol.com.

Tijdens de Intergeo stond vooral de professionele en vredelievende variant in het spotlight, die niet meteen in de rekken van uw elektronicagigant om de hoek of in de webshop ligt. Het formaat van deze drones, een kleine helikopter of vliegtuig, past niet snel in de gemiddelde gezinsauto. Bij dat formaat worden andere sensoren draagbaar: near-infrarood bijvoorbeeld of een laserscanner om tot een nauwkeurig hoogtemodel te komen. Octocoptors, met acht rotors en navenante geluidproductie, maken meer vracht mogelijk dan de quadcoptorvariant en zijn even wendbaar in de aansturing.

Het idee dat zo’n drone actief wordt aangestuurd door een professional, al of niet met een benodigde pilotenlicentie, raakt al uit de mode: drones worden zelfsturend en dankzij sense and avoid technologie ontdekken ze zelf de beste route. Je kan een drone zo het bos insturen en de bomen op de route automatisch laten ontwijken. De associatie met de Star Wars’speeder bikes is snel gemaakt.

Drones gaan op microniveau voor ons meten. Door langs bomen in een boomgaard te vliegen, wordt inzichtelijk gemaakt waar het laaghangend fruit hangt en waar juist niet. In zwermen zullen drones onkruid tussen de gewassen opsporen en vernietigen. Maar waarom zouden robots moeten vliegen? Er zijn ook speedbootjes met ingebouwde radar en fotocamera, die eenmaal in het water geplaatst een meer, het water en haar oevers structureel in kaart brengen.

Gelden er buiten nog vliegrestricties (zie de dronekaart van het Kadaster), de indoor drones hebben daar geen last van: zij zoeken zelf de weg door winkelcentrum, vliegveld of kantoorgebouw en leggen zo middels hoge resolutie camera’s en laserscanners de binnenwereld voor ons vast. Met een rijdende robot, een mapping trolley, shopt men nog nauwkeuriger naar data binnen een gebouw. Het opgeleverde 3D-model is slechts een eerste stap: de luchtvochtigheid, temperatuur, gehalte stofdeeltjes etc uit alle hoeken en kamers zullen al snel volgen. Voor de vastgoed sector zijn er genoeg toepassingen te bedenken. Via 3d.nl laat ervaren dat vastgoed heel anders beleefd kan worden. Veel uitnodigender voor een bezoek kan Kasteel Heeswijk niet digitaal worden gepresenteerd!

En voor op school?

De consumentenvariant van de drones wordt steeds kleiner en opvouwbaar en kan de eigenaar (middels gezichtsherkenning) automatisch volgen. Ze worden steeds betaalbaarder en vinden zo ook toepassing binnen het Geo-onderwijs. Dankzij drones wordt het gemakkelijk om vaker een onderzoeksgebied te monitoren. Op plaatsen waar de werkelijkheid sneller verandert dan de jaarlijkse luchtfoto is dat zeker een uitkomst. Dat een vliegbrevet verplicht blijft voor de geostudent van de toekomst maakt het werkveld alleen maar aantrekkelijker.

Kennis van de aarde opdoen wordt gemakkelijk. In het aardrijkskundeonderwijs van de toekomst kan een docent tijdens de les een drone opdracht geven om even over een meanderende beek te vliegen. Dat landschap kunnen de leerlingen in VR modus live op de eigen telefoon mee ervaren. En binnen de school kan de drone elk klaslokaal in kaart brengen en zo vaststellen of alles nog op z’n plaats staat. Op het schoolplein houdt de drone gebieden waar de vaste camera niet kan komen structureel in de gaten.

Dat het actiecamerabedrijf GoPro zelf met een drone is gekomen met de naam Karma, is een teken aan de wand. ‘Je leven opnieuw ervaren’ behoort nu tot de mogelijkheden. Voor we het weten zit er een drone in ons lichaam en kunnen we, alleen al door een object aan te wijzen, richting, afstand en omvang laten vastleggen. Maar of dat nu de gelukkige klasoplevert?

*een term geleend van Clive Thompson - Smarter than You Think

Verschenen op Geografie.nl op 26 oktober 2016.

Jw : October 26, 2016 4:30 pm : Geo, Geografie
Leave a response »

Aardrijkskunde de school uit

Tijdens mijn lagere schooljaren gingen mijn gedachten regelmatig, al starend uit het raam, de klas uit. Dat werd abrupt, met een ‘staar anders hier maar eens naar’, verhinderd doordat een leraar zo’n grote wereldkaart (type plastic reliëf, grote gotische beschrifting) op een staander voor dat raam plaatste. De kaart werd zo een venster voor de wereld buiten de klas.

Grondmorene

Mijn vroegste herinnering aan het middelbare aardrijkskunde onderwijs bestaat uit het stampen en kunnen reproduceren van geografische begrippen*. Dat sterretje in het schoolboek verwees naar een lijst met uitleg over deze begrippen, achter in het boek, engrondmorene was zo’n begrip. Er waren schriftelijke overhoringen om de verworven ‘kennis’ van deze begrippen te toetsen. Ik meen me te herinneren dat ik redelijk goed was in dat reproduceren.

Toen ik enkele jaren later tijdens een vakantie in de omgeving van de Großglockner over een Lehrpfad mocht bergwandelen liep ik tegen een bord met de titel ‘Moräne’ aan. In woord en beeld werd het verschijnsel nog eens uitgelegd en er werd verwezen naar de stenenstraat schuin achter dat bord. Nu pas viel het morenekwartje. De Oostenrijkse moreneversie was indrukwekkender dan een Nederlandse ooit kon zijn. Ik voelde me aangemoedigd om nog eens na te spitten waar het eigenlijk allemaal om te doen was geweest met die morene in de klas.

De wereld ontdekken

Het was de ‘kennis’ van de morene definitie die me tot het aha-moment had gebracht. Parate weergave van begrippen is zeker onderdeel van hoe wij leren, maar pas in de juiste context krijgen deze begrippen een zinvolle betekenis. Het wordt mogelijk om buiten school te reflecteren op wat je binnen hebt geleerd. En om daarop te reflecteren, als de werkelijkheid niet daarmee strookt.

Als geen ander vak uit het klaslokaal van toen, nodigde aardrijkskunde uit om de school uit te gaan en de wereld te ontdekken. Karst en Paris et le desert Francais, leer je niet uit een boekje. Wat zegt ‘leem’ je als je het nooit tandenknarsend hebt ‘geproeft? Ik kan me, buiten de talen, geen vak herinneren waar die uitnodiging zo sterk was. Geschiedenis komt dicht bij, ‘dit is waar het allemaal gebeurde’, maar dat riekt al weer naar historische geografie. Economie? Wiskunde?

Hét geo-droomscenario

Dankzij internet kan leren binnen en leren buiten elkaar nu naadloos versterken. Actuele gegevens, zelfs van andere veldwerkgroepen, zijn buiten ook direct toegankelijk. En een observatie kan meteen aan een video met meer achtergrondinformatie over het verschijnsel worden gekoppeld. Dat veldwerk, als middel om buiten leren structuur te geven, werkt echt! Dat het niet slechts een persoonlijk feit is, heb ik recent mogen meemaken. Enthousiaste groepen leerlingen komen terug om te kijken of ‘we het goed hebben gedaan’ en vragen meteen wanneer ze weer op pad mogen.

Als de recente Pokémon Go rage iets heeft duidelijk gemaakt, is het wel dat de jeugd gráág de hangbank inruilt voor de wereld buitenshuis. De Nederlandse Pokémonhoofdstad Kijkduin kan het volgens de media allemaal niet meer aan en gaat in overleg met de maker van het spel. Hét geo-droomscenario voor veldwerk: leerlingen zijn buiten zo actief, niet alleen met gamen, maar ook met leren, dat de gemeenten in overleg willen met het KNAG. Men overweegt een avondklok in stedelijke gebieden en wenst ook meer rust voor de natuurgebieden. Voor we zover zijn: meer naar buiten met die leerlingen, veldwerk werkt!

Voor het geval een veldwerk niet tot de mogelijkheden behoort, dan is wellicht zo’n kaart op een standaard voor het raam een werkbaar alternatief, als aanmoediging om de wereld te ontdekken. Mijn wegdenken over de wereld buiten de klas is sindsdien alleen maar toegenomen. En ik wens iedereen zo’n morene kwartje toe.

Geografie, 24.8.2016

Jw : August 24, 2016 7:59 pm : Geo
Leave a response »

GeoWeek: meer Geo in de week leggen!

In mijn woorden precies de missie van de recente en 10e GeoWeek, en ook van de eerdere edities: vroeg leerlingen op een andere manier kennis laten maken met geografie, zodat ze er later (bij studie- en/of beroepskeuze) nog even (geografisch) aan terug denken. Hoe? “Professionals uit de bodem-, water- en geo-informatiesector organiseerden een bedrijfsbezoek, veldwerk of gastles en deelden zo hun expertise.”, schrijft http://www.geoweek.nl Zo maakten dit jaar 4400 leerlingen (wel een erg rond getal) kennis met geo in de praktijk. Volgens mij mag dat getal in 2017 best omhoog.

Onderwijs is zonder discussie van belang voor ons hele werkveld. Dat is zeker de reden waarom Geobusiness ‘onderwijs en onderzoek’ tot een van de aandachtspunten van de nieuwe lobbyagenda heeft verklaard. Maar die aandacht geldt niet alleen voor organisaties, ook vanuit persoonlijk perspectief hebben we allemaal een belangrijke link met onderwijs: we hebben het tenslotte allemaal genoten. En verder: dit is ook waar onze toekomstige collega vandaan komt.

De gemeente Velsen experience 

Untitled

Technisch weer tijdens de GeoWeek

Het KNAG is in 2006 met de GeoWeek begonnen, waarvoor alle lof, en bij de start mocht ik in functie bij Geo-Informatie Nederland, aanwezig zijn bij een gastles van Ferjan Ormeling. Maar nieuwsgierig naar de recente editie ben ik na een tip van Geocensus op het spoor van de Gemeente Velsen gezet, waar al jaren actief aan de GeoWeek wordt deelgenomen. In Velsen aangekomen was de hal gevuld met een klas scholieren en stond de wethouder klaar om een welkomstwoordje uit te spreken.

Daarna werden de leerlingen in drie groepen aan het werk gezet: op het plein voor het monumentale stadhuis (dank Dudok) werd er uitgezet met GPS. Binnen werd het ruilverkavelingsspel gespeeld (met dank aan Kadaster). De wethouder vroeg aan de derde groep om hulp bij de uitdaging: hoe laten we 10.000 bezoekers van Sail in Velsen parkeren? De lessen werden verzorgd door medewerkers van de gemeente zelf, die voor een middag het normale werk even aan de wilgen hingen. Een uurtje docent zijn kwam heel natuurlijk over en er was zelfs boe-geroep toen er gewisseld moest worden.

Velsen heeft in al die jaren slechts één keer niet aan de Geoweek kunnen deelnemen. Sindsdien is het een raadsbesluit dat dat wel moet gebeuren. En dat is slechts een van de vele tips die Velsen als Geoweek veteranen graag met anderen willen delen. Aan het einde van middag werden de leerlingen met een heus certificaat en een geostress bal naar huis gestuurd (de tweede tip).

 

met een geostress bal naar huis gestuurd…

Geobuzzed voor 2017

Waarom is dat  “gezamenlijk geo in de week leggen” zo belangrijk? Het gezamenlijke creëert een effect in aandacht, die geen enkele organisatie apart voor elkaar kan krijgen. Als we gezamenlijk en gelijktijdig aandacht geven aan wat geografie nu, maar vooral in de toekomst, kan gaan betekenen, dan hebben we daar ook allemaal profijt van. Daarnaast is het een geringe investering in tijd en middelen, en na zo’n bijeenkomst / expeditie gaan alle deelnemers (ook de tijdelijke docenten-voor-een uur) met een goed gevoel weer op pad.

De lijst met deelnemende organisaties van de GeoWeek 2016 (http://www.geoweek.nl/expedities) mag er zijn. Wat opvalt: “Allemaal organisaties die ik niet meteen bij een GeoWeek zou verwachten, en veel andere ontbrekenden.”, schreef een Geobusiness collega. We willen graag met meer organisaties meer scholen en meer leerlingen bereiken. Daarom het ‘grote doel’ voor de Geoweek van 2017: minstens een verdubbeling van het aantal leerlingen laten kennis maken met geo-informatie in de praktijk. Dat “we” sluit niemand uit en namens GeoBusiness hebben we al uitnodigingen verstuurd aan andere organisaties (en ook al bevestigingen mogen ontvangen).

Dus om de GeoWeek 2017 vast in de week te leggen*: Bent u voor stages en afstudeerders bij uw organisatie verantwoordelijk? En/of voor communicatie? Zet maar vast in de agenda: 22 of 23 november, GeoBuzz, sessie met als onderwerp, “hoe organiseer ik een succesvolle Geoweek expeditie?”. De gemeente Velsen doet alvast mee. U ook?

 

* een ouderwetste formulering volgens Onze Taal. Het zal je maar gezegd worden.

Jw : June 19, 2016 10:13 pm : Geo
Leave a response »

Get Big Geo Data!

bigdataThe inaugural GIMA day and conference, surely just the first in a series of many to come, recently took place at Wageningen University and was organised by NODE, the association of GIMA students. In case you are not familiar with the GIMA Master: “MSc GIMA is a two-year Master’s program (parttime & fulltime mode), helping you become an all-round manager, researcher and/or application specialist in the field of geo-information.” With well over 100 graduates and a great employment rate (in the field of this education as well), GIMA is setting the stage for a new type of master degree, as this one is a cooperation between four Dutch universities.

To an international audience of GIMA and not yet GIMA students alike the presenters gave their best English presentation. So did I. My contribution to this day was a 10 minute talk on a topic which will even be more relevant once these students have graduated: big data. In short: big data is changing the way we map our world. Get (as in “understand”) what is happening in regards to big data and consider using big data in your thesis.

Big data?

In any sector, trends will come and go, and a sceptic or plain critical attitude (especially for students) is advisable, as only a few of these trends are here to stay and will even have an impact on a field of profession. I took my first deep dive into Big data after hearing Kenneth Cukier’s talk at the Next Web Conference in 2013 (a great conference, do attend one day). Even then Cukier mentioned “Big data may be too hyped, but here’s how it will change the world”. I argue that it is changing the way we map as well. Our ‘pictures of how things are’ are now possibly becoming much closer to reality.

Overall it is not that interesting to get into a “definition of big data” discussion. But we are not talking “large online imagery” here, or “the whole county fits in our software, hence it is big data”. Big data to me relates to streams of real-time data, stored in a rather unstructured way and yes, we are talking petabytes at least.

Get – understand

Data has always been an important (if not the most important) non-human part of a GIS. This is increasingly so in a Web GIS environment. In many ways, new information products are more data driven than software driven. Data and software are two sides of the same coin, but data takes a more dominant role in the new domains.

Although the term “big data” suggests a quantitative change, I encouraged the audience to ignore that point for a change and to look at the qualitative changes which are happening to data. To name just a few:

Data is/was consciously collected by experts, is/becoming unconsciously collected by a crowd.
Data is/was structured, is/becoming unstructured. [1]
Data is/was on my pc/network, is/becoming on “my” cluster/cloud.

Most important: when we are able to collect ALL the data, instead of just a sample as we were used to, it changes the picture of how we observe our world. Is big data pushing statistics out?

Get – collect

sensingthecityAs many of the students still need to write a thesis, I urged them to look into this (near) real time component of data and to include that into their thesis. Lots of interesting research questions can be formulated related to big data in the geo realm. How does one compare big data sources with “small” data? What happens at the aggregation level? Does quantity of data effect visualization? How can readers of “maps” best interpret the data?

There is lots of great value to be discovered in big data. A good example is Iris Theunisse’s thesis on Urban Heat Islands (heat sensors) or Anne van der Veen’s winning contribution (GPS sensors) to the Esri Young Scholar programme. But do consider video and other raw data (sound) as a data source. 

Maps

In my opinion, maps ought to be “moments in the process of decision making” [2]. In the beginning of my talk, I pointed out how I once was captured by legendary lands and places. Umberto Eco demonstrated how powerful maps can be, as they can even visualize non existing places, like Utopia. So what is happening to ‘the map’ now in the era of big data?

Without a doubt, when we are able to get more data, we have a higher chance of getting closer to reality. So big data is good news to the world of maps. But it is important to realise that maps still are just models of reality, limited by the maker of model. In my example of real-time traffic data: why is it when I run into a traffic jam, it is never on the map? It is because my model is updated only once a minute, and my traffic jams start right in the middle of that minute!

Compliments to the organisers of the day, it all was very smooth and timely, with lots of interesting conversations. I hope a few of those will turn into intriguing big data research. And I would even love to be proven wrong about its impact in a few years’ time.

 

* No apologizes for the imperatives and capitals in the title. Thought that would be quite appropriate for an audience of students.

[1] Davenport points out that lake of structure is the real hard part about big data. Big data at Work. Harvard Business Review Press.
[2] Jaques Bertin, as quoted in The Power of Maps, Dennis Wood. P. 185, The Guildford Press. - a good re-read.

 

 

 

 

 

 

 

Jw : April 17, 2016 9:08 pm : Geo
Leave a response »

Blind navigeren, (g)een goed idee

(met dank aan Bartimeus)

Vanuit een kartografisch oogpunt (..) hebben blinden en slechtzienden mij altijd al bezig gehouden. Hoe ervaren zij de omgeving op een ruimtelijk manier? Hoe lezen zij kaarten, als ze zelf geen of amper een kaart kunnen zien?

Niet geheel zonder toeval mocht ik vorig jaar aanwezig zijn bij ‘een presentatie van een voorstel ter verbetering van de toegankelijkheid van Almere Centrum voor mensen met een visuele beperking’. Studenten van de minor Smart World / Mobiliteit, Hogeschool Windesheim, hadden een voorstel voor een virtuele geleidelijn (een soort van digitale ‘witte stok’ in plaats van die witte stroken met ribbels) voor/met de Gemeente Almere als concept uitgewerkt. Afgelopen week presenteerde een nieuwe groep studenten bij het Kadaster een deel van het vervolg: precisie positionering.

Virtuele geleidelijn
Weten waar je bent en waar je naar toe wilt is belangrijk, zeker als je wilt navigeren. En als je blind of slechtziend bent, moet dat een tikje preciezer: om te kunnen navigeren op de stoep mag je maximaal 50 cm van de route afwijken, ook bij hoge gebouwen en met een slecht ontvangstsignaal. Vanuit ons kantoor in Zwolle zagen we de studenten regelmatig voor de deur langslopen, met een soort van dubbeldikke GPS ontvanger bij de hand. Het is deze groep aardig gelukt, zelfs met hardware van onder de 1000 euro (een MT8, U-Blox als ik het goed heb) en dankzij een fijn grote antenne, zodat de hele amplitude van het signaal wordt ontvangen.

Dat kan alleen maar beter worden als naast de GPS en Glonass signalen ook Galileo en Beidou kunnen worden opgepakt en als de hardware steeds kleiner wordt. Mooiste quote van de vlotte presentatie, (over de virtuele geleidelijn): “Je kan het niet zien, maar het ligt er wel”. Hulde voor het Kadaster om dit team zo te ondersteunen. Het project is overigens onderdeel van een groter traject, waarover we zeker meer zullen horen.

Making Space
Voor wie wat verder wil kijken over hoe wij (onze hersenen) navigeren, kan ik “Making Space” van Jennifer Groh van harte aanbevelen. Groh gaat onder andere in op hoe onze ogen functioneren (als ze 100% zijn), hoe andere sensoren helpen bij het navigeren en hoe wij, en andere soorten, afstanden bepalen. Met als een paar bijzondere feiten: mieren tellen gewoon het aantal stappen die zij nemen en weten zo wanneer ze ongeveer weer thuis zijn; als we een bril opzetten, waardoor we de wereld ondersteboven zien, dan wennen we daar na een tijdje gewoon weer aan; en: als onze oren zouden veranderen (wie zou dat doen) dan zijn we de richting van een geluidsbron even kwijt. Maar ook dat went en het richtingsgevoel komt na een tijdje gewoon weer terug.

- Eigenlijk een aparte boekbespreking waard. Bij echte interesse, kan ik de MOOC van harte aanbevelen.

Blind navigeren
Overigens kan ik dat ‘blind navigeren’, als in ’100% vertrouwen op uw navigatie systeem’, voor de niet-blinden en slechtzienden niet aanbevelen. Regelmatig slaan gebruikers van navigatiesystemen wegen in die niet bestaan (want “u moet nu rechts”) of staat er nu toch echt een ‘verboden voor auto’s’ bord, dat nog niet in de navigatie data is opgenomen. En wie kent het niet: ineens in een file rijden, terwijl die niet op de kaart staat en zelfs niet wordt genoemd door de verkeersinformatie. Of de navigatie geeft een file aan, maar eenmaal aangekomen is er geen (absoluut de betere ervaring). Je laten navigeren heeft zo zijn beperkingen, de werkelijkheid even checken blijft het devies.*

Ook al ben ik benieuwd naar de digitale variant van de geleidelijnen, zo’n witte stok heeft ook zijn plussen voor slechtzienden: zo zien anderen dat de drager echt niet alles kan zien. En het scheelt weer menig excuus en/of blauwe plek. In Almere zijn de blinde geleidelijnen bij het station inmiddels mooi aangepast. Misschien ook al virtueel, maar in ieder geval al in het echt.

* naschrift, want pas achteraf gevonden: “.. wie het navigeren aan een apparaat overlaat, traint zijn geografische kennis niet en zal vaak niet weten waar hij zich bevindt.” Digitale dementie, Manfred Spitzer. Zo ondergraaft de geo-sector door heftig gebruik van navi’s juist dat waar zij zich hard voor maken!

 

 

Overigens: Airpoly, een app die hoop geeft!

 

 

Jw : January 23, 2016 11:52 am : Geo
Leave a response »

De wereld bestaat niet

Tien verdwenen dagen

Slechts de titel van één van de twaalf verhalen uit Tien verdwenen dagen van Michiel van Straten. Van Straten staat stil bij de subjectiviteit van geld, getallen, meter, tijd, kalender en ons wereldbeeld. Dat laatste zou de gemiddelde geo-professional moeten aanspreken en dat kan in twee hoofdstukken: De wereld bestaat niet en Een verticale evenaar.

In De wereld bestaat niet is de auteur, of beter: zijn wereldbeeld, wat aan het wankelen gebracht na de ontdekking van de petersprojectie. Kaarten vervormen Nu eenmaal ons wereldbeeld en de pionier op dat gebied was Gerardus Mercator. Nieuw voor mij was dat Mercator door de inquisitie verdacht werd van ketterij. “Zijn misdrijf was dat hij de wereld op een objectieve manier weergaf” en “Objectiviteit stond in de weg van de Bijbelse boodschap en degenen die haar uitdroegen”. Maar gelukkig kon de ketterij niet afdoende worden bewezen en mocht deze cartograaf na zeven maanden opsluiting weer aan het werk (1).

Mercator vond (daarna?) ook het woord “atlas” uit als duiding van een verzameling kaarten in een boek. Maar lezers hoeven het woord van de auteur niet te geloven: het Mercator museum in St. Niklaas is altijd goed bereikbaar vanuit Nederland, ongeacht welke projectie je de voorkeur geeft op je navigatie.

Na de navigatiefout van Columbus, de Mappa Mundi en Gerrymandering wordt het hoofdstuk via een omweg naar de Matrix afgesloten met “ de wereld bestaat niet”. Want ook de wereld van Neo is slechts een projectie. Dat in elke weergave, dus ook die van de wereld, fouten zitten, is de lezer na dit hoofdstuk zich wel bewust.

Projectionniste, https://www.flickr.com/photos/jp2remy/ (merci!)In Een verticale evenaar (de internationale datumlijn) beschrijft van Straten hoe (en waar) die lijn er eigenlijk is gekomen en welke rol de Nederlandse cartograaf van Landgren hierbij heeft gespeeld. Bijna interessanter is hoe je een hele dag kan kwijtraken, zoals Pigafetta was overkomen toen hij op de Victoria rond de wereld zeilde. Verklaar dat maar eens aan de gemiddelde burger.

Deze internationale datumlijn is er niet ineens gekomen, maar is langzaam geëvolueerd tot wat hij nu is. Het bijzondere: er ligt geen formeel internationaal verdrag aan ten grondslag. Ofwel: we zouden zomaar kunnen besluiten dat niet Nieuw Zeeland, maar Amsterdam als eerste het nieuwe jaar mag inluiden.

Met dit boek kan je even afstand nemen van het dagdagelijkse, en toch ook weer niet (want alle hoofdstukken hebben we een raakvlak met geo-informatie). Van Straten neemt je letterlijk en figuurlijk mee op reis en zijn verslag bespaart je minstens menig trip naar een veraf gelegen meridiaan of een stoffig archief. Het bevat kennis over feiten die de gemiddelde (Geo) student, en professional, niet zouden misstaan: waar komt de meter vandaan en waarom was daar zeven jaar meetwerk voor nodig? Sinds wanneer hebben we een accurate plaatsbepaling op zee en wie was daarvan de ontdekker? Waarom loopt de nul-meridiaan niet door Parijs, maar door Greenwich?

Platte kaarten geven nooit een bolvormige wereld volledig weer zoals die in werkelijkheid is. Daarom bestaat dé kaart niet. Dat dé wereld niet bestaat hebben we te danken aan de menselijke maat achter ons wereldbeeld. Terug naar de Matrix dus.

Overigens staat de auteur ook tijdens een live presentatie over het onderwerp zijn mannetje. Misschien iets voor de GeoBuzz 2015? (notitie achteraf: het boek werd me door Harmen van Doorn aanbevolen. De volgende keer vermeld ik dat maar meteen in de eerste zin!).

SUI46 Michiel van Straten from VideoLogic on Vimeo.

Jw : June 21, 2015 4:18 pm : Books, Geo, Geografie
Leave a response »

De mythe van de platte aarde en de platte kaart

Het ‘in de Middeleeuwen dacht men dat de aarde plat was’ mag ik nog regelmatig horen. Vaak in combinatie met een ‘en daarom trok Columbus erop uit om het tegendeel te bewijzen’. Vóór de grote filosofen, Plato, Aristoteles, dacht men inderdaad dat de aarde plat was, maar sindsdien ging men (op een enkele uitzondering na) ervan uit dat de aarde bolvormig is. Waarom dan terug naar af in de Middeleeuwen?

Geo-mythe 

Quod terra sit rotunda

Quod terra sit rotunda

Hoe dat allemaal gekomen is wordt helder beschreven door (voor)naamgenoot Jan Willem Nienhuys in Skepter, 4/1994, maar ook door niemand minder dat Stephen J Gould in The Late Birth of a Flat Earth*.

In mijn woorden: twee auteurs, John Draper en Andrew White, hebben deze geo-mythe in de 19e eeuw de wereld ingeduwd, omdat ze de overwinning van de wetenschap over de religie wilden etaleren. Het zou zelfs gewaagd zijn om in de middeleeuwen te beweren dat de aarde plat was. Niets van waar, (be)schrijft Kees de Pater in ‘De platte aarde en het conflictmodel voor de relatie geloof-wetenschap’.

Ook Umberto Eco maakt in “De geschiedenis van imaginaire landen en plaatsen” korte metten met dat idee. “Ondanks allerlei legendes waarin het tegendeel wordt beweerd, waren alle middeleeuwse geleerden ervan op de hoogte dat de aarde een bol was” en verder “.., het in de dertiende eeuw geschreven Over de wereldbol van Johannus de Sacrobosco zal eeuwenlang als uitermate gezaghebbend gelden”.

Het is precies dat boek dat ik recent even mocht vasthouden in het tresor van de TU Delft  (dank Addie Ritter!) : Johannis de Sacro Bosco’s “Sphaericum opusculum” uitgegeven door Erhard Ratdolt, Venetië, 1485, staat op de eerste pagina in potlood. Zinnen als “Terram et aquam esse rotundas”, “Quae forma sit mundi” en “Quod terra sit centrum mundi” laten ook voor hen die het Latijn niet (meer) zo machtig zijn weinig aan de verbeelding over. Maar het zijn vooral de illustraties in heldere kleuren in dit oudste boek van de TU bibliotheek die boekdelen spreken. Het boekwerk stamt uit 1230, voor de Delftse ingenieurs was de aarde altijd al plat  bolvormig (dank een oplettende Edward).

Naïeve cartografie 

The flat earth

The flat earth

Waarom dan toch al die kaarten met daarop een platte aarde, terwijl men wist dat de aarde rond was? Als een van de mogelijke verklaringen geeft Umberto Eco: “Het was gewoon een naïeve, conventionele cartografische projectie, zoals we dat nu in feite ook nog doen”. Want de kaarten die we nu produceren en gebruiken zijn meestal 2D, plat. Het geowerkveld gooit nog merendeels een dimensie weg en slaat de werkelijkheid plat, zodra we gaan beheren, analyseren en visualiseren.

Naïef zou ik dat niet willen noemen, maar het is wel een ‘macht der gewoonte’. Er wordt hard gewerkt aan de ontwikkelingen in 3D data en dat levert mooie vergezichten op (zie het recente gegevensbestand 3D gebouwhoogte NL, dank Kadaster, AHN2 van het Waterschapshuis c.s. en uiteraard het gehele 3D Doorbraakproject). Volgens mij gaan die platte kaarten, net zoals de platte aarde van toen, snel tot het verleden behoren. Nog even en we hebben het over: ‘in het begin van de 21e eeuw dacht men nog dat kaarten vooral plat moesten zijn’. En dat is dan geen mythe.

 

Zelfs vanuit het internationaal ruimtestation ziet de aarde er niet echt plat uit.

Further Up Yonder from Giacomo Sardelli on Vimeo.

* er wordt uitvoerig gequote uit Jeffrey Burton Russell’s, Inventing the Flat Earth: Columbus and Modern Historians (New York: Praeger, 1991). Dat moet ik nog nalezen.

Jw : May 25, 2015 7:25 pm : Geo
3 Comments »

Inzoomen op de kaart, overigens…

Maak je wereld groter met Nemo

Tijdens het recente TYPO3 Congres in hoofdstedelijk –Maak je wereld groter met- Nemo mocht ik de mogelijke geografische dimensie van websites toelichten met een korte presentatie. Het leek me handig om er maar meteen openlijk voor uit te komen dat de website van Esri op Drupal is gebaseerd en ik zelf meer een WordPress fan ben – het leverde geen boe geroep uit de zaal op.

Mijn presentatie in een lange zin: Deze presentatie zoomt in op het gebruik van geografische data en legt uit hoe kaarten communiceren en informeren. Doordat er steeds meer open data voor iedereen ter beschikking komt, is het maken van kaarten laagdrempeliger geworden: U kunt heel gemakkelijk zelf zo’n verhaal met kaarten maken. En dat verhaal toevoegen aan uw website, passend binnen uw TYPO3 omgeving. In stenostijl:

Hoe kaarten informeren

Cartografische grammatica in 10 minuten. Net als taal een grammatica heeft, zo hebben diagrammen, symbolen, kaarten dat ook. Verschijnselen (variabelen) van kwantitatieve of kwalitatieve aard worden op verschillende manieren weergegeven. Als je een verkeerde methode voor visualisatie gebruikt, komt de kaartlezer bedrogen uit. Algemeen advies: gebruik twee of drie verschillende weergaven en bekijk welke het verschijnsel het beste weergeeft. – Ik had het boek van Bertin al klaargelegd, maar het was me toch iets te zwaar voor mijn rugzak.

Meer open data

Ongetwijfeld een van de grotere trends met impact op de visualisatie van data van recente datum. Ook al is er genoeg te klagen over open data in Nederland (ook weer heel Hollands), er is toch ook al het een en ander bereikt, bv met de open datasets van het Kadaster en recenter CBS. De eenmalig open data projecten zijn echt niet meer van deze tijd. Even www.opentopo.nl toegelicht en hoe Esri zelf omgaat met open data (bv door basiskaarten aan te bieden, die gemakkelijk inzetbaar zijn).

Maken van kaarten laagdrempeliger

Na wat redelijk professionele voorbeelden (Guardian, Zorgatlas, Waterschap Peel en Maasvallei, BNR) heb ik zelf een aantal voorbeelden op basis van open data van OC&W (scholen in Almere) uitgewerkt. Nadat ik de scholen ‘als punten op de kaart’ heb toegevoegd, heb ik de loopafstand van en naar de lagere scholen in kaart gebracht en ook de bereikbaarheid van de middelbare scholen onderzocht (bushalte in de buurt of niet). Deze vormen van ruimtelijk analyse zijn de professionals niet onbekend, nu zijn ze ook gemakkelijk via ArcGIS Online door een breder publiek te gebruiken.

En dat verhaal toevoegen aan uw website

Samen met Alternet maken we dit type kaarten nu ook beschikbaar in websites van o.a. de TYPO3 gebruikers. Ook al heb ik me redelijk aan de ‘instructie voor sprekers’ gehouden (“zo min mogelijk salespitch”), kon ik hier niet nalaten om de aanstaande workshop “Informatie delen via interactieve en toegankelijk kaarten” (9 en 16 december) te promoten (hier inschrijven). Het gebruik en de toepassing van de webrichtlijnen komen dan zeker nog aan de orde!

 

De hele presentatie, nogmaals ik één zin: Websites communiceren vooral met tekst en beeld, maar als u kaarten toevoegt, dan worden websites interessanter voor bezoekers en wordt uw boodschap zelf ook krachtiger. – Na mijn eigen bijdrage kon ik helaas niet zo lang aanwezig zijn, hoewel ik graag nog even had rondgekeken. De presentatie over het CXS TYPO3 Neos door Rasmus Skjoldan – hij houdt niet van honden – was zondermeer boeiend en het product zelf maakte ook indruk (slideshare). Toch eens induiken voor een volgend project. 

Overigens: als je inzoomt op de kaart, dan wordt die kaart eigenlijk een andere kaart, en dat heeft consequenties voor wat je op die kaart kan projecteren. Gegevens die op een bepaalde schaal zijn ingewonnen, zijn niet zomaar naar een andere schaal te vertalen. Zo is het niet zo handig om de weerkaart (met data uit een grofmazige radar bron) over een gedetailleerde kaart met gebouwen te leggen. Alsof je daaruit kan afleiden dat het aan onze kant van de gracht nog mooi weer is en aan de overkant de regen al begint. Om die reden zal de geoefende webcartograaf het in-en uitzoomen voor de kaartlezer beperken.

En als typische zondagslaatherfstboswandelingsgedachte: als ik nu inzoom op de kaart, zie ik dan minder of juist meer, of meer van minder? Wordt vervolgd.

Scholen met bushaltes

Lopend naar school

Jw : November 2, 2014 10:57 pm : Geo, Maps and Apps
Leave a response »

The (near) future of GIS as we know it

UUtrechtSharing a few thoughts with a (hopefully) interested audience is always somewhere between a privilege and a true challenge, depending on multiple variables. This time, at the University of Utrecht, the topic was about future developments of Geographic Information Systems. Especially after a chat with Joseph Kerski, I felt quite comfortable with the topic at hand. My only caveat: “Our past has known many futures”, meaning we tend to predict a lot more than the actual future can bear.*

Independent of the school of strategy you follow, strategy is often viewed as a ‘predicting far away futures’. I rather view strategy as about positioning yourself today and focusing on what will change in the very near future. Far away futures in information technology tend not be very realistic at all anyway.

For the future of GIS, regardless of your definition of the term, it is likely to refer to changes to people, software and data (and most often brings up data capture, management, analysis, presentation and distribution). Although it is always hard to summerise a presentation in a few paragraphs, I have given it a try below, in bullet point style (whereas the presentation itself is using mostly images). In order of priority:

People

The P in GIS has changed quite a bit ● From data capture by experts only, e.g. through photogrammetric plotters, people themselves have now become sensors and are actively participate in the data capture part (sometimes without their knowledge and approval). ● GIS has escaped the basement of organisations and is now reaching out to the whole organisation, and beyond. ● It is becoming a foundation of working together in enterprises. ● This is impacting the role of those working with GIS. ● And it should have an impact on the curriculum at universities as well.

In the near future: more and more people (as sensors) will contribute to geographic data, in real-time. It calls for different ways of interpreting that data.

Data

Like technology, data has become abundant (big if you will) which is good news for geography. Content has always been an important part of the ecosystem of GIS. ● Open data is too big a trend to ignore. ● 3D data changes the ‘face of a map’● The challenge with 3D scene (they are often too realistic to be named ‘maps’) is the to make them  ● Maps are not reality and should not depict reality too realistically. ● Content is the oxygen of the (GIS) ecosystem.

In the near future: we will have an intelligent 3D basemap in the Netherlands, which allows for interesting 3D analysis, and off course for great 3D visualisations as well.

In the near future: intelligent 3D basemaps (Image by Esther Carney)

Software

Once rather monolithic tools have transformed into smaller building blocks and enriched by programmable environments ● Small functionality is now accessible in many ways. ● Maps and apps: users expect simple interaction answering complex questions.  ● The life span of the apps is relatively short. ● Users expect (read demand) and applications to work in an integrated fashion. Anywhere, anyplace, anytime.

In the near future: ‘tiny’ functionality will enrich applications which not a lot, yet crucial functionality.

tostiRecommended skills 

At the end of presentation I discussed the geospatial management competency model and then brought up a few recommended skills for professionals-to-be, more like ‘tips’ for your career if you will. I encourage students to find a balance between talent & compassion, hobby & work, curiosity & stubbornness (not sure they are opposites). I also urge them connect to the professional world as soon as possible, to specialize in one of those current trends (e.g. 3D visualization, big data, realtime GIS etc) and work towards a t-shaped profile (a bit more info).

I also did share a few of my personal misconceptions ‘when I left school’ (like I actually thought I was done educating myself) but these misconceptions are more easily shared during a presentation then in a blogpost. Had to end with a short overview of what Esri aims to contribute to the student community, the commercial break if you will.

We had a Q&A and a short discussion at end of my talk, but the better part of the discussion was during the world-famous Tosti lunch at EGEA, whilst discussing with international students where to go next and what minor to take there. Talking about near future ahead.

 

* read the Black Swan by Nassim Taleb if you are interested.

Do note: the cover is a scene from one of the standard CityEngine data sets. The landscape looks very much like the surroundings of Zürich!

 

 

Jw : June 29, 2014 3:42 pm : Geo
Leave a response »

« Page 1, 2, 3 ... 6, »
No comments yet

Leave a Reply

Note: You can use basic XHTML in your comments. Your email address will never be published.

Subscribe to this comment feed via RSS